Psalm 32 uitleg in het kort: Psalm 32 is dé psalm over vergeving. David beschrijft hoe hij kapotging aan verzwegen schuld (vers 3-4), hoe belijdenis onmiddellijk vergeving bracht (vers 5) en hoe God de vergeven mens verder leidt (vers 8). Vers 1 zet de toon, in de Statenvertaling: "Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is"; nieuwere vertalingen zeggen "welzalig" of "gelukkig".
De tekst van Psalm 32:1 tot 5 in de Statenvertaling
Vers 1. Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.
Vers 2. Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.
Vers 3. Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag.
Vers 4. Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Sela.
Vers 5. Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.
Deze vijf verzen vormen samen het verhaal van de psalm. Vers 1 en 2 zeggen waar het op uitloopt, vers 3 en 4 beschrijven de tijd daarvóór, en vers 5 is het scharnier. Wie vers 3 en 4 apart leest, ziet hoe lichamelijk David het beschrijft: verouderde beenderen, brullen de hele dag, sap dat verandert in zomerdroogte. Het opschrift 'Een onderwijzing van David' hoort in de Nederlandse telling bij vers 1 zelf, zodat deze psalm in elke Nederlandse vertaling elf verzen telt en de nummers overal gelijk lopen.