Veel mensen verlangen ernaar dat God persoonlijk tot hen spreekt. Sommigen vragen zich af waarom zij nooit een stem horen, terwijl Mozes en Samuël dat wel deden. Anderen horen verhalen over dromen en innerlijke ingevingen en weten niet wat zij daarvan moeten denken. Op deze pagina leest u hoe God Zich in de Bijbel bekendmaakt, hoe Hij vandaag spreekt en hoe u dromen en indrukken aan Zijn Woord toetst.
Hoe spreekt God tot mensen volgens de Bijbel?
De brief aan de Hebreeën opent met een overzicht van de hele geschiedenis van Gods spreken: 'God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon' (Hebreeën 1:1). Op velerlei wijze: God riep Mozes uit het braambos (Exodus 3:4), Hij kwam tot Elia in het suizen van een zachte stilte (1 Koningen 19:12) en Hij sprak tot de profeten door woorden en gezichten. In Christus kwam dat spreken tot zijn hoogtepunt. Hij is Zelf het Woord, en Hij heeft de Vader ons verklaard (Johannes 1:18). Meer daarover leest u in de uitleg van Hebreeën 1.
Daarbij onderscheidt de kerk twee manieren waarop God Zich bekendmaakt. De algemene openbaring is voor alle mensen: 'De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk' (Psalm 19:2). Wie naar de sterrenhemel kijkt, ziet iets van Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid (Romeinen 1:20). Over de vergeving van zonden en over een Verlosser zwijgt de schepping echter. Daarvoor is de bijzondere openbaring nodig: het Woord dat God door profeten en apostelen gaf en dat in de Bijbel is opgeschreven.
Spreekt God nog vandaag?
Ja, God spreekt nog, en wel door Zijn Woord. Wat Hij eens door profeten en apostelen sprak, heeft Hij laten opschrijven, zodat het voor alle tijden en plaatsen beschikbaar is. Paulus schrijft: 'Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is' (2 Timotheüs 3:16). Zo is de mens Gods tot alle goed werk toegerust (2 Timotheüs 3:17). Hoe God de bijbelschrijvers daarbij gebruikte, leest u bij de vraag of de Bijbel door God ingegeven is.
Die Schrift is geen dode letter. Het Woord Gods is levend en krachtig (Hebreeën 4:12). Wie de Bijbel leest, hoort daarin God Zelf spreken. Dat gebeurt in het bijzonder in de prediking: 'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods' (Romeinen 10:17). Wanneer een predikant het Woord trouw uitlegt, gebruikt God dat om mensen te roepen, te troosten en te vermanen.
Hoe hoort u Gods stem?
De Heere Jezus zegt: 'Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij' (Johannes 10:27). Zijn schapen horen die stem in het Woord van de Goede Herder. Gods stem horen begint daarom bij het lezen van de Bijbel, het luisteren naar de prediking en het gebed dat de Heere Zelf wil spreken. De jonge Samuël is daarin een voorbeeld: 'Spreek, want Uw knecht hoort' (1 Samuël 3:10).
Daarbij is de Heilige Geest onmisbaar. De Heere Jezus beloofde de apostelen dat de Geest der waarheid hen in al de waarheid zou leiden (Johannes 16:13). Door hun woord, dat in de Schrift staat, leidt dezelfde Geest ook nu de gemeente. Hij brengt geen nieuw woord naast de Bijbel; Hij opent het hart voor het Woord dat er al is. Zo opende de Heere het hart van Lydia, zodat zij acht gaf op wat Paulus sprak (Handelingen 16:14).
In reformatorische kringen spreekt men wel van een tekst die iemand persoonlijk wordt toegepast: een bijbelwoord dat bij het lezen of onder de preek opeens voor u bestemd blijkt. Dat is het werk van de Geest door het Woord, en daarom blijft het aan het Woord gebonden. Een tekst die uit zijn verband gehaald wordt om iets te beloven wat de Schrift nergens belooft, is geen stem van God. Wie zo'n ervaring nooit had, staat daarmee niet buiten Gods spreken. In elke trouwe preek en elke bijbellezing komt de nodiging van het evangelie ook tot u.
Spreekt God door dromen?
In de Bijbel gaf God soms dromen en gezichten. Jozef verklaarde de dromen van Farao en zei erbij dat de uitleg bij God lag (Genesis 41:16). Daniël getuigde voor Nebukadnezar dat er een God in de hemel is Die verborgenheden openbaart (Daniël 2:28). Dat waren bijzondere momenten in de geschiedenis van Gods verlossing, geen dagelijkse gang van zaken.
En een droom vandaag? God is vrij, en niemand schrijft Hem voor waardoor Hij een mens tot nadenken brengt. Toch staat een droom nooit op één lijn met de Schrift. Al door Jeremia waarschuwde de HEERE tegen profeten die hun dromen als Zijn woord brachten: 'wat heeft het stro met het koren te doen? spreekt de HEERE' (Jeremia 23:28). God kan in Zijn voorzienigheid ook een droom gebruiken om iemand naar Zijn Woord te doen grijpen; de droom zelf is dan geen nieuw woord van God. Een droom die iets nieuws wil leren of u een keuze voorschrijft, heeft geen gezag. Meer bijbelplaatsen vindt u bij wat de Bijbel zegt over dromen.
Johannes geeft daarom een duidelijke opdracht: 'beproeft de geesten, of zij uit God zijn' (1 Johannes 4:1). De maatstaf is wat God al gesproken heeft. Wie een indruk, stem of droom ervaart, legt die naast de Schrift: past het bij wat de Bijbel zegt over Christus, over zonde en genade en over Gods geboden? Twijfelt u over een droom of indruk, bespreek die dan met uw predikant of ouderling. Hoe het zit met beslissingen nemen en om een teken vragen, leest u bij de vraag hoe u Gods wil leert kennen.
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen geloven dat God in de Bijbel gesproken heeft en dat niets wat later komt daarmee in strijd mag zijn. Of God daarnaast nog op andere manieren spreekt, daarover lopen de antwoorden uiteen.
- De Schrift alleen: met de afsluiting van de Schrift is de openbaring voltooid. God spreekt vandaag door Zijn Woord, dat de Geest in het hart toepast. Dit is de lijn van de Reformatie; zij wijst op Hebreeën 1:1-2 en op de gemeente die gebouwd is op het fundament van de apostelen en profeten (Efeze 2:20).
- Profetie en dromen als gave voor nu: pinkster- en charismatische kerken geloven dat de Geest ook vandaag profetieën, dromen en gezichten geeft. Zij wijzen op de belofte dat zonen en dochters zullen profeteren en ouden dromen zullen dromen (Handelingen 2:17), en op de oproep om de profetieën niet te verachten (1 Thessalonicenzen 5:20). De meesten voegen eraan toe dat zo'n woord ondergeschikt is aan de Bijbel en getoetst moet worden (1 Thessalonicenzen 5:21).
- Schrift en overlevering: de Rooms-Katholieke Kerk leert dat Gods Woord tot ons komt in de Schrift en in de overlevering van de kerk, die samen door het leergezag worden uitgelegd (Tweede Vaticaans Concilie, Dei Verbum, 1965, nr. 9-10).
De reformatorische kerken houden met de Drie Formulieren van Enigheid vast aan de eerste lijn. Hebreeën 1 stelt het spreken door de Zoon voor als Gods laatste en volkomen spreken, en een woord dat altijd getoetst moet worden, kan geen gezag naast de Bijbel krijgen. Over de vraag in hoeverre buitengewone gaven zijn opgehouden, verschillen ook reformatorische theologen in accent; over het gezag van de Schrift zijn zij het eens. Een verschil in deze vraag maakt iemand geen ongelovige.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Volgens artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis kennen wij God door twee middelen. Het eerste is de schepping, onderhouding en regering van de wereld, een schoon boek waarin elk schepsel als een letter iets van Gods onzienlijke dingen laat zien. Het tweede is Zijn heilig Woord, waarin Hij Zich duidelijker en vollediger bekendmaakt, zoveel als ons in dit leven nodig is, tot Zijn eer en tot de zaligheid van de Zijnen.
Artikel 7 belijdt dat de Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat, met alles wat een mens moet geloven om zalig te worden. Daarom mag niemand, zelfs geen engel uit de hemel, iets anders leren dan wat de Schrift leert (Galaten 1:8). Geen menselijk geschrift, gewoonte of kerkelijk besluit mag op één lijn staan met het Woord van God.
De Heidelbergse Catechismus laat zien hoe God door dat Woord in het hart werkt. Op de vraag waar het ware geloof vandaan komt, antwoordt Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus: 'Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des Heiligen Evangelies' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 25, vraag 65). In Zondag 6 (vraag 19) beschrijft de catechismus hoe God het evangelie eerst in het paradijs openbaarde, daarna door patriarchen en profeten liet verkondigen en ten slotte door Zijn eniggeboren Zoon vervulde: dezelfde lijn als Hebreeën 1.
'Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad' (Psalm 119:105)