Een spelletje op de telefoon in de bus, een console in de huiskamer, een avond online met vrienden: games horen voor veel jongeren, en ook voor volwassenen, bij het gewone leven. In reformatorische gezinnen roept dat vragen op. Is gamen verkeerd, of kan het ontspanning zijn die God gunt? Hieronder leest u welke maatstaven de Bijbel geeft, waar de gevaren liggen, wat ouders kunnen doen en hoe christenen hier verschillend over denken.
Mag een christen gamen volgens de Bijbel?
De Bijbel noemt computerspellen nergens; ze bestonden eenvoudig nog niet. Wie een tekst zoekt die gamen verbiedt of toestaat, vindt die dus niet. Toch laat de Schrift de lezer hier niet zonder richting.
Spelen op zichzelf is geen zonde. De profeet Zacharia beschrijft het herstelde Jeruzalem als een stad waar kinderen vrij en veilig spelen: 'En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten' (Zacharia 8:5). Prediker kent een tijd om te lachen (Prediker 3:4). Ontspanning is een goede gave van God, zoals u leest bij de vraag welke plaats ontspanning in de Bijbel heeft.
Voor elk spel geldt wel dezelfde regel die Paulus voor het hele leven geeft: wat een christen ook doet, hij moet het doen tot eer van God (1 Korinthe 10:31). Daarmee wordt de vraag breder. Welk spel speelt u, hoe lang, en met welk hart? Een game verschilt daarin van een film. Wie speelt, kijkt niet alleen toe. Hij kiest, handelt en wordt beloond voor wat hij doet.
Hoeveel tijd mag gamen kosten?
De eerste maatstaf is de tijd. Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze: 'Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn' (Efeze 5:16). Tijd uitkopen betekent de gelegenheden benutten die God geeft, juist omdat de dagen boos zijn en er veel is dat een mens van God aftrekt. In de uitleg van Efeze 5 leest u hoe Paulus dat verbindt met wijs wandelen.
Veel games zijn zo gemaakt dat stoppen moeilijk is: een volgend niveau, een dagelijkse beloning, een ronde die nog net gewonnen kan worden. Wat begint als een halfuurtje, wordt gemakkelijk een avond. Mozes bidt in Psalm 90:12 of God Zijn volk wil leren hun dagen te tellen, zodat zij een wijs hart krijgen. Een christen vraagt zich daarom af wat er overblijft voor gebed en Bijbellezen, voor het gezin, voor huiswerk en werk, en voor de nachtrust.
Daar hoort ook de zondag bij. Het vierde gebod vraagt de rustdag te heiligen (Exodus 20:8). In veel reformatorische gezinnen blijven de console en de spelletjes op zondag uit, zodat de dag vrij is voor de kerkgang, het Woord en het gezin. Meer over schermen en techniek in het algemeen leest u bij wat de Bijbel zegt over technologie.
Wat zegt de Bijbel over games met geweld of magie?
De tweede maatstaf is de inhoud. Paulus noemt wat een christen in zijn gedachten toelaat: 'al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt' (Filippenzen 4:8). Omdat de speler zelf handelt, raakt de inhoud van een game nog dichter aan het hart dan wat iemand op een scherm ziet.
Over geweld zegt de psalmdichter: 'den goddeloze, en dien, die geweld liefheeft, haat Zijn ziel' (Psalm 11:5). Niet elk spel waarin gestreden wordt, is daarmee veroordeeld; ook de Bijbel vertelt over oorlogen. Er is wel een groot verschil tussen een strategiespel over een historische veldslag en een game waarin de speler wordt beloond voor wreedheid, of waarin geweld tegen weerlozen gewoon onderdeel van het spel is.
Hetzelfde geldt voor occulte thema's. God verbiedt Israël waarzeggerij, tovenarij, bezwering en het raadplegen van de doden (Deuteronomium 18:10-12). In veel fantasygames zijn spreuken, demonen en het oproepen van doden gewone middelen om verder te komen. Wie daar uren mee speelt, raakt gemakkelijk gewend aan wat God een gruwel noemt. Paulus schrijft: 'hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis' (Efeze 5:11). Daarnaast zijn er games met onkuise beelden en spellen waarin in de chat volop gevloekt wordt. Ook dat raakt wat een christen in zijn hart toelaat (Filippenzen 4:8).
Wanneer wordt gamen een verslaving?
De derde maatstaf is de vrijheid. Paulus schrijft over wat op zichzelf geoorloofd is: 'ik zal onder de macht van geen mij laten brengen' (1 Korinthe 6:12). Een spel dat ontspanning gaf, kan iemand ongemerkt gaan beheersen. Signalen daarvan zijn:
- de tijd glipt steeds weg en afspraken met uzelf houden geen stand;
- stoppen geeft onrust of boosheid;
- slaap, school, werk of gezin lijden eronder;
- er wordt gelogen of verborgen hoeveel er gespeeld wordt;
- andere bezigheden en mensen verliezen hun glans.
Een bijzonder punt zijn de lootboxen: verrassingspakketten in een spel die met echt of virtueel geld gekocht worden en een willekeurige inhoud hebben. Dat mechanisme lijkt sterk op een gokkast, en jongeren komen er zo al vroeg mee in aanraking. Wat de Bijbel over kansspelen zegt, leest u bij de vraag of gokken een zonde is.
Herkent u zich in deze signalen, bij uzelf of bij uw kind? Praat erover met iemand die u vertrouwt, met uw predikant of ouderling, en schakel bij ernstige zorgen de huisarts in. Wie hierin vastzit, mag de Heere om kracht bidden en telkens opnieuw beginnen. Wie onder de genade is, staat niet meer onder de heerschappij van de zonde (Romeinen 6:14).
Wat kunnen ouders doen als hun kind wil gamen?
Voor ouders weegt de vraag het zwaarst. 'Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken' (Spreuken 22:6). Wat een kind leert over tijd, inhoud en zelfbeheersing, neemt het mee in zijn verdere leven. Praktische stappen die veel ouders nemen:
- weten wat het kind speelt, en het spel eens samen bekijken of spelen;
- letten op de leeftijdsaanduiding en de inhoudssymbolen van PEGI op de verpakking of in de winkel;
- vaste tijden afspreken en schermen 's avonds buiten de slaapkamer houden;
- aankopen in een spel afsluiten met ouderlijk toezicht;
- uitleggen waarom contact met onbekenden in online games risico's heeft.
Het voorbeeld van vader en moeder spreekt daarbij luider dan elke regel. Paulus vraagt vaders hun kinderen op te voeden in de lering en vermaning van de Heere, zonder hen tot toorn te verwekken (Efeze 6:4). Meer daarover vindt u bij wat de Bijbel zegt over opvoeding.
Waar christenen verschillen
Bijbelgetrouwe christenen zijn het erover eens dat tijd en hart van God zijn, en dat occulte, onkuise en wrede inhoud bij een christen niet past. Over de vraag wat dat voor games betekent, denken zij verschillend.
- Geen games en geen spelcomputer in huis. De verleiding tot tijdverlies en verslaving is te groot, en de spelwereld brengt de geest van de wereld binnen. Velen beroepen zich op Efeze 5:16 en Spreuken 4:23.
- Beperkt en bewust gekozen. Denk-, bouw- en sportspellen of educatieve spellen mogen, met duidelijke afspraken over tijd en zonder online contact met onbekenden.
- Vrijheid met toetsing. Gamen is een vorm van ontspanning als andere, zolang elk spel getoetst wordt aan de Schrift: 'Beproeft alle dingen; behoudt het goede' (1 Thessalonicenzen 5:21).
In een deel van de reformatorische kerken en scholen leeft dezelfde terughoudendheid als bij de televisie; bij de vraag of een christen tv mag kijken leest u waar die vandaan komt. Deze pagina geeft geen eindoordeel. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Wie een andere keuze maakt dan u, is daarom niet minder uw broeder of zuster (Romeinen 14:3).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften spreken niet over games, wel over de vraag aan wie een christen toebehoort. In Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 1) belijdt de gelovige dat hij met lichaam en ziel 'mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 1, vraag 1). Dat geldt ook voor de vrije tijd. Hetzelfde antwoord eindigt ermee dat de Heilige Geest de gelovige bereid maakt om voortaan voor Christus te leven.
In Zondag 38 (vraag 103) leert de Catechismus bij het vierde gebod dat de gelovige op de rustdag naarstig naar de gemeente komt, en alle dagen van zijn leven van zijn boze werken rust. Zo wordt ook het gamen een vraag naar heiliging: kan ik dit spel spelen als iemand die aan Christus toebehoort?
'Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods' (1 Korinthe 10:31)