Voor veel christelijke vrouwen en meisjes is make-up een vraag van elke dag. De een groeide op in een gemeente waar een opgemaakt gezicht als werelds gold, de ander gebruikt zonder bezwaar wat mascara of poeder. Op deze pagina leest u welke bijbelteksten in dit gesprek steeds terugkomen, waarom het beroep op Izebel minder sterk is dan het lijkt, en welke vragen de Bijbel een christen meegeeft. Een eindoordeel geeft deze pagina niet.
Wat zegt de Bijbel over make-up?
De Bijbel spreekt niet over make-up zoals wij die nu kennen. Wel komen verzorging en opsmuk voor, en twee apostelen schrijven erover aan de vrouwen in de gemeente.
Petrus schrijft aan getrouwde vrouwen: 'Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is, bestaande in het vlechten des haars, en omhangen van goud, of van klederen aan te trekken' (1 Petrus 3:3). Daar zet hij iets anders tegenover: 'de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God' (1 Petrus 3:4). In de uitleg van 1 Petrus 3 leest u het verband: Petrus schrijft over vrouwen die hun ongelovige man door hun wandel voor Christus kunnen winnen (1 Petrus 3:1).
Paulus zegt iets vergelijkbaars. Hij wil 'dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren' (1 Timotheüs 2:9). Haar eigenlijke versiering zijn de goede werken, zoals dat past bij vrouwen die de godvruchtigheid belijden (1 Timotheüs 2:10).
Hoe deze teksten gelezen worden, bepaalt veel. Petrus noemt ook het aantrekken van kleren, en niemand leest hier een verbod om kleren te dragen. Een gangbare uitleg ziet daarom een rangorde: de uiterlijke tooi mag nooit het eigenlijke sieraad worden. Anderen lezen er een duidelijke grens in: wat de aandacht naar het uiterlijk trekt, past een christenvrouw niet. Beide lezingen nemen de tekst serieus; het verschil zit in hoe ver de toepassing gaat.
Is make-up zonde omdat Izebel zich opmaakte?
In gesprekken over make-up valt vaak de naam Izebel. Toen Jehu naar Jizreël kwam, 'zo blankette zij haar aangezicht, en versierde haar hoofd, en keek ten venster uit' (2 Koningen 9:30). Blanketten is het oude woord voor het opmaken van het gezicht. Zo is Izebel voor velen het voorbeeld geworden van de vrouw die zich opmaakt.
Toch draagt dit argument minder dan het lijkt. De Bijbel veroordeelt Izebel om haar afgoderij en haar geweld. Jehu spreekt over haar hoererijen en toverijen (2 Koningen 9:22), en zij hitste Achab op om te doen wat kwaad is in de ogen des HEEREN (1 Koningen 21:25). Over haar opgemaakte gezicht velt de tekst geen apart oordeel. Waarom zij zich opmaakte voor de man die haar kwam ombrengen, laat de Schrift open. In 2 Koningen 9 leest u het hele verhaal.
Ook bij de profeten komt het blanketsel voor, steeds in beeldspraak over het ontrouwe volk dat zijn minnaars zoekt. Jeremia zegt tegen Jeruzalem: 'al schuurdet gij uw ogen met blanketsel, zo zoudt gij u toch tevergeefs oppronken' (Jeremia 4:30). Ezechiël beschrijft twee zusters die hun ogen blanketten voor mannen die van verre kwamen (Ezechiël 23:40). Daar is het opmaken een middel tot ontrouw en verleiding. Die waarschuwing is ernstig; een algemeen verbod op make-up geven deze teksten niet.
De Bijbel kent ook een ander voorbeeld. Esther kreeg aan het hof van Ahasveros, net als de andere jonge vrouwen, een jaar lang schoonheidsverzorging: 'zes maanden met mirre-olie, en zes maanden met specerijen, en met andere versierselen der vrouwen' (Esther 2:12). God gebruikte haar juist op die plaats om Zijn volk te redden (Esther 4:14). Naomi raadde Ruth aan zich te wassen en te zalven voordat zij naar Boaz ging (Ruth 3:3). Verzorging van het lichaam noemt de Bijbel geen zonde.
Mag een christen zich opmaken? Waar let u op?
Omdat de Bijbel geen regel over make-up geeft, komt het aan op het hart. De HEERE zei tegen Samuël: 'de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan' (1 Samuël 16:7). Dat geldt voor wie zich opmaakt en voor wie dat nalaat: God ziet door beide heen.
Een christen kan zichzelf een paar eerlijke vragen stellen:
- IJdelheid: draait het om mijzelf en om de bewondering van anderen? Schoonheid vergaat, zegt Spreuken 31:30.
- Verleiding: wil ik de aandacht trekken op een manier die een ander tot zonde brengt?
- Tijd en geld: staat wat ik eraan besteed in verhouding tot wat ik geef aan God en de naaste?
- Verzorging: gaat het om een net en verzorgd uiterlijk, zoals gewassen en gekamd haar?
- Zelfbeeld: durf ik mij zonder make-up te vertonen, of hangt mijn waarde ervan af?
- De gemeente: geef ik mijn broeders en zusters aanstoot (Romeinen 14:13)?
Wie make-up gebruikt om een litteken, een wijnvlek of een huidaandoening te bedekken, doet in wezen hetzelfde als wie het haar kamt: het lichaam verzorgen.
Paulus geeft de maatstaf voor alles wat een christen doet: het moet gebeuren ter ere Gods (1 Korinthe 10:31). Voor meisjes en jonge vrouwen speelt de vraag vaak het sterkst, omdat zij dagelijks beelden zien van gezichten zonder enig gebrek. Wie worstelt met het eigen uiterlijk, vindt bij wat de Bijbel zegt over zelfbeeld teksten die verder kijken dan de spiegel.
Make-up, kleding en sieraden
De vraag naar make-up staat zelden alleen. Ze hoort bij het bredere gesprek over kleding, haardracht en sieraden. Sieraden komen in de Bijbel ook in een goed licht voor: God beschrijft Zijn zorg voor Israël als het aandoen van armringen, oorringen en een kroon (Ezechiël 16:11-12). Meer daarover leest u bij wat de Bijbel zegt over oorbellen en sieraden. Over kleding speelt een vergelijkbaar gesprek bij de vraag of een vrouw een broek mag dragen.
In al deze vragen gaat het om hetzelfde: het lichaam is geen bezit om mee te pronken. Paulus schrijft dat het een tempel van de Heilige Geest is (1 Korinthe 6:19). Wat dat betekent, leest u bij het lichaam als tempel van de Heilige Geest.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen zijn het erover eens dat de innerlijke tooi van het hart voor God het meest waard is, en dat een christen zich niet opmaakt om te verleiden. Over wat dat in de praktijk betekent, denken zij verschillend.
- Geen make-up: in een deel van de reformatorische gemeenten dragen vrouwen geen make-up. Zij lezen 1 Petrus 3:3 en 1 Timotheüs 2:9 als een duidelijke grens en zien in het opmaken een aanpassing aan de wereld (Romeinen 12:2). Ook wijzen zij erop dat het opmaken van het gezicht in de Bijbel steeds voorkomt bij ontrouw en verleiding (2 Koningen 9:30; Jeremia 4:30; Ezechiël 23:40). Eenvoud is voor hen een zichtbaar getuigenis.
- Sober en natuurlijk: veel christenen achten een beetje make-up geoorloofd, zolang het ingetogen blijft en de aandacht niet trekt. Zij wijzen erop dat Petrus ook kleding noemt en dat de Bijbel verzorging niet afwijst.
- Vrijheid van smaak: anderen zien make-up als een zaak van cultuur en smaak, zoals een kapsel of de kleur van een jurk, waarbij alleen het motief van het hart telt.
De kerk heeft hier al vroeg over nagedacht. De kerkvader Tertullianus schreef rond het jaar 200 een geschrift over de opschik van vrouwen (De cultu feminarum), waarin hij het opmaken van het gezicht scherp afwees. Kort daarna schreef Cyprianus in dezelfde geest over de kleding van maagden (De habitu virginum).
Deze pagina geeft geen eindoordeel. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Ouders die hierover met een dochter in gesprek zijn, doen er goed aan eerst naar haar motieven te vragen en samen deze teksten te lezen. Een verschil in deze keuze maakt niemand een betere of een mindere christen. Paulus roept de gemeente op elkaar in zulke middelmatige zaken niet te oordelen (Romeinen 14:13).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften spreken niet over make-up. Wel geven ze de maatstaf voor heel het leven, ook voor het uiterlijk. In Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 109) belijdt de kerk bij het zevende gebod: 'Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren'. Daarom verbiedt God ook onkuise gebaren en alles wat een mens daartoe kan trekken. Wie zich opmaakt om te verleiden, raakt aan dit gebod.
HC Zondag 32 (vraag 86) zegt waarom een christen goede werken doet: Christus heeft ons met Zijn bloed gekocht en vernieuwt ons door Zijn Heilige Geest, 'opdat wij ons met ons ganse leven Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen'. Zo wordt de vraag naar make-up een vraag naar dankbaarheid. Een vrouw die door Christus gekocht is, wil met heel haar leven, ook met haar gezicht en haar kleding, de Heere eren. De schoonheid die blijft, is het werk van Zijn Geest in het hart.
'De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden' (Spreuken 31:30)