Verouderd woord
Dienstmaagd
zelfstandig naamwoord
In het kort
Dienstmaagd betekent een vrouw die in dienst is van een ander: een dienstmeisje, en in de Bijbel vaak een slavin. Het mannelijke woord is dienstknecht. Wie zich voor God of een mens dienstmaagd noemt, zoals Maria, spreekt in nederigheid over zichzelf.
In hedendaags Nederlands: dienstmeisje, slavin, dienares, huishoudster
Wat betekent dienstmaagd?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft een dienstmaagd als een ongehuwde vrouwelijke dienstbode, en zegt dat het woord nu alleen nog gebruikt wordt als iemand schertsend deftig wil spreken. Bij dienstknecht geeft het WNT eerst iemand die in dienst van een ander staat, een knecht of ondergeschikte, en voegt eraan toe dat het in de bijbel in het bijzonder een slaaf betekent. Daarnaast noemt het WNT een geestelijk gebruik dat alleen nog in navolging van de bijbel voortleeft: iemand die zich geheel aan een ander toewijdt, en vooral de verhouding van de mens tot God. De kanttekening bij Galaten 4:22 zet bij Hagar, de dienstmaagd, als andere vertaling: slavin.
Niet wat u nu denkt
Wie bij dienstknecht of dienstmaagd denkt aan iemand met een baan en een loon, die zelf zijn ontslag kan nemen, mist vaak de ernst. Volgens het WNT betekent dienstknecht in de bijbel in het bijzonder slaaf, en de kanttekeningen geven bij Hagar slavin als vertaling. Juist daarom zegt het veel als Paulus zich een dienstknecht van Jezus Christus noemt: hij behoort zijn Heere helemaal toe.
Dienstmaagd in de Statenvertaling
271 keer, in 231 verzen en 38 bijbelboeken (dienstmaagd 97, dienstmaagden 23, dienstknecht 84, dienstknechten 67).
In het Oude Testament is de dienstmaagd vaak een slavin die bij een huisgezin hoort. Sarai had 'een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar' (Genesis 16:1), en Lea en Rachel kregen van hun vader elk een dienstmaagd mee. De wet regelt wat er gebeurt als iemand zijn dochter verkoopt 'tot een dienstmaagd' (Exodus 21:7). Paulus gebruikt Hagar en Sara in Galaten 4 als beeld van de dienstbaarheid en de vrijheid.
Vaak noemt een vrouw zichzelf dienstmaagd uit beleefdheid en ootmoed. Hanna bidt dat de HEERE de ellende van Zijn dienstmaagd zal aanzien, Abigail spreekt zo tegen David, en Ruth zegt tot Boaz: 'Ik ben Ruth, uw dienstmaagd' (Ruth 3:9). In Psalm 116:16 noemt de dichter zich 'een zoon Uwer dienstmaagd'. Maria antwoordt de engel: 'Zie, de dienstmaagd des Heeren' (Lukas 1:38), en in haar lofzang roemt zij dat God de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien.
De telling hierboven rekent ook dienstknecht en dienstknechten mee, het mannelijke woord. Dat wordt in het Nieuwe Testament een erenaam. Simeon noemt zich Gods dienstknecht die in vrede mag gaan. Paulus begint de brief aan de Romeinen met 'Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus' (Romeinen 1:1). Christus leert Zijn discipelen na al hun werk te zeggen: 'Wij zijn onnutte dienstknechten' (Lukas 17:10). En op de Pinksterdag wordt vervuld dat God Zijn Geest uitstort op Zijn dienstknechten en dienstmaagden.
Verzen met dienstmaagd
“Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar.”
Hagar is de Egyptische slavin van Sarai. Omdat Sarai geen kinderen kreeg, gaf zij haar dienstmaagd aan Abram; zo werd Ismaël geboren, met alle verdriet dat volgde.
“En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.”
Hanna noemt zichzelf in haar gebed drie keer Uw dienstmaagd. De kanttekening zegt dat zij met de ellende van de dienstmaagd haar onvruchtbaarheid bedoelt.
“En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.”
Maria geeft zich gewillig over aan Gods woord. Dienstmaagd des Heeren betekent hier: iemand die helemaal aan de Heere toebehoort en zich door Hem laat gebruiken.
“Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;”
De oude Simeon heeft het Kind gezien en noemt zich Uw dienstknecht. Volgens de kanttekening staat in het Grieks: ontbind, laat los, namelijk van dit leven, naar Gods belofte.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Galaten 4:22
de dienstmaagd, en. Of, slavin; namelijk, Agar (Hagar).
Bij de twee zonen van Abraham zetten de vertalers voor dienstmaagd een andere vertaling: slavin. Met slavin maken zij duidelijk dat Hagar geen vrije vrouw was, tegenover Sara, de vrije (vers 22).
Bij Lukas 1:48
de nederheid Zijner dienstmaagd. Dat is, den nederen en geringen staat. Want het strijdt tegen de deugd van nederigheid daarvan te roemen.
De kanttekening verklaart de nederheid als de nederige en geringe staat van Maria. Zij roemt dus niet in haar eigen nederigheid, want dat zou tegen die deugd ingaan, maar in Gods genade over een geringe dienstmaagd.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
שִׁפְחָה shiphchah (Hebreeuws, H8198)
Het Hebreeuwse shiphchah betekent volgens het Strong's-lexicon een dienstmaagd of slavin die tot het huisgezin behoort, vaak in dienst van een vrouw. Het lexicon noemt ook het gebruik waarin iemand zichzelf uit nederigheid zo noemt.
Onder meer in Genesis 16:1, Genesis 16:2 en 1 Samuël 25:41. Woordstudie bij H8198 (na inloggen).
δούλη doule (Grieks, G1399)
Het Griekse doule is volgens het Strong's-lexicon de vrouwelijke vorm van doulos: een slavin, gedwongen of vrijwillig. Maria gebruikt het van zichzelf, en Petrus haalt het aan op de Pinksterdag.
Onder meer in Lukas 1:38, Lukas 1:48 en Handelingen 2:18. Woordstudie bij G1399 (na inloggen).
δοῦλος doulos (Grieks, G1401)
Het Griekse doulos is volgens het Strong's-lexicon een slaaf, letterlijk of figuurlijk, gedwongen of vrijwillig, en daarom vaak in een ruimere zin van onderdanigheid. De Statenvertaling geeft het meestal met dienstknecht weer.
Onder meer in Lukas 2:29, Lukas 17:10 en Romeinen 1:1. Woordstudie bij G1401 (na inloggen).
Verwante woorden
- slavin: De andere vertaling die de kanttekening bij Galaten 4:22 geeft voor dienstmaagd.
- bijwijf: Een vrouw met een lagere positie dan de hoofdvrouw; Hagar werd door Sarai aan Abram gegeven.
- mededienstknecht: Iemand die dezelfde heer dient, zoals in de gelijkenis van Mattheüs 18:28.
- talent: In de gelijkenis van de talenten vertrouwt de heer zijn goederen aan zijn dienstknechten toe.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M013553. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M013552. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij 1 Samuël 1:11, Lukas 1:48, Lukas 2:29 en Galaten 4:22
- Strong's-lexicon: H8198, G1399 en G1401
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.