Inleiding tot Romeinen 10
Romeinen 10 vormt het hart van Paulus' betoog over redding door geloof alleen. In dit hoofdstuk legt de apostel uit waarom Israël, ondanks hun ijver voor God, de redding heeft gemist. Tegelijkertijd benadrukt hij het universele karakter van het evangelie en de noodzaak van evangelisatie.
Paulus' hartzeer voor Israël (vers 1-3)
Paulus begint met een emotionele bekentenis: zijn hartenwens en gebed tot God is dat Israël gered mag worden. Deze woorden tonen zijn diepe liefde voor zijn eigen volk. Hij erkent dat de Israëlieten ijver hebben voor God, maar het is een ijver 'niet naar erkentenis' (vers 2). Hun probleem is niet een gebrek aan religieuze toewijding, maar een verkeerd begrip van Gods weg tot redding.
De Israëlieten probeerden hun eigen gerechtigheid op te richten door middel van de wet, in plaats van zich te onderwerpen aan de gerechtigheid van God (vers 3). Dit is een fundamentele les: oprechte religieuze ijver alleen is niet genoeg als het niet gebaseerd is op de juiste kennis van Gods plan.
De weg van redding door geloof (vers 4-13)
Vers 4 bevat een van de kernuitspraken van het Nieuwe Testament: 'Christus is het einde van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.' Dit betekent niet dat Christus de wet heeft afgeschaft, maar dat Hij het doel en de vervulling ervan is. Door Christus wordt de gerechtigheid die de wet eiste, toegeëigend aan ieder die gelooft.