Ga naar hoofdinhoud
De Bijbel

Staat 'God helpt wie zichzelf helpt' in de Bijbel?

Kort antwoord

Nee, de uitspraak God helpt wie zichzelf helpt staat niet in de Bijbel. Het gezegde komt uit de Griekse oudheid en werd bekend door Benjamin Franklin. De Bijbel leert eerder het omgekeerde: Christus stierf voor ons toen wij nog krachteloos waren (Romeinen 5:6). Wel roept de Schrift op om te werken en middelen te gebruiken, in afhankelijkheid van God.

Het wordt vaak gezegd alsof het een bijbeltekst is: God helpt wie zichzelf helpt. Wie het zoekt in de Statenvertaling, vindt het nergens. Toch leeft de gedachte sterk, ook onder christenen, omdat er een kern van waarheid in lijkt te zitten. Hieronder leest u waar het gezegde vandaan komt, wat de Bijbel leert over Gods hulp en het behoud van een mens, en waarom dat geen reden is om stil af te wachten.

Waar komt het gezegde God helpt wie zichzelf helpt vandaan?

Het gezegde komt uit de Griekse oudheid. In de fabels die op naam staan van Aesopus komt een boer met zijn ossenwagen vast te zitten in een geul. Hij roept de held Herakles om hulp, zonder zelf iets te doen. Herakles antwoordt dat hij eerst zelf de wielen moet aanpakken en zijn ossen moet aandrijven; pas dan heeft het zin om tot de goden te bidden. De les van die fabel werd later samengevat als: de goden helpen wie zichzelf helpen.

In het Engels kreeg de zin de vorm die nu bekend is. De Engelse politicus Algernon Sidney gebruikte hem in zijn Discourses Concerning Government (verschenen in 1698). Wereldberoemd werd hij doordat de Amerikaan Benjamin Franklin hem in 1736 opnam in de almanak die hij onder de naam Poor Richard uitgaf: God helps them that help themselves. In het boek Spreuken staat het niet, al roept dat boek wel op tot ijver: de luiaard moet naar de mier gaan om van haar te leren (Spreuken 6:6).

Helpt God alleen wie zichzelf helpt als het om behoud gaat?

Op het belangrijkste punt zegt de Bijbel het omgekeerde. Paulus schrijft: 'Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven' (Romeinen 5:6). God kwam de mens niet te hulp omdat hij zijn best deed. Hij greep in toen wij niets konden, en Christus stierf voor ons toen wij nog zondaars waren (Romeinen 5:8).

In de brief aan de Efeziërs staat het nog scherper: 'Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave' (Efeze 2:8). En direct daarna: 'Niet uit de werken, opdat niemand roeme' (Efeze 2:9). De uitleg van Efeze 2 laat zien hoe Paulus begint bij mensen die dood zijn door de misdaden en de zonden (Efeze 2:1), en eindigt bij Gods genade.

Toegepast op het behoud is het gezegde daarom een gevaarlijke gedachte. Het maakt van genade een beloning voor wie eerst zelf zijn best heeft gedaan. De tollenaar in de gelijkenis had niets in te brengen; hij kon alleen om genade roepen, en hij ging gerechtvaardigd naar huis (Lukas 18:13-14). Hoe geloof en goede werken zich tot elkaar verhouden, leest u bij de vraag of een mens gered wordt door geloof of door werken.

Bij wie zoekt een christen hulp?

Ook buiten de vraag naar het behoud wijst de Bijbel een andere kant op dan het gezegde. De pelgrim van Psalm 121 slaat zijn ogen op naar de bergen, van waar zijn hulp komen zal. Hij zegt meteen wie die hulp geeft: de HEERE, de Schepper van hemel en aarde (Psalm 121:1-2). Dat vers staat ook onder aan deze pagina.

Jesaja zegt over de HEERE: 'Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft' (Jesaja 40:29). Gods hulp is er juist voor wie het zelf niet meer redt. Paulus hoorde van de Heere dat Zijn genade hem genoeg was, omdat Gods kracht in zwakheid volbracht wordt (2 Korinthe 12:9).

Jeremia waarschuwt zelfs tegen het vertrouwen op eigen kracht. Wie vlees tot zijn arm stelt, wijkt met zijn hart van de HEERE af; gezegend is wie op de HEERE vertrouwt (Jeremia 17:5-7). De Bijbel zegt dus eerder: God helpt wie zijn hulp bij Hem zoekt, ook en vooral als hij zichzelf niet meer kan helpen.

Mag een christen dan stil afwachten wat God doet?

Dat betekent niet dat een christen de handen in de schoot mag leggen. Aan gemeenteleden in Thessalonika die hun werk lieten liggen, schreef Paulus: 'zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete' (2 Thessalonicenzen 3:10). Dat gaat over wie niet wil werken; wie door ziekte of ouderdom niet kan werken, valt daar niet onder. Paulus vermaande hen om in stilheid te werken en hun eigen brood te eten (2 Thessalonicenzen 3:12).

Werken en vertrouwen gaan in de Bijbel samen. Toen vijanden de herbouw van Jeruzalem bedreigden, schreef Nehemia: 'Maar wij baden tot onzen God, en zetten wacht tegen hen, dag en nacht' (Nehemia 4:9). Spreuken zegt het zo: het paard wordt klaargemaakt voor de strijd, en de overwinning is van de HEERE (Spreuken 21:31). Het paard bereiden is de taak van de mens; de uitkomst ligt bij God.

Ook in het leven van de gelovige werkt het zo. Paulus roept op om met vreze en beven de eigen zaligheid uit te werken, en geeft meteen de grond: 'Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen' (Filippenzen 2:13). Het verschil met het gezegde zit in de volgorde. Het spreekwoord zegt: help eerst uzelf, dan helpt God. De Bijbel zegt: God werkt, en daarom werkt u. Wie ziek is, gaat naar de dokter en bidt om genezing; wie werk zoekt, solliciteert en vraagt God om Zijn zegen. In de reformatorische traditie heet dat het gebruik van de middelen. Meer over de manier waarop God alle dingen bestuurt, leest u bij wat de Bijbel zegt over Gods voorzienigheid.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De kerk heeft dit samengevat in de leer van Gods voorzienigheid. In Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus staat dat alle dingen ons 'niet bij geval, maar van Zijn vaderlijke hand ons toekomen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 10, vraag 27). Vraag 28 noemt wat dat oplevert: geduld in tegenspoed, dankbaarheid in voorspoed en een goed vertrouwen op onze getrouwe God en Vader. Wie zo gelooft, doet zijn werk en laat de uitkomst aan God over.

Artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt over goede werken dat ze voortkomen uit het geloof dat God in een mens werkt. Ze zijn goed en God beloont ze uit genade, maar ze verdienen ons behoud niet. Wij zijn God dank verschuldigd voor de goede werken die wij doen, en Hij ons niet, omdat Hij het is Die in ons het willen en het werken geeft (vergelijk Filippenzen 2:13). Zo houdt de belijdenis bij elkaar wat het gezegde uit elkaar trekt: een christen werkt trouw, en hij dankt zijn behoud geheel aan Gods genade.

Welke spreekwoorden lijken bijbels maar zijn het niet?

God helpt wie zichzelf helpt is niet het enige gezegde dat voor een bijbeltekst doorgaat. Een paar bekende voorbeelden, en hoe het werkelijk zit:

  • Geld is de wortel van alle kwaad. De Bijbel zegt: 'de geldgierigheid is een wortel van alle kwaad' (1 Timotheüs 6:10). Het gaat om de liefde tot het geld.
  • God legt niemand meer op dan hij dragen kan. Paulus schrijft dat God geen verzoeking toelaat boven wat een gelovige vermag, en met de verzoeking ook de uitkomst geeft (1 Korinthe 10:13). Dat gaat over verzoeking en is geen belofte dat zorgen nooit te zwaar zullen voelen. Wie het te zwaar wordt, mag zijn zorg op de HEERE werpen (Psalm 55:23).
  • Hoogmoed komt voor de val. Dit staat er wel, in andere woorden: hovaardigheid gaat voor de verbreking uit (Spreuken 16:18).
  • Oog om oog, tand om tand. Ook dit is bijbels: de wet zegt oog voor oog, tand voor tand (Exodus 21:24), en de Heere Jezus haalt het aan als oog om oog (Mattheüs 5:38). Het was een regel voor de rechtspraak, en Hij wees het gebruik ervan voor persoonlijke wraak af (Mattheüs 5:39).
  • Wie niet werkt, zal niet eten. Dit komt uit 2 Thessalonicenzen 3:10 (zie hierboven).

Wie de wijsheid van de Bijbel zelf zoekt, vindt die in de spreuken van de Bijbel. Die beginnen bij de vreze des HEEREN en niet bij het vertrouwen op eigen kracht.

'Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft' (Psalm 121:2)

Bijbelverwijzingen

god helpt wie zichzelf helptgod helpt wie zichzelf helpt bijbelspreekwoordengenadevoorzienigheidhc zondag 10ngb art. 24

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Wordt een mens gered door geloof of werken?

Op de vraag geloof of werken antwoordt de Bijbel dat een mens gered wordt door het geloof in Christus, zonder de werken der wet (Romeinen 3:28). Goede werken zijn de vrucht van dat geloof en geen grond voor Gods vrijspraak. Als Jakobus zegt dat geloof zonder werken dood is, bedoelt hij een geloof dat alleen uit woorden bestaat.

Zonde en verlossing

Wat is genade volgens de Bijbel?

Genade is in de Bijbel de onverdiende gunst van God: Hij schenkt de schuldige mens vergeving en eeuwig leven om Christus' wil, zonder dat die mens daar iets voor kan doen of verdienen. Wie zalig wordt, wordt dat uit genade, door het geloof (Efeze 2:8). Ook dat geloof is een gave van God.

Zonde en verlossing

Heeft de mens een vrije wil volgens de Bijbel?

De mens heeft volgens de Bijbel een vrije wil in dagelijkse keuzes onder Gods bestuur, maar sinds de zondeval kiest hij niet uit zichzelf voor God. Niemand kan tot Christus komen, tenzij hij door de Vader getrokken wordt (Johannes 6:44). Toch blijft ieder mens verantwoordelijk, en God vernieuwt de wil door Zijn Geest, zodat een zondaar gewillig komt.

De Bijbel

Wat betekent 'oog om oog, tand om tand'?

Oog om oog, tand om tand is een rechtsregel uit de wet van Mozes (Deuteronomium 19:21). De rechter moest de straf laten passen bij het aangedane letsel en mocht nooit zwaarder straffen. Het was geen vrijbrief voor persoonlijke wraak. Jezus leert Zijn volgelingen geen kwaad met kwaad te vergelden; straffen blijft de taak van de overheid.

De Bijbel

Hoeveel boeken heeft de Bijbel?

De Bijbel bestaat uit 66 bijbelboeken: 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe Testament, geschreven door meer dan 40 auteurs over een periode van ongeveer 1.500 jaar. Rooms-katholieke bijbels tellen 73 boeken, omdat daarin ook de deuterocanonieke boeken zijn opgenomen.

Verdiep u verder