Ga naar hoofdinhoud
Zonde en verlossing

Waarom zondigt een christen nog?

Kort antwoord

De reden waarom een christen nog zondigt, is dat de wedergeboorte de oude, zondige natuur in dit leven niet wegneemt: vlees en Geest strijden tegen elkaar (Galaten 5:17). Toch heerst de zonde niet meer. Een christen kan vallen en weer opstaan, en wie gezondigd heeft, heeft een Voorspraak bij de Vader: Jezus Christus.

Wie tot geloof gekomen is, merkt vaak tot zijn verdriet dat oude zonden niet vanzelf verdwijnen. Driftige woorden, jaloezie, onreine gedachten of gemakzucht komen steeds terug. Dan kan de vraag opkomen of het geloof wel echt is. De Bijbel verzwijgt deze strijd niet: de apostelen schrijven er openlijk over, ook over zichzelf. Hieronder leest u wat de Bijbel en de belijdenis over deze strijd zeggen, en waar de troost ligt.

Waarom zondigt een christen nog na zijn bekering?

Bij de wedergeboorte geeft God een nieuw hart (Ezechiël 36:26). Paulus zegt dat de oude mens met Christus gekruisigd is, opdat de gelovige de zonde niet meer dient (Romeinen 6:6). Toch is de gelovige in dit leven niet geheel van het vlees verlost; Paulus schrijft dat de zonde nog in hem woont (Romeinen 7:17). Daarom roept hij gelovigen op de oude mens af te leggen en de nieuwe mens aan te doen (Efeze 4:22-24).

Paulus beschrijft de toestand van een christen als een strijd tussen twee machten: 'Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander' (Galaten 5:17). Met vlees bedoelt hij de zondige natuur die de mens van Adam heeft meegekregen. De Geest is de Heilige Geest, Die in de gelovige woont. Wat de Bijbel verder over deze groei zegt, leest u bij heiligmaking in de Bijbel.

Johannes rekent zichzelf er nadrukkelijk bij: 'Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet' (1 Johannes 1:8). Prediker zegt al dat er geen mens rechtvaardig is op aarde die goed doet en niet zondigt (Prediker 7:20).

Die strijd van de Geest tegen het vlees is een teken van nieuw leven. Wie de zonde haat omdat hij God ermee vertoornd heeft, en ertegen strijdt, heeft dat niet van zichzelf.

Wat bedoelt Paulus in Romeinen 7?

Het bekendste gedeelte over deze strijd staat in Romeinen 7. Paulus schrijft: 'Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik' (Romeinen 7:19). Even later roept hij uit: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere' (Romeinen 7:24-25). Over wie spreekt Paulus hier?

De reformatorische kerken lezen dit als de ervaring van Paulus als wedergeboren christen. Zo lazen ook Augustinus in zijn latere geschriften, Luther en Calvijn in zijn commentaar op de Romeinenbrief het hoofdstuk. Daarvoor zijn goede redenen:

  • Paulus schrijft vanaf vers 14 in de tegenwoordige tijd, over zijn leven van nu.
  • Hij zegt dat hij vermaak heeft in de wet Gods naar de inwendige mens (Romeinen 7:22). Van de onbekeerde mens zegt hij juist dat zijn bedenken vijandschap is tegen God (Romeinen 8:7).
  • Het hoofdstuk eindigt met een dankzegging aan God door Jezus Christus.

Andere uitleggers lezen het anders, zoals Augustinus zelf in zijn vroege uitleg van de Romeinenbrief en later Jacobus Arminius in zijn verhandeling over Romeinen 7. Volgens hen beschrijft Paulus de mens onder de wet, zonder de Geest, eventueel terugkijkend op zijn eigen verleden. Zij wijzen erop dat Paulus zich in vers 14 vleselijk noemt, verkocht onder de zonde, terwijl gelovigen volgens Romeinen 6 der zonde gestorven zijn. Toch past de eerste lezing beter bij de vreugde in Gods wet die Paulus beschrijft. Meer over dit hoofdstuk leest u in de uitleg van Romeinen 7.

Kan een christen zondigen als hij uit God geboren is?

In dezelfde brief waarin Johannes zegt dat wij zonde hebben, staat ook: 'Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem' (1 Johannes 3:9). Johannes spreekt zichzelf niet tegen. Hij onderscheidt tussen in de zonde vallen en in de zonde leven.

Een christen kan diep vallen. David pleegde overspel en liet een man doden; Petrus verloochende zijn Heere drie keer. Beiden kwamen terug met berouw, en God nam hen weer aan. Spreuken zegt het zo: 'Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en opstaan' (Spreuken 24:16).

In de zonde leven is iets anders. Dan is de zonde iets geworden waar iemand vrede mee heeft en waar hij niet meer tegen strijdt. Wie onder een steeds terugkerende zonde lijdt en ertegen blijft strijden, leeft daar niet in deze zin in. Op de vraag of wij in de zonde moeten blijven opdat de genade groter wordt, antwoordt Paulus met een beslist nee (Romeinen 6:1-2). Een christen zondigt nog, maar de zonde heerst niet meer over hem (Romeinen 6:14). Of een gelovige door zijn val zijn redding kan verliezen, is een eigen vraag; de Bijbel en de belijdenis antwoorden dat God de Zijnen bewaart.

Kan een christen zonder zonde leven?

Sommige christenen leren dat een gelovige al in dit leven een staat kan bereiken waarin hij niet meer bewust zondigt. John Wesley noemde dat christelijke volmaaktheid (A Plain Account of Christian Perfection). Hij bedoelde geen volmaaktheid zonder enige fout, wel een hart dat zo vervuld is van liefde dat bewuste overtredingen ophouden.

De reformatorische kerken wijzen dit af. Johannes rekent zichzelf onder de zondaren (1 Johannes 1:8), Jakobus zegt dat wij allen in vele struikelen (Jakobus 3:2), en Paulus schrijft dat hij nog niet volmaakt is en ernaar jaagt (Filippenzen 3:12). En de Heere Jezus leert Zijn discipelen elke dag bidden om vergeving van schulden (Mattheüs 6:12).

Perfectionisme heeft een dubbel gevaar. Wie meent dat hij zonder zonde leeft, gaat zonden een vergissing of karaktertrek noemen. Wie het probeert en merkt dat het niet lukt, raakt makkelijk in wanhoop. De Bijbel wijst een andere weg: eerlijk de zonde belijden en dagelijks vluchten tot Christus.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Schrift gaat voor; de belijdenis vat samen wat de kerk daarin gelezen heeft. In Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus wordt gevraagd of bekeerde mensen Gods geboden volkomen kunnen houden. Het antwoord is nee: 'maar ook de allerheiligsten, zolang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 44, vraag 114). Toch beginnen zij met een ernstig voornemen naar al Gods geboden te leven. Volgens vraag 115 laat God de wet daarom zo scherp preken: opdat wij onze zondige aard beter leren kennen, de vergeving in Christus zoeken en God bidden om de genade van de Heilige Geest, opdat wij steeds meer naar Gods beeld vernieuwd worden, totdat wij na dit leven volmaakt zijn.

Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus noemt de ware bekering een afsterven van de oude en een opstaan van de nieuwe mens: een hartelijk leedwezen over de zonde en een hartelijke vreugde in God door Christus (vraag 88-90). Zo gaat de bekering een leven lang door.

Artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat de erfzonde ook na de doop blijft opwellen als water uit een bron, maar dat God haar Zijn kinderen niet tot verdoemenis toerekent. De Dordtse Leerregels (hoofdstuk V, artikel 1-4) leren dat God de wedergeborenen bevrijdt van de heerschappij van de zonde, maar in dit leven niet geheel van het vlees. Daaruit komen dagelijkse zonden van zwakheid voort; zelfs zware vallen, zoals bij David en Petrus, zijn mogelijk. Dat drijft hen tot verootmoediging en tot Christus, en God bewaart hen tot het einde.

Als deze vraag u persoonlijk raakt

Stelt u deze vraag omdat u zich afvraagt: waarom zondig ik nog, terwijl ik de Heere wil dienen? Dan staat u daarin niet alleen. Paulus, David en Petrus kenden deze strijd. De Catechismus spreekt over een zondige aard 'waarmede ik mijn leven lang te strijden heb' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 21, vraag 56), en belijdt in hetzelfde antwoord dat God ook daaraan, om de genoegdoening van Christus, nimmermeer wil gedenken.

Johannes schreef zijn brief opdat de gemeente niet zou zondigen, en voegde er meteen aan toe: 'En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige' (1 Johannes 2:1). Uw redding rust niet op hoe goed uw strijd verloopt. Zij rust op Christus, Die voor u bij de Vader pleit. Wie zijn zonden belijdt, mag weten dat God getrouw en rechtvaardig is om ze te vergeven (1 Johannes 1:9). Lees ook of God alle zonden vergeeft.

Soms wordt de strijd tegen de zonde een kwelling die niet meer ophoudt. Er komen gedachten die u niet wilt, en u blijft telkens opnieuw belijden of nagaan of u wel vergeven bent. Dat kunnen dwangklachten zijn. Die zijn geen teken van een slecht hart, en er is goede hulp voor. Praat erover met uw huisarts; christelijke ggz, zoals Eleos of De Hoop ggz, kan u verder helpen. Een gesprek met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid kan ook helpen. Herkent u dit bij uw kind of bij iemand in de gemeente, moedig dan aan om erover te praten en hulp te zoeken. De Heere Jezus verbreekt het gekrookte riet niet (Jesaja 42:3; Mattheüs 12:20).

'Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus' (Filippenzen 1:6)

Bijbelverwijzingen

waarom zondigt een christen nogkan een christen zondigenwaarom zondig ik nogzondigen als christenheiligmakingromeinen 7hc zondag 44dl v

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Kan een christen zijn redding verliezen?

Volgens de reformatorische kerken kan een ware christen zijn redding niet verliezen, omdat God de gelovige bewaart tot het einde (Johannes 10:28). Dat heet de volharding der heiligen. Rooms-katholieke, lutherse en remonstrantse christenen leren dat het wel kan. De ernstige waarschuwingen tegen afval in de Bijbel gebruikt God juist als middel om de Zijnen te bewaren.

Zonde en verlossing

Hoe weet ik of ik gered ben?

De zekerheid van het geloof rust op Christus en op Gods beloften: wie in de Zoon van God gelooft, mag weten dat hij het eeuwige leven heeft (1 Johannes 5:13). De Heilige Geest getuigt daarvan in het hart, en de vruchten van het geloof bevestigen het. Ook ware gelovigen kennen twijfel; dan wijst de Bijbel hen opnieuw naar Christus.

Zonde en verlossing

Vergeeft God alle zonden?

Ja, God vergeeft alle zonden aan ieder die ze belijdt en op Christus vertrouwt (1 Johannes 1:9). Dat geldt ook voor zware zonden, zoals die van David en Paulus. De Heere Jezus noemt één uitzondering: de lastering tegen de Heilige Geest, door wie Gods werk bewust verwerpt en geen vergeving meer zoekt. Wie daarvoor vreest, zoekt nog vergeving.

Zonde en verlossing

Wat is het verschil tussen genade en barmhartigheid?

Het verschil tussen genade en barmhartigheid is dat genade Gods gunst is voor wie die niet verdient, en barmhartigheid Zijn ontferming over wie in nood is. Genade ziet op onze schuld, barmhartigheid op onze ellende. De Bijbel noemt ze vaak samen, zoals in *'opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden'* (Hebreeën 4:16).

Zonde en verlossing

Wat is genade volgens de Bijbel?

Genade is in de Bijbel de onverdiende gunst van God: Hij schenkt de schuldige mens vergeving en eeuwig leven om Christus' wil, zonder dat die mens daar iets voor kan doen of verdienen. Wie zalig wordt, wordt dat uit genade, door het geloof (Efeze 2:8). Ook dat geloof is een gave van God.

Verdiep u verder