Ga naar hoofdinhoud
Kerk en sacramenten

Moet een vrouw een hoofddeksel dragen in de kerk?

Kort antwoord

Christenen verschillen over de vraag of een vrouw in de kerk een hoofddeksel moet dragen. Paulus schrijft dat een vrouw die met ongedekt hoofd bidt, haar hoofd onteert (1 Korinthe 11:5). Veel reformatorische gemeenten lezen dat als een blijvend gebod en dragen een hoed in de eredienst; andere kerken zien het als een vorm uit die tijd.

Wie op zondag een reformatorische kerk binnenloopt, ziet het meteen: de meeste vrouwen en meisjes dragen een hoed. Voor wie daar opgroeide, hoort dat gewoon bij de eredienst. Wie van buiten komt, vraagt zich af of dit een gebod van God is, een oude gewoonte of iets daartussenin. Op deze pagina leest u wat Paulus in 1 Korinthe 11 schrijft, welke redenen hij geeft, hoe uitleggers die redenen lezen en waarom veel reformatorische gemeenten aan het hoofddeksel vasthouden.

Wat zegt 1 Korinthe 11 over hoofdbedekking?

De Bijbel spreekt alleen in 1 Korinthe 11:2-16 uitdrukkelijk over het bedekken van het hoofd bij het bidden. Paulus prijst de gemeente eerst omdat zij de inzettingen behoudt die hij haar overgaf (vers 2). Daarna zet hij man en vrouw tegenover elkaar. Een man die bidt of profeteert met iets op het hoofd, onteert zijn hoofd (vers 4). Van de vrouw zegt hij het omgekeerde: 'Maar een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd' (1 Korinthe 11:5). In de uitleg van 1 Korinthe 11 leest u het hele hoofdstuk.

Paulus onderbouwt dit met vier redenen:

  • De scheppingsorde: Christus is het Hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het Hoofd van Christus (vers 3). De vrouw is uit de man genomen en om de man geschapen (vers 8-9, Genesis 2:22).
  • De engelen: 'Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil' (1 Korinthe 11:10).
  • De natuur: lang haar is voor een man een oneer en voor een vrouw een eer (vers 14-15).
  • De gewoonte van de gemeenten: wie erover wil twisten, krijgt te horen: wij hebben zulke gewoonten niet, noch de Gemeenten Gods (vers 16).

Midden in dit betoog bewaakt Paulus ook de gelijkwaardigheid: 'Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere' (1 Korinthe 11:11). De orde die hij beschrijft, zegt iets over de plaats van man en vrouw, niets over hun waarde voor God.

Waarom dragen vrouwen een hoed in de kerk?

In veel reformatorische gemeenten leest men 1 Korinthe 11 als een blijvende instructie voor de samenkomst van de gemeente. Daarom draagt een vrouw daar in de eredienst een hoed of een ander hoofddeksel, en zet een man zijn pet of hoed juist af. Die lezing sluit aan bij de kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637). Zij leggen het woord macht in vers 10 uit als een deksel, een teken dat de vrouw onder het gezag van haar man staat, en wijzen op Rebekka, die zich met een sluier bedekte toen zij Izak tegemoet kwam (Genesis 24:65).

Het hoofddeksel is zo een teken van eerbied in de eredienst: de gemeente komt samen voor het aangezicht van God en houdt zich aan de orde die Hij gaf. Een hoed is daarbij geen modestuk. Petrus waarschuwt vrouwen dat hun versiersel niet in vlechtwerk, goud of kleding moet bestaan (1 Petrus 3:3), 'Maar de verborgen mens des harten, in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God' (1 Petrus 3:4). Veel vrouwen kiezen daarom een eenvoudige hoed boven een opvallende. Hetzelfde onderscheid tussen man en vrouw speelt mee bij de vraag of een vrouw een broek mag dragen.

Geldt het hoofddeksel voor de vrouw alleen in de kerk?

Paulus spreekt over het moment dat een vrouw bidt of profeteert (vers 5). Dat roept een vraag op, want drie hoofdstukken later schrijft hij: 'Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen' (1 Korinthe 14:34). Uitleggers lossen dat verschillend op. De kanttekening bij vers 4 leest bidden hier als het algemene gebed in de samenkomst, dat iemand voorgaat of aanhoort en meebidt. In die lezing gaat het om de eredienst, waar een vrouw stil meebidt. Anderen denken aan bidden en profeteren buiten de officiële samenkomst, bijvoorbeeld thuis of in een kleinere kring.

In de praktijk dragen reformatorische vrouwen hun hoed vooral in de kerkdienst, en ook bij een trouwdienst of rouwdienst in de kerk. Sommigen bedekken het hoofd ook bij het gebed thuis. De Bijbel noemt geen vorm, kleur of model. In vers 13 vraagt Paulus de gemeente zelf te oordelen, alsof het antwoord voor de hand ligt: is het betamelijk dat een vrouw ongedekt tot God bidt?

Wat bedoelt Paulus met de engelen en het lange haar?

Paulus legt niet uit waarom het hoofddeksel om der engelen wil nodig is, en wat de Bijbel niet zegt, kan niemand met zekerheid invullen. Twee uitleggingen komt u vaak tegen. De eerste wijst erop dat engelen getuige zijn van wat in de gemeente gebeurt; door de gemeente wordt aan de overheden en machten in de hemel de wijsheid Gods bekendgemaakt (Efeze 3:10). De tweede wijst op de serafs, die voor God met twee vleugels hun aangezicht bedekken (Jesaja 6:2): wie in Gods tegenwoordigheid komt, toont eerbied.

Het lange haar noemt Paulus een eer voor de vrouw, 'omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven' (1 Korinthe 11:15). Sommigen concluderen daaruit dat het haar zelf de bedekking is en dat een hoed niet nodig is. Wie het hoofddeksel draagt, wijst op vers 6: 'indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde' (1 Korinthe 11:6). Die woorden zeggen weinig als gedekt alleen lang haar betekent. De kanttekeningen noemen het lange haar een sieraad en deksel en een teken van onderdanigheid (vers 14-15); het haar wijst zo op wat het hoofddeksel uitdrukt.

Waar christenen verschillen

Alle christenen die de Schrift volgen, lezen 1 Korinthe 11 als Gods Woord en erkennen dat God man en vrouw verschillend en gelijkwaardig geschapen heeft (vers 11-12). Over de vraag of het hoofddeksel vandaag nog geboden is, lopen de wegen uiteen:

  • Een blijvend gebod: Paulus grondt het in de schepping (vers 3 en 8-9), niet in de cultuur van Korinthe, en hij noemt de gewoonte van alle gemeenten (vers 16). Dit is de lijn van de kanttekeningen en van veel reformatorische gemeenten.
  • Het haar als bedekking: vers 15 noemt het lange haar zelf een deksel; een apart hoofddeksel is dan niet nodig.
  • Blijvend beginsel, plaatselijke vorm: de orde tussen man en vrouw blijft, maar het teken ervan hing samen met wat in Korinthe betamelijk was (vers 13). Deze lezing is gangbaar in veel protestantse en evangelische kerken, ook in een deel van de gereformeerde kerken.
  • Andere tradities: in oosters-orthodoxe kerken dragen vrouwen vaak een hoofddoek. Het kerkelijk wetboek van de Rooms-Katholieke Kerk van 1917 schreef de hoofdbedekking voor (canon 1262); dat van 1983 noemt haar niet meer.

De vraag hangt samen met de bredere vraag naar de plaats van de vrouw in de gemeente, die ook speelt bij vrouwen in het ambt. De argumenten daarvoor leest u in het artikel over het ambt van de vrouw volgens de Bijbel. Een vrouw die geen hoed draagt, is daarmee geen ongelovige, en wie er een draagt, is daardoor niet heiliger. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De Drie Formulieren van Enigheid noemen de hoofdbedekking niet. Wel spreken zij over de vraag waarnaar de kerk zich in de eredienst richt. Zondag 35 van de Heidelbergse Catechismus zegt bij het tweede gebod dat wij God niet anders vereren 'dan Hij in Zijn Woord bevolen heeft' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 35, vraag 96). Artikel 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat de kerk niet mag afwijken van wat Christus verordend heeft, en verwerpt menselijke vindingen die de gewetens binden.

Beide kanten beroepen zich hierop. Wie het hoofddeksel draagt, ziet 1 Korinthe 11 als een verordening van Christus door Zijn apostel. Wie het een plaatselijke vorm vindt, wil geen regel opleggen die de Schrift niet blijvend bedoelt. Achter de orde van 1 Korinthe 11 staat in elk geval Christus Zelf, 'gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams' (Efeze 5:23). Mannen en vrouwen komen samen onder dat ene Hoofd, Die hen kocht en bewaart.

'Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden' (1 Korinthe 14:40)

Bijbelverwijzingen

hoofddeksel kerk vrouwhoed in de kerkwaarom dragen vrouwen een hoed in de kerkhoofdbedekking bijbel1 korinthe 11hc zondag 35ngb art. 32

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Christelijk leven

Mag een vrouw een broek dragen volgens de Bijbel?

Of een vrouw volgens de Bijbel een broek mag dragen, daarover verschillen christenen. De Bijbel noemt de broek voor vrouwen nergens, wel verbiedt God dat een vrouw mannenkleding draagt (Deuteronomium 22:5). Veel reformatorische vrouwen dragen daarom een rok. Anderen lezen het als een verbod op verkleding als het andere geslacht; een broek voor vrouwen is voor hen vrouwenkleding.

Christelijk leven

Mag een christen make-up dragen?

De Bijbel verbiedt make-up nergens met zoveel woorden. Wel wijzen Petrus en Paulus erop dat het ware sieraad van een christen innerlijk is: de verborgen mens des harten (1 Petrus 3:3-4). Daarom kiezen sommige reformatorische christenen voor geen make-up en anderen voor een sobere vorm. Het motief van het hart weegt het zwaarst.

Kerken en religies

Wat betekent reformatorisch?

De betekenis van reformatorisch is: voortgekomen uit de Reformatie, de hervorming van de kerk in de zestiende eeuw. Reformatorische christenen houden vast aan de Schrift alleen en aan de zaligheid uit genade door het geloof (Efeze 2:8). In Nederland heten vooral de kerken en scholen die de Drie Formulieren van Enigheid belijden reformatorisch.

Christelijk leven

Mag een man lang haar hebben volgens de Bijbel?

Volgens de Bijbel is lang haar bij een man geen eer: Paulus schrijft dat de natuur zelf leert dat het hem een oneer is (1 Korinthe 11:14). Christenen verschillen over de vraag of dat een blijvende scheppingsregel is of een gewoonte uit die tijd. In reformatorische gemeenten dragen jongens en mannen hun haar meestal kort.

Kerk en sacramenten

Wat is het verschil tussen een dominee, predikant en pastoor?

Het verschil tussen een dominee en een pastoor volgt de grens tussen protestant en rooms-katholiek. Dominee en predikant zijn twee namen voor dezelfde protestantse dienaar des Woords, die preekt en de sacramenten bedient. Een pastoor is een rooms-katholieke priester die een parochie leidt. Reformatorische kerken kennen geen priester naast Christus (1 Timotheüs 2:5).

Verdiep u verder