Op een bruiloft, een schoolfeest of een verjaardag komt de vraag vroeg of laat: doet u mee of blijft u zitten? Veel reformatorische jongeren horen thuis en in de kerk dat dansen niet past, terwijl de Bijbel vertelt dat David voor de ark uit huppelde. Op deze pagina leest u wat de Schrift over dansen zegt, welk dansen zij afkeurt, waarom reformatorische kerken terughoudend zijn en waar christenen hierin verschillend over denken.
Wat zegt de Bijbel over dansen?
De Bijbel spreekt een aantal keren over dansen, en lang niet altijd afkeurend. Na de doortocht door de Rode Zee pakt Mirjam een trommel: 'en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien' (Exodus 15:20). Het lied dat zij daarbij zingen, gaat over de HEERE, Die het paard en zijn ruiter in de zee wierp (Exodus 15:21). Ook toen David terugkwam van het slaan der Filistijnen, gingen de vrouwen uit alle steden van Israël koning Saul tegemoet met gezang en reien (1 Samuël 18:6).
Het bekendste voorbeeld staat in 2 Samuël 6. Als de ark naar Jeruzalem wordt gebracht, staat er: 'En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des HEEREN' (2 Samuël 6:14). Zijn vrouw Michal ziet hem door het venster en veracht hem in haar hart. David antwoordt dat hij dit deed voor de HEERE, Die hem verkoren had (2 Samuël 6:21). In de uitleg van 2 Samuël 6 leest u het hele verband, en op de pagina over het leven van koning David ziet u hoe deze dag in zijn geschiedenis past.
Prediker noemt het opspringen van blijdschap iets wat zijn plaats heeft in het leven: 'een tijd om te kermen, en een tijd om op te springen' (Prediker 3:4). En Jeremia belooft dat God de rouw van Zijn volk in vrolijkheid zal veranderen, zodat de jonkvrouw zich weer verblijdt in de rei (Jeremia 31:13).
Wat betekenen reien en huppelen in de Statenvertaling?
Wie in de Statenvertaling zoekt naar het woord dansen, vindt het maar een paar keer. Meestal staat er reien, huppelen of opspringen. Een rei is een groep die zingend in een kring of rij beweegt, een reidans. Huppelen en springen beschrijven de beweging van iemand die zich van blijdschap niet stil kan houden. Waar het woord wel staat, is het soms heel alledaags. De Heere Jezus vergelijkt Zijn tijdgenoten met kinderen op de markt die klagen dat de anderen niet dansten toen er op de fluit gespeeld werd (Mattheüs 11:17).
Opvallend is waar en hoe er gedanst wordt. In de bekendste teksten dansen vrouwen met vrouwen, zoals bij Mirjam en na de overwinning op de Filistijnen, of beweegt iemand alleen voor God, zoals David. Het gaat om blijdschap over een verlossing die God gaf. Ook bij de thuiskomst van de verloren zoon klinken gezang en gerei, omdat wie verloren was, gevonden is (Lukas 15:24-25). Meer daarover leest u bij wat de Bijbel over vreugde zegt. Een paardans zoals die op een feestavond of in een discotheek gewoon is, beschrijft de Bijbel nergens.
Welk dansen keurt de Bijbel af?
Naast de vreugde voor God kent de Bijbel ook dansen dat verkeerd is. Als Mozes van de berg komt, ziet hij 'het kalf, en de reien' (Exodus 32:19), en zijn toorn ontsteekt. Het volk had gegeten en gedronken en was opgestaan om te spelen (Exodus 32:6). Paulus haalt die geschiedenis later aan als waarschuwing tegen afgoderij (1 Korinthe 10:7). Daar hoort het dansen bij de dienst van een afgod.
Het tweede voorbeeld staat in de evangeliën. Op het verjaarsfeest van Herodes 'danste de dochter van Herodias in het midden van hen, en zij behaagde aan Herodes' (Mattheüs 14:6). Herodes belooft haar alles wat zij vraagt, en het gevolg is de dood van Johannes de Doper. Hier dient de dans om de ogen van de gasten te behagen, op een feest waar de koning zich door zijn lusten laat leiden.
Het verschil tussen deze voorbeelden ligt in het doel en de richting. David en Mirjam dansten voor het aangezicht van de HEERE en uit dankbaarheid. Het volk bij het kalf danste rond een afgod, en de dochter van Herodias danste om Herodes en zijn gasten te behagen.
Mag een christen dansen op een feest of in de discotheek?
Een discotheek of een dansavond op school is iets anders dan een rei van vrouwen na de verlossing. De sfeer, de muziek, de kleding en de bewegingen zijn er vaak op gericht de aandacht te trekken en elkaar op te zoeken. Daarom zien veel reformatorische christenen het uitgaansleven en het moderne paardansen als een stuk van de wereld waarover Paulus schrijft: 'En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds' (Romeinen 12:2).
Paulus geeft de vraag ook een positieve richting. U bent door Christus duur gekocht, en daarom roept hij op God te verheerlijken in lichaam en geest (1 Korinthe 6:20). Wie twijfelt of iets past, kan zich afvragen: kan ik dit doen tot eer van God (1 Korinthe 10:31), en trekt het mij of een ander naar onkuisheid? Tegelijk is het waar dat God tijden van rust en blijdschap geeft; daarover leest u meer bij de vraag wat de Bijbel over ontspanning zegt. Ouders kunnen deze vraag het best samen met hun kind doordenken, met 1 Korinthe 10:31 en Zondag 41 open op tafel.
Hoort dansen in de eredienst?
In sommige evangelische gemeenten en pinkstergemeenten wordt in de eredienst gedanst als uiting van lofprijzing. Zij beroepen zich op David voor de ark en op Mirjam bij de Rode Zee. Reformatorische kerken doen dat niet. Zij wijzen erop dat David danste bij een bijzondere gebeurtenis en niet in een geregelde dienst, en dat de gemeente in de samenkomst houdt aan wat God in Zijn Woord heeft ingesteld: de bediening van het Woord, het gebed, de sacramenten en het zingen. De samenzang heeft daar een vaste plaats, zoals u leest bij wat de Bijbel over muziek en zingen zegt. Paulus vraagt dat in de gemeente alle dingen eerlijk en met orde geschieden (1 Korinthe 14:40).
Waar christenen verschillen
Bijbelgetrouwe christenen zijn het erover eens dat de Bijbel blijdschap voor God niet afwijst, en dat dansen dat tot onkuisheid of afgoderij leidt zonde is. Over wat dat betekent voor het dansen van nu, denken zij verschillend.
- Geen dansen: in veel reformatorische gezinnen en kerken wordt elke vorm van dansen gemeden, van discotheek en schoolfeest tot dansles. Het hoort bij de wereld, en ook wat onschuldig lijkt, kan de deur openen. Men wijst op Romeinen 12:2 en op de oproep zich te onthouden van alle schijn van het kwaad (1 Thessalonicenzen 5:22).
- Onderscheid tussen soorten dansen: anderen wijzen het uitgaansleven en het uitdagende paardansen af, maar zien ruimte voor een kringspel van kinderen of een volksdans op een familiefeest. Zij beroepen zich op Prediker 3:4 en op de reien van Exodus 15.
- Dans als lofprijzing: in evangelische en charismatische kring hoort dans ook bij de aanbidding, met een beroep op 2 Samuël 6:14.
Over dit verschil binnen de reformatorische kerken geeft deze pagina geen eindoordeel. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Christenen die hierin verschillend kiezen, mogen elkaar niet verachten of oordelen (Romeinen 14:3). Wel vraagt Paulus dat ieder voor God een overtuigde keuze maakt: 'Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd' (Romeinen 14:5).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften noemen het dansen niet bij name. Wel spreekt de Heidelbergse Catechismus bij het zevende gebod over het lichaam en zijn bewegingen. In Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 109) staat dat God, omdat ons lichaam en onze ziel tempels van de Heilige Geest zijn, 'alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan' verbiedt. Dat laatste is de reden waarom veel reformatorische christenen voorzichtig zijn met dansen: het gaat om de vraag waartoe het trekt.
Voor de eredienst wijzen reformatorische kerken op Zondag 35 van de Catechismus (vraag 96): God wil niet anders vereerd worden dan Hij in Zijn Woord bevolen heeft. Tegelijk noemt Zondag 33 (vraag 90) het nieuwe leven van een christen 'een hartelijke vreugde in God door Christus'. Zo houden de belijdenisgeschriften beide kanten vast: de vreugde in God, en de zorg om lichaam en ziel rein te bewaren voor Hem Die ons kocht.
'Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord' (Psalm 30:12)