Met kerst gedenken christenen de geboorte van de Heere Jezus, op Goede Vrijdag Zijn sterven. Hoeveel jaren liggen daartussen? De evangeliën geven geen geboortedatum en geen sterfdatum, wel een paar duidelijke aanwijzingen. Hieronder leest u welke leeftijd Lukas noemt, hoe lang Zijn openbare optreden duurde, hoe men tot een leeftijd bij Zijn sterven komt, wat de opmerking over vijftig jaren in Johannes 8 betekent en waarom het ertoe doet dat Hij jong stierf.
Hoe oud werd Jezus volgens de Bijbel?
De enige leeftijd die de Bijbel van de volwassen Jezus noemt, staat in Lukas 3. Direct na Zijn doop in de Jordaan schrijft Lukas: 'En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen' (Lukas 3:23). Het woord omtrent wijst op een ronde leeftijd. Hij kan dus ook een paar jaar ouder zijn geweest. Meer over dit hoofdstuk leest u in de uitleg van Lukas 3.
Lukas verbindt dat begin met de wereldgeschiedenis. Johannes de Doper trad op 'in het vijftiende jaar der regering van den keizer Tiberius, als Pontius Pilatus stadhouder was over Judea' (Lukas 3:1). Tiberius volgde keizer Augustus op in het jaar 14 na Christus; zijn vijftiende jaar valt dan in 28 of 29. Sommige uitleggers rekenen vanaf het jaar 12, toen Tiberius al medeheerser was, en komen zo op 26 of 27.
Over de jaren daarvoor zwijgt de Bijbel bijna helemaal. Lukas vertelt alleen dat Jezus twaalf jaar was toen Hij met Zijn ouders naar het paasfeest in Jeruzalem ging (Lukas 2:42), en dat Hij toenam in wijsheid, in grootte en in genade bij God en de mensen (Lukas 2:52). Waarom Hij juist rond Zijn dertigste begon, zegt de Schrift niet. Wel markeert die leeftijd in het Oude Testament vaker een begin: de Levieten die de tabernakel droegen en bedienden, deden dat van hun dertigste jaar af (Numeri 4:3), Jozef was dertig toen hij voor Farao stond (Genesis 41:46) en David werd op zijn dertigste koning (2 Samuël 5:4).
Hoe lang duurde de openbare bediening van Jezus?
Mattheüs, Markus en Lukas noemen in de tijd van Jezus' openbare optreden maar één pascha: het laatste, waarin Hij stierf. Johannes vertelt meer. Hij noemt verschillende keren een feest in Jeruzalem:
- het eerste pascha, bij de reiniging van de tempel: 'En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem' (Johannes 2:13);
- een feest der Joden zonder naam (Johannes 5:1), dat sommige uitleggers ook als pascha lezen;
- het pascha in de tijd van de spijziging van de vijfduizend (Johannes 6:4);
- het laatste pascha, waarop Hij gekruisigd werd (Johannes 11:55 en 13:1).
Zijn het drie paasfeesten, dan duurde het optreden ruim twee jaar; telt het feest van Johannes 5 mee, dan ruim drie jaar. Daar komt de bekende gedachte vandaan dat Jezus ongeveer drie jaar heeft gepredikt. Clemens van Alexandrië (Stromata, boek 1, hoofdstuk 21) dacht aan één jaar, omdat Jezus het aangename jaar des Heeren kwam prediken (Lukas 4:19). Die lezing maakt van een profetisch jaar een kalenderjaar en vond weinig navolging.
Bij dat eerste pascha zeiden de Joden dat er zesenveertig jaar aan de tempel gebouwd was (Johannes 2:20). Volgens Flavius Josephus (Joodse oudheden, boek 15) begon Herodes de herbouw in het achttiende jaar van zijn regering, rond 20 voor Christus. Zesenveertig jaar later komt men uit rond 27 of 28 na Christus, dicht bij de tijd die Lukas 3:1 aangeeft. Meer over dit begin leest u in de uitleg van Johannes 2.
Hoe oud was Jezus toen Hij stierf?
Voor de leeftijd bij Zijn sterven zijn twee jaartallen nodig: het geboortejaar en het sterfjaar. Geen van beide staat in de Bijbel; beide zijn berekeningen. Het geboortejaar ligt waarschijnlijk tussen 6 en 4 voor Christus, omdat Jezus geboren werd in de dagen van koning Herodes. Hoe men daartoe komt, leest u bij de vraag wanneer Jezus geboren is.
Voor het sterfjaar zijn er drie vaste punten. Jezus werd overgegeven aan Pontius Pilatus (Mattheüs 27:2), die van 26 tot 36 na Christus stadhouder van Judea was. Hij stierf op een vrijdag, de voorbereiding vóór de sabbat (Markus 15:42). En het was rond het pascha, dat in de lentemaand Nisan bij volle maan gevierd werd. Sterrenkundige berekeningen van de Joodse kalender in die jaren wijzen vooral op twee data: 7 april 30 en 3 april 33 na Christus. Zo kwamen Colin Humphreys en Graeme Waddington (Dating the Crucifixion, Nature, 1983) op deze twee mogelijkheden uit. Beide hebben aanhangers onder uitleggers en historici.
Omdat er geen jaar nul is, komt men daarmee uit op een leeftijd tussen ongeveer drieëndertig en achtendertig jaar. Het vertrouwde getal drieëndertig is de optelsom van Lukas 3:23 en de paasfeesten van Johannes: omtrent dertig, plus ongeveer drie jaar. Dat is een goede benadering, zolang men onthoudt dat het een berekening is. De Bijbel zelf noemt geen leeftijd bij Zijn sterven.
Was Jezus bijna vijftig, zoals Johannes 8 lijkt te zeggen?
In een twistgesprek in de tempel zei Jezus dat Abraham zich verheugd had om Zijn dag te zien (Johannes 8:56). De Joden antwoordden: 'Gij hebt nog geen vijftig jaren, en hebt Gij Abraham gezien?' (Johannes 8:57). Irenaeus van Lyon (Tegen de ketterijen, boek 2, hoofdstuk 22) leidde hieruit af dat Jezus de veertig al gepasseerd was. Vrijwel alle uitleggers lezen het anders. De tegenstanders noemen een ruime grens om te zeggen dat Hij nog geen oude man was; een leeftijd geven zij niet. Dat past bij de omtrent dertig jaar van Lukas.
Belangrijker is het antwoord van Jezus: 'Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik' (Johannes 8:58). Naar Zijn menselijke natuur was Hij nog geen vijftig; als de eeuwige Zoon van God was Hij er al vóór Abraham. Meer over wie Hij is en wat Hij deed, leest u op de pagina over de Heere Jezus.
Waarom stierf Jezus zo jong?
Wie halverwege de dertig sterft, sterft in de kracht van zijn leven. Zo was het met de Heere Jezus. Over de Knecht van de HEERE had Jesaja geschreven: 'Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest' (Jesaja 53:8). Zijn leven werd afgebroken, en dat om de zonde van anderen.
In Psalm 102 klaagt de dichter dat God zijn dagen heeft verkort (Psalm 102:24), en hij bidt: 'Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen' (Psalm 102:25). Direct daarna houdt hij zich vast aan Gods eeuwigheid, en Hebreeën 1 past dat vervolg van de psalm toe op de Zoon (Hebreeën 1:10-12). Zo horen christenen in deze psalm ook hun Heiland: Hij Wiens jaren geen einde hebben, liet Zich wegnemen in het midden van Zijn dagen.
Hebt u zelf iemand jong moeten missen? Dan mag u weten dat een afgebroken leven de Heere Jezus niet vreemd is; Hij kan medelijden hebben met onze zwakheden (Hebreeën 4:15). Spreek er gerust over met uw predikant of ouderling.
Toch was Zijn werk op aarde af. In de nacht voor Zijn lijden bad Hij: 'Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen' (Johannes 17:4), en aan het kruis riep Hij dat het volbracht was (Johannes 19:30). Wat er op die dag gebeurde, leest u bij Goede Vrijdag.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften noemen geen leeftijd, wel de betekenis van de jaren die Hij leefde. In de Apostolische Geloofsbelijdenis volgt op de geboorte uit de maagd Maria direct het lijden onder Pontius Pilatus. Zondag 15 van de Heidelbergse Catechismus legt het woord geleden zo uit: 'Dat Hij aan lichaam en ziel de ganse tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde, den toorn Gods tegen de zonde des gansen menselijken geslachts gedragen heeft' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 15, vraag 37). Zijn lijden begon dus al vóór Goede Vrijdag en besloeg al Zijn jaren, van de kribbe tot het kruis. Vraag 38 voegt toe dat Hij, onschuldig, onder een wereldlijke rechter veroordeeld werd, opdat wij van het strenge oordeel van God bevrijd zouden worden.
Artikel 18 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de Zoon van God een ware menselijke natuur heeft aangenomen, met al haar zwakheden, uitgenomen de zonde (Hebreeën 4:15). Daarom kon Hij werkelijk opgroeien en ouder worden. Artikel 21 belijdt dat Hij Zichzelf als Hogepriester voor ons aan het kruis heeft geofferd en met Zijn lijden voor onze zonden heeft betaald. In die ruim dertig jaren heeft de Heere Jezus als Middelaar het werk volbracht dat voor zondaren nodig was.
'Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden' (Hebreeën 1:12)