Uit de bijbelse wereld
Alsem
zelfstandig naamwoord
In het kort
Alsem is een plant met een onaangename geur en een zeer bittere smaak. In de Statenvertaling is alsem bijna altijd beeldspraak: voor de bittere gevolgen van de zonde, voor de ellende van Gods oordeel en voor recht dat in onrecht verkeerd is.
In hedendaags Nederlands: bitter kruid, bitterheid, bittere ellende, bitter leed
Wat betekent alsem?
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is alsem eigenlijk een plant die in het wild op hoge zandgronden groeit, bekend om haar onaangename reuk en bittere smaak, en die in de geneeskunde gebruikt werd voor de maag en tegen wormen. Overdrachtelijk noemt het WNT alsem de bittere stof uit de toppen en knoppen van die plant, of het aftreksel ervan als bittere drank. Juist bij die betekenis haalt het WNT de Statenvertaling aan: Spreuken 5:4, Jeremia 9:15 en Deuteronomium 29:18. Onder invloed van de Bijbel werd alsem volgens het WNT een zinnebeeld van grievende smart. Het wordt dan vaak samen met gal genoemd, en staat tegenover zoet en honing.
Alsem in de Statenvertaling
10 keer, in 9 verzen en 6 bijbelboeken.
Alsem staat 10 keer in de Statenvertaling, in 9 verzen verdeeld over 6 bijbelboeken. Het woord komt nergens voor als gewone plant in een tuin of op het veld. Het is steeds een beeld, en vaak staat het naast gal of gallewater. Mozes waarschuwt Israël dat er onder hen geen wortel mag zijn 'die gal en alsem drage' (Deuteronomium 29:18): niemand die zijn hart van de HEERE afwendt om de goden van de volken te dienen.
In Spreuken 5:4 is het einde van de vreemde vrouw 'bitter als alsem', hoe zoet haar lippen ook druipen. Bij Jeremia dreigt de HEERE het afvallige volk en de valse profeten met alsem te spijzen en met gallewater te drenken. In de Klaagliederen klaagt de profeet: 'Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt' (Klaagliederen 3:15), en hij bidt: 'Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle'. De kanttekening verklaart dat als de bitterheid die in zijn ellende was.
Amos verwijt de machthebbers dat zij 'het recht in alsem verkeren' (Amos 5:7) en de vrucht der gerechtigheid in alsem (Amos 6:12). In Openbaring 8:11 valt bij de derde bazuin een ster uit de hemel die Alsem heet. Het derde deel van de wateren wordt bitter en veel mensen sterven. De kanttekening ziet in die ster een leer die bitter is als alsem en geen recht voedsel geeft, al lijkt zij in het begin anders.
Verzen met alsem
“Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;”
In het land van Moab vernieuwt Mozes het verbond en waarschuwt hij tegen afgoderij. Een wortel die gal en alsem draagt, is iemand wiens afval bittere vrucht voortbrengt voor heel het volk.
“Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.”
De vader waarschuwt zijn zoon voor de vreemde vrouw. Haar woorden zijn eerst zoet als honingzeem, maar het einde is bitter als alsem en scherp als een tweesnijdend zwaard.
“Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.”
De klager voelt zich door God met bitterheid verzadigd. Met alsem dronken gemaakt betekent volgens de kanttekening: door de veelheid van droefenissen en smarten bijna van zinnen en verstand beroofd.
“En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.”
De ster die Alsem heet, maakt een derde van de wateren bitter. Hier is alsem zelfs een eigennaam geworden; volgens de kanttekening was de ster inderdaad als alsem.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
gal en alsem drage;. Of, vergif, een vergiftig kruid; dat is, werken voortbrengt, die voor God gruwelijk zijn en den mens bitter [gelijk men zegt] opbreken, en als een dodelijk vergif zijn. Zie wijders Psa 69:22.
De vertalers geven als andere weergave: vergif, een vergiftig kruid. Een wortel die gal en alsem draagt, brengt werken voort die voor God gruwelijk zijn, de mens bitter opbreken en werken als dodelijk vergif.
Bij Amos 5:7
alsem verkeren,. Dat is, in enkel bitterheid, doende onrecht en leed aan de onschuldigen, die tot het recht [zijnde in zichzelven zeer zoet en aangenaam] hunne toevlucht veiliglijk behoorden te nemen, en daardoor bescherm te zijn. Verg. Amo 6:12 .
Het recht is volgens de kanttekening in zichzelf zoet en aangenaam: de onschuldige moet er veilig zijn toevlucht kunnen nemen. Wie het in alsem verkeert, maakt het tot enkel bitterheid door de onschuldigen onrecht en leed aan te doen.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
לַעֲנָה laanah (Hebreeuws, H3939)
Het Hebreeuwse laanah betekent volgens het Strong's-lexicon alsem, en figuurlijk bitterheid. Het lexicon tekent erbij aan dat de plant als giftig werd beschouwd. Het staat in deze verzen uit Deuteronomium, Spreuken, Amos en de Klaagliederen.
Onder meer in Deuteronomium 29:18, Spreuken 5:4, Amos 5:7 en Klaagliederen 3:15. Woordstudie bij H3939 (na inloggen).
ἄψινθος apsinthos (Grieks, G894)
Het Griekse apsinthos betekent volgens het lexicon alsem, als beeld van bitterheid en figuurlijk van rampspoed. In het Nieuwe Testament staat het alleen in dit vers, als naam van de ster en voor de wateren die bitter worden.
Onder meer in Openbaring 8:11. Woordstudie bij G894 (na inloggen).
Verwante woorden
- gal: Bijna altijd naast alsem genoemd; volgens de kanttekening bij Psalm 69:22 iets bovenmate bitters en zeer schadelijks.
- gallewater: Het bittere water waarmee de HEERE bij Jeremia dreigt het volk te drenken, naast de spijs van alsem.
- edik: Zure wijn; in Psalm 69:22 samen met gal genoemd: gal als spijs en edik als drank voor de lijdende.
- bitterheden: In Klaagliederen 3:15 naast alsem; de kanttekening denkt aan angst, kruis en droefheid.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M003540. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Deuteronomium 29:18, Psalm 69:22, Klaagliederen 3:15, 3:19, Amos 5:7 en Openbaring 8:11
- Strong's-lexicon: H3939 en G894
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.