Inleiding: Een nieuwe boodschap van troost
Jesaja hoofdstuk 40 markeert een dramatische wending in het boek Jesaja. Na hoofdstukken vol oordeel en waarschuwing, opent dit hoofdstuk met een prachtige boodschap van troost en hoop. Het is alsof er een nieuw boek begint binnen het boek Jesaja, gericht op een volk dat de bitterheid van de ballingschap heeft ervaren.
Troost voor Gods volk (vers 1-2)
"Troost, troost mijn volk, zegt uw God." Deze openingswoorden zijn als balsem op de wonden van een gebroken volk. Het Hebreeuwse woord voor 'troost' (nacham) betekent niet alleen medelijden hebben, maar ook daadwerkelijk handelen om verlichting te brengen. God spreekt hier niet alleen woorden van medelijden, maar belooft concrete actie.
De dubbele herhaling van 'troost' benadrukt de intensiteit van Gods medelijden. Het volk heeft zijn straf ondergaan - "haar diensttijd is voltooid, haar schuld is vergeven." Dit spreekt van Gods rechtvaardigheid én zijn genade.
De stem in de woestijn (vers 3-5)
"Een stem roept: Baan in de woestijn een weg voor de HEERE!" Deze profetie heeft een dubbele vervulling gevonden. Historisch wees het naar de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, maar in het Nieuwe Testament wordt deze tekst toegepast op Johannes de Doper die de weg bereidde voor Jezus Christus.
De beeldspraak van het effenen van wegen en het dempen van dalen spreekt van het wegwerken van alle obstakels voor Gods komst. Niets kan Gods reddingsplan tegenhouden.