David Verzamelt Israël voor de Ark (vers 1-2)
In 2 Samuel hoofdstuk 6 lezen we over een keerpunt in Davids koningschap en Israëls geestelijk leven. David verzamelt dertigduizend uitverkorenen uit Israël om samen de ark van God te halen uit Baäle-Juda. Deze ark, ook wel 'de ark van de HEERE der heerscharen, die troont tussen de cherubs' genoemd, was het heiligste voorwerp van Israël en symboliseerde Gods aanwezigheid te midden van Zijn volk.
De Eerste Poging: Uzza's Dood (vers 3-11)
Davids goede bedoelingen leiden tot een tragische fout. Ze plaatsen de ark op een nieuwe kar, naar het voorbeeld van de Filistijnen (1 Samuel 6), maar dit was niet Gods bedoeling. Volgens de wet moesten de Levieten de ark dragen met stangen door de ringen (Exodus 25:14, Numeri 4:15).
Wanneer de runderen struikelen en Uzza de ark aanraakt om hem te steunen, wordt hij door God gedood. Deze schijnbaar harde reactie toont Gods absolute heiligheid. De ark was niet zomaar een religieus voorwerp, maar de zetel van Gods aanwezigheid. Uzza's welgemeende poging kon Gods heiligheid niet overtreden.
David wordt boos en bang. Hij noemt de plaats 'Perez-Uzza' (doorbraak van Uzza) en laat de ark bij Obed-Edom de Gethiet achter.