Ga naar hoofdinhoud
Ethiek en samenlevingGevorderd

Wat zegt de Bijbel over de doodstraf?

Kort antwoord

De Bijbel geeft de overheid het recht om de doodstraf op te leggen voor moord, omdat de mens naar Gods beeld gemaakt is (Genesis 9:6). Ook het Nieuwe Testament erkent dat de overheid het zwaard draagt. Christenen verschillen wel over de vraag of een overheid dat recht vandaag mag of moet gebruiken.

Na een gruwelijke moord komt telkens de vraag op of de doodstraf terug moet. Christenen zoeken het antwoord in de Bijbel en vinden daar teksten die elkaar op het eerste gezicht lijken tegen te spreken: het gebod aan Noach in Genesis 9 en de woorden van de Heere Jezus bij de vrouw die gestenigd zou worden. Op deze pagina leest u wat de Schrift zegt, hoe de wet van Mozes daarbij past en waarom christenen hierover verschillend denken.

Waar staat de doodstraf in de Bijbel?

De belangrijkste tekst staat direct na de zondvloed. God zegent Noach en zijn zonen en zegt: 'Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt' (Genesis 9:6). Een vers eerder zegt God dat Hij het bloed van de mens zal eisen (Genesis 9:5).

Twee dingen vallen op. Ten eerste de reden: de mens is naar Gods beeld gemaakt. De doodstraf voor moord komt hier voort uit de hoge waarde van het menselijk leven; wie een mens doodt, vergrijpt zich aan Gods beeld. Ten tweede het moment: dit woord klinkt eeuwen vóór de wet van Mozes en is gericht tot Noach, de stamvader van alle volken. Daarom lezen veel uitleggers het als een ordening voor de hele mensheid, en niet alleen voor Israël. In de uitleg van Genesis 9 leest u het hele verband.

Wat zegt de wet van Mozes over de doodstraf?

In de wet die God aan Israël gaf, komt de doodstraf vaak voor. Bij moord is de regel helder: 'Wie iemand slaat, dat hij sterft, die zal zekerlijk gedood worden' (Exodus 21:12). Voor een moordenaar mocht geen losgeld worden aangenomen (Numeri 35:31). De wet noemt de doodstraf ook bij het ontheiligen van de sabbat (Exodus 31:14), het vloeken van vader of moeder (Exodus 21:17), overspel (Leviticus 20:10) en het verleiden tot afgoderij (Deuteronomium 13:10).

Tegelijk is diezelfde wet zorgvuldig. Wie onopzettelijk iemand had gedood, kon vluchten naar een vrijstad (Numeri 35:11). Niemand mocht ter dood gebracht worden op de verklaring van één getuige (Deuteronomium 17:6). En het beginsel oog voor oog en tand voor tand (Exodus 21:24) gaf de rechter een maat en sneed buitensporige wraak af; zie de vraag wat oog om oog, tand om tand betekent.

Geldt die wet vandaag nog? De reformatorische uitleg onderscheidt de zedenwet, de ceremoniële wetten en de burgerlijke wetten van Israël. De Tien Geboden blijven gelden, ook het zesde gebod (Exodus 20:13). De offers zijn in Christus vervuld. De burgerlijke wetten hoorden bij Israël als volk onder Gods directe regering. Calvijn schreef dat elk volk eigen wetten mag maken, zolang die overeenkomen met de rechtvaardigheid die Gods wet bedoelt (Institutie, boek IV, hoofdstuk 20, 14-16). De lijst met doodstraffen uit Exodus en Leviticus is dus geen wetboek voor een moderne staat. Genesis 9:6 staat daar apart van, omdat het vóór Mozes en voor alle volken gegeven is.

Draagt de overheid nog het zwaard?

In het Nieuwe Testament is Romeinen 13 de belangrijkste plaats. Paulus noemt de overheid Gods dienares en schrijft: 'want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet' (Romeinen 13:4). Het zwaard staat hier volgens de meeste uitleggers voor de macht van de overheid over leven en dood. Reformatorische uitleggers lezen hierin dat God de overheid de bevoegdheid geeft om te straffen, tot en met het leven van de dader.

Vlak daarvoor schrijft Paulus dat gelovigen zichzelf niet mogen wreken, omdat de wraak de Heere toekomt (Romeinen 12:19). Persoonlijke wraak is verboden; het straffen van het kwaad is aan God en aan de overheid die Hij daartoe stelt (zie ook 1 Petrus 2:14). Lees verder in de uitleg van Romeinen 13 en bij de bijbelteksten over de overheid.

Paulus erkende dit recht ook voor zichzelf toen hij voor de stadhouder Festus stond: 'indien ik onrecht doe, en iets des doods waardig gedaan heb, ik weiger niet te sterven' (Handelingen 25:11).

Heeft Jezus de doodstraf afgeschaft?

Tegenstanders van de doodstraf wijzen vaak op Johannes 8. Schriftgeleerden en Farizeeën brengen een vrouw die op overspel betrapt is bij de Heere Jezus, en vragen wat Hij zegt van het gebod van Mozes om haar te stenigen. Johannes voegt eraan toe dat zij Hem wilden verzoeken (Johannes 8:6). Jezus antwoordt: 'Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar' (Johannes 8:7). De aanklagers gaan weg, en tegen de vrouw zegt Hij: 'Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer' (Johannes 8:11).

Eerlijkheid vraagt hier een kanttekening. Het gedeelte Johannes 7:53-8:11 ontbreekt in een aantal van de oudste Griekse handschriften; in andere staat het er wel, en de Statenvertaling neemt het op. Veel reformatorische uitleggers houden het voor een betrouwbaar overgeleverde gebeurtenis. Wie er een leer op bouwt, doet er goed aan dat te weten.

Jezus spreekt de wet hier niet tegen en treedt ook niet op als rechter; die rol weigert Hij elders uitdrukkelijk (Lukas 12:14). De man die bij het overspel hoorde, ontbreekt, en de aanklagers zijn zelf niet zuiver. Jezus ontmaskert hun schijnheiligheid en toont een zondares genade. Het zwaard van de overheid neemt Hij daarmee niet weg; de apostel Paulus leert het later uitdrukkelijk in Romeinen 13.

Op Golgotha zegt een van de misdadigers dat zij hun straf rechtvaardig ontvangen (Lukas 23:41). Jezus spreekt dat niet tegen en belooft hem toch het Paradijs (Lukas 23:43). Het vonnis van de rechter bleef staan; de vergeving van God kwam erbij. Want Christus droeg zelf het oordeel over de zonde; op Hem lag de straf die ons vrede brengt (Jesaja 53:5).

Doodstraf en christendom: waar christenen verschillen

Bijbelgetrouwe christenen delen dat moord een zware zonde is, dat ieder mensenleven kostbaar is omdat de mens naar Gods beeld geschapen is, en dat God de overheid gesteld heeft om het kwaad te straffen. Het verschil gaat over de doodstraf zelf.

  • Voor de doodstraf bij moord: Genesis 9:6 is een blijvende ordening voor alle volken, Romeinen 13:4 bevestigt het zwaard van de overheid, en recht doen aan slachtoffers vraagt een straf die past bij het misdrijf. Dit was eeuwenlang de gangbare lijn in de kerk; Calvijn verdedigde het recht van de overheid om het zwaard te gebruiken (Institutie, boek IV, hoofdstuk 20, 10).
  • Tegen de doodstraf: Christus kwam om zondaren te redden, en een terechtgestelde krijgt geen tijd meer om zich te bekeren. God zegt bij Ezechiël: 'daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve' (Ezechiël 33:11). De doopsgezinde traditie wijst het gebruik van het zwaard door christenen af sinds de Schleitheimer Belijdenis (1527, artikel 6). De Rooms-Katholieke Kerk noemt de doodstraf sinds 2018 ontoelaatbaar (Catechismus van de Katholieke Kerk, nummer 2267).
  • Geoorloofd, maar onwenselijk: de overheid heeft volgens de Schrift het recht om de doodstraf op te leggen, maar hoeft het niet te gebruiken. Wie zo denkt, wijst op de kans op een gerechtelijke dwaling die niet te herstellen is en op de andere middelen die een overheid nu heeft om de samenleving te beschermen. Ook onder reformatorische christenen komt deze positie voor.

Nederland schafte de doodstraf in vredestijd af in 1870; sinds 1983 verbiedt de Grondwet haar (artikel 114). De gereformeerde belijdenis erkent het zwaard van de overheid als Gods ordening (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 36); of en wanneer een overheid de doodstraf toepast, laat zij over aan wijsheid en wetgeving. Wie hierover anders denkt dan een medechristen, staat daardoor niet buiten het geloof. Wie zelf een geliefde door geweld verloren heeft, draagt deze vraag anders mee; zoek dan ook het gesprek met uw predikant of ouderling.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

In Zondag 40 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 105) gaat het over het zesde gebod. Dat verbiedt de naaste te haten of te doden en alle wraakgierigheid, en sluit af met: 'Waarom ook de overheid het zwaard draagt, om den doodslag te weren' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 40, vraag 105). Het gebod beschermt het leven, en de overheid dient diezelfde bescherming. Vraag 107 voegt eraan toe dat God vraagt de naaste lief te hebben en zelfs vijanden goed te doen.

Artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God de overheid heeft ingesteld vanwege de verdorvenheid van het menselijk geslacht, om de ongebondenheid van de mensen te bedwingen. Daartoe gaf Hij haar het zwaard in handen, tot straf van de bozen en bescherming van de vromen; de woorden sluiten aan bij Romeinen 13:4 en 1 Petrus 2:14. Het noemt de doodstraf niet met name en schrijft niet voor hoe een overheid het recht van het zwaard vandaag moet gebruiken.

Boven alle menselijke rechtspraak staat het oordeel van God, en de genade die Hij in Christus aanbiedt aan elke zondaar die zich bekeert.

'Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere' (Romeinen 6:23)

Bijbelverwijzingen

doodstraf bijbelwat zegt de bijbel over de doodstrafdoodstraf christendomzwaard van de overheidzesde gebodhc zondag 40ngb art. 36

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

De Bijbel

Wat betekent 'oog om oog, tand om tand'?

Oog om oog, tand om tand is een rechtsregel uit de wet van Mozes (Deuteronomium 19:21). De rechter moest de straf laten passen bij het aangedane letsel en mocht nooit zwaarder straffen. Het was geen vrijbrief voor persoonlijke wraak. Jezus leert Zijn volgelingen geen kwaad met kwaad te vergelden; straffen blijft de taak van de overheid.

Ethiek en samenleving

Wat zegt de Bijbel over euthanasie?

De Bijbel zegt over euthanasie dat het zonde is tegen het zesde gebod: 'Gij zult niet doodslaan' (Exodus 20:13). Het leven is een gave van God en het moment van sterven ligt in Zijn hand. Afzien van zinloze behandeling of pijnbestrijding is geen euthanasie. Denkt u zelf aan zelfdoding? Bel 113 via 0800-0113, gratis en dag en nacht.

Ethiek en samenleving

Keurt de Bijbel slavernij goed?

Nee, de Bijbel keurt slavernij zoals de trans-Atlantische slavenhandel die kende nergens goed. Wie een mens roofde en verkocht, moest in Israël sterven (Exodus 21:16). Wel begrensde de wet een bestaand kwaad met regels voor schuldslavernij en voor slaven uit andere volken. In Christus zijn heer en slaaf broeders. Christenen misbruikten de Bijbel voor slavernij; anderen streden ertegen.

Ethiek en samenleving

Waarom hadden mannen in de Bijbel meerdere vrouwen?

Mannen in de Bijbel hadden meerdere vrouwen omdat polygamie in hun omgeving gewoon was en de zonde hen van Gods instelling deed afwijken. Vanaf de schepping is het huwelijk bedoeld voor één man en één vrouw (Genesis 2:24). De Bijbel beschrijft polygamie bij Abraham, Jakob, David en Salomo zonder haar goed te keuren, en toont de ellende die volgde.

Ethiek en samenleving

Wat zegt de Bijbel over transgender?

De Bijbel gebruikt het woord transgender niet; wel leert zij dat God de mens man en vrouw schiep (Genesis 1:27). Daarom ziet de kerk het lichaam als Gods gave, die bepaalt of iemand man of vrouw is. Wie lijdt onder genderdysforie, draagt een last van een gebroken wereld en verdient nabijheid. Over keuzes als een transitie verschillen christenen.

Verdiep u verder