Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Spijze

zelfstandig naamwoord

In het kort

Spijze, ook spijs, betekent voedsel of eten: alles waarmee mens en dier gevoed worden. De Statenvertaling gebruikt het woord voor gewoon eten, voor het spijsoffer van meelbloem en olie, en in beeldspraak voor wat de ziel voedt, zoals de vaste spijs van de leer.

In hedendaags Nederlands: voedsel, eten, kost, gerecht

Wat betekent spijze?

Spijze is de oudere vorm van spijs, en het Woordenboek der Nederlandsche Taal behandelt beide in één artikel. De hoofdbetekenis is volgens het WNT datgene waarmee men zich gewoonlijk voedt: voedsel, eten, kost. Daarnaast kon spijs een bepaald gerecht zijn, en ook gekookt eten tegenover brood. Het WNT noemt het woord ontleend aan het middeleeuwse Latijn en zegt dat het in de dagelijkse spreektaal van Noord-Nederland niet of nauwelijks meer gebruikt wordt. Het leeft wel voort in een samenstelling als spijsvertering. Het werkwoord spijzigen betekent volgens het WNT: van voedsel voorzien, te eten geven.

Spijze in de Statenvertaling

338 keer, in 318 verzen en 40 bijbelboeken (spijze 121, spijzen 16, spijs 47, spijzigen 2, spijsoffer 152).

De vormen spijze, spijzen, spijs, spijzigen en spijsoffer staan samen 338 keer in de Statenvertaling, in 318 verzen verdeeld over 40 bijbelboeken. Bijna de helft daarvan is het woord spijsoffer, dat vooral in Numeri en Leviticus staat: het offer van meelbloem met olie en wierook uit Leviticus 2. Let op dat spijzen ook een werkwoord kan zijn. Als de HEERE in Jeremia 9:15 zegt dat Hij het volk zal spijzen met alsem, betekent dat: te eten geven.

Al op de eerste bladzijde van de Bijbel geeft God de mens het zaadzaaiende kruid en de vruchten van de bomen: 'het zij u tot spijze' (Genesis 1:29). De Psalmen belijden dat alle schepselen op Hem wachten: 'Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd' (Psalm 145:15). Spijs is daar het dagelijks voedsel dat God geeft. Daniël wilde zich niet verontreinigen met de spijs van de koning van Babel. Volgens de kanttekening aten de Chaldeeën spijzen die God aan Israël verboden had, en droegen zij hun spijzen ook aan hun afgoden op.

In het Nieuwe Testament krijgt spijs vaak een geestelijke betekenis. De Heere Jezus zegt bij de put in Sichar: 'Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft' (Johannes 4:34). In Kapernaüm waarschuwt Hij om niet te werken voor de spijs die vergaat, maar voor de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en Hij zegt: 'Mijn vlees is waarlijk Spijs'. Paulus schrijft dat het Koninkrijk Gods 'niet spijs en drank' is, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de Heilige Geest (Romeinen 14:17).

Verzen met spijze

  • Genesis 1:29

    “En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!”

    God geeft de mens bij de schepping planten en vruchten tot spijze. Spijze betekent hier gewoon voedsel, en het is de Schepper Zelf Die het geeft.

  • Psalm 104:27

    “Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.”

    Alle levende wezens, ook die in de zee, wachten op God voor hun eten. De kanttekening verklaart hun spijze als de spijs die God hun verordineerd heeft.

  • Johannes 4:34

    “Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.”

    De discipelen dringen erop aan dat de Heere Jezus eet. Hij antwoordt dat het doen van de wil van Zijn Vader Zijn spijs is: daarvan leeft Hij.

  • Hebreeën 5:14

    “Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.”

    Vaste spijze is voor wie volwassen is in het geloof. De kanttekening verklaart het als de diepste verborgenheden en leerstukken van Gods Woord, tegenover de eerste beginselen van de leer.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Leviticus 2:1

    spijsoffer den HEERE zal offeren,. Dat is, ene offerande, waarin men spijs of meelbloem offerde, dat ten dele den priester toekwam, ten dele met wierook werd verbrand. Zie de volgende verzen.

    De vertalers leggen uit wat een spijsoffer is: een offer van spijs of meelbloem. Een deel ervan was voor de priester, een ander deel werd met de wierook op het altaar verbrand.

  • Bij 1 Korinthe 3:2

    vaste spijs;. Dat is, de hogere verklaringen der Christelijke leer, die met hogere woorden en diepzinniger redenen worden voorgesteld. Zie breder Heb 5:12 , enz.

    Paulus kon de Korinthiërs nog geen vaste spijs geven, maar alleen melk. Volgens de kanttekening bedoelt hij met vaste spijs de hogere verklaringen van de christelijke leer, die met diepzinniger woorden en redenen worden uitgelegd.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • βρῶσις brosis (Grieks, G1035)

    Het Griekse brosis betekent volgens het Strong's-lexicon het eten, en bij uitbreiding voedsel, letterlijk of figuurlijk. In Johannes 6 staat het voor de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en in Romeinen 14:17 voor het eten waarin het Koninkrijk Gods niet bestaat.

    Onder meer in Johannes 6:27, Johannes 6:55 en Romeinen 14:17. Woordstudie bij G1035 (na inloggen).

  • βρῶμα broma (Grieks, G1033)

    Het verwante broma betekent volgens het lexicon voedsel, letterlijk of figuurlijk, en vooral spijzen die de wet toeliet of verbood. In Johannes 4:34 gebruikt de Heere Jezus het voor het doen van de wil van Zijn Vader.

    Onder meer in Johannes 4:34. Woordstudie bij G1033 (na inloggen).

  • מִנְחָה minchah (Hebreeuws, H4503)

    Het Hebreeuwse minchah betekent volgens het lexicon een gift of offergave, vaak een offer zonder bloed. In Leviticus vertaalt de Statenvertaling het met spijsoffer: het offer van meelbloem, gebakken of ongebakken, met olie.

    Onder meer in Leviticus 2:1 en Leviticus 2:4. Woordstudie bij H4503 (na inloggen).

Verwante woorden

  • spijzigen: Te eten geven; in Jeremia 23:15 dreigt de HEERE de valse profeten met alsem te spijzigen.
  • spijsoffer: Het offer van meelbloem met olie en wierook uit Leviticus 2.
  • vaste spijs: De diepere leer, tegenover de melk van de eerste beginselen in 1 Korinthe 3:2 en Hebreeën 5:12.
  • alsem: Bittere spijs uit de oordeelsprofetie; in Jeremia 9:15 spijst de HEERE het volk met alsem.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M065298. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M065306. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Leviticus 2:1, Psalm 104:27, Daniël 1:8, 1 Korinthe 3:2 en Hebreeën 5:14
  • Strong's-lexicon: G1035, G1033 en H4503
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.