De Zalving van David door Samuel (1 Samuel 16:1-13)
1 Samuel hoofdstuk 16 markeert een cruciaal keerpunt in de geschiedenis van Israël. God verwerpt definitief koning Saul en kiest David, de jongste zoon van Isaï uit Bethlehem, als Zijn nieuwe gezalfde.
Gods Opdracht aan Samuel
Het hoofdstuk begint met Gods opdracht aan Samuel om te stoppen met rouwen over Saul. God stuurt hem naar Bethlehem om een nieuwe koning te zalven uit de zonen van Isaï. Deze opdracht vereist moed van Samuel, omdat het zalven van een nieuwe koning terwijl Saul nog leeft, hoogverraad zou betekenen.
God Kijkt Naar het Hart
Wanneer Samuel de indrukwekkende Eliab ziet, denkt hij dat deze zeker Gods uitverkorene moet zijn. Maar God spreekt de beroemde woorden uit vers 7: "De mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan." Dit is een fundamenteel principe dat door de hele Bijbel heen geldt.
Samuel moet zeven zonen van Isaï afwijzen voordat David, de jongste die de schapen hoedde, wordt geroepen. David wordt beschreven als "roodachtig, mitsgaders schoon van ogen en schoon van aanzien" (vers 12), maar belangrijker is dat God zijn hart had gezien.
De Zalving en Gods Geest
Wanneer Samuel David zalft "in het midden zijner broederen", wordt de Geest des HEEREN vaardig over hem "van dien dag af en voortaan" (vers 13). Dit contrasteert scherp met vers 14, waar we lezen dat Gods Geest van Saul week en een boze geest hem begon te kwellen.