Ga naar hoofdinhoud

Betekenis verschoven

Geveinsd

bijvoeglijk naamwoord

In het kort

Geveinsd betekent huichelachtig: zich anders en beter voordoen dan men is. Een geveinsde is in de Statenvertaling een huichelaar, iemand die vroom lijkt om door mensen gezien te worden. Ongeveinsd is het tegendeel: oprecht, zonder schijn.

In hedendaags Nederlands: huichelachtig, schijnheilig, onoprecht, gespeeld

Wat betekent geveinsd?

Geveinsd is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal het voltooid deelwoord van veinzen, gebruikt als bijvoeglijk naamwoord. Veinzen betekent huichelen: zich anders, vaak beter, voordoen dan men is. Van gevoelens en daden gezegd betekent geveinsd voorgewend of gespeeld, zoals in geveinsde verbazing; in die betekenis kent men het woord nu nog. Van personen gezegd betekent het: de schijn aannemen van eigenschappen die men niet heeft. Als zelfstandig naamwoord is een geveinsde volgens het WNT een huichelaar, en het citeert daarbij Mattheüs 6:5 en 23:13. Geveinsdheid is de eigenschap van wie met huichelarij omgaat. Ongeveinsd betekent oprecht; het WNT haalt Romeinen 12:9 en 1 Timotheüs 1:5 aan.

Niet wat u nu denkt

Nu kent men geveinsd vooral van gevoelens: geveinsde verbazing of geveinsde belangstelling, iets wat men voorwendt. Dat klinkt onschuldig, bijna als een spel. In de Statenvertaling gaat het meestal over personen, en dan is het woord veel zwaarder. Een geveinsde is een huichelaar, iemand die vroom lijkt maar wiens hart er niet bij is. De Heere Jezus spreekt zo over Schriftgeleerden en Farizeeën, en Hij laat het oordeel erop volgen.

Geveinsd in de Statenvertaling

34 keer, in 34 verzen en 11 bijbelboeken (geveinsde 3, geveinsden 17, geveinsdheid 5, ongeveinsd 4, ongeveinsde 2, veinsden 3).

De vormen staan 34 keer in de Statenvertaling, in 34 verzen verdeeld over elf bijbelboeken. Het kale woord geveinsd staat er niet in; wel geveinsde, geveinsden, geveinsdheid, ongeveinsd, ongeveinsde en veinsden. Van deze vormen staat alleen Jozua 9:4 in het Oude Testament. Daar leest u van de Gibeonieten dat zij 'veinsden zich gezanten te zijn', met oude zakken en versleten wijnzakken om de schijn te wekken dat zij van ver kwamen. Het Oude Testament kent daarnaast het bijwoord geveinsdelijk, voor vijanden die zich alleen in schijn onderwerpen (Psalm 66:3).

De geveinsden zijn vooral bekend uit de evangeliën. In de Bergrede waarschuwt de Heere Jezus voor wie aalmoes geeft, bidt of vast 'opdat zij van de mensen mogen gezien worden'. Wie een splinter in het oog van zijn broeder ziet maar de balk in zijn eigen oog niet, noemt Hij een geveinsde. In Mattheüs 23 klinkt zeven keer: 'Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeën, gij geveinsden'. Zij lijken van buiten rechtvaardig, 'maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid' (Mattheüs 23:28). In Lukas 12:1 noemt Hij de geveinsdheid de zuurdesem van de Farizeeën.

In de brieven staat vaker het tegendeel: ongeveinsd. 'De liefde zij ongeveinsd' (Romeinen 12:9). Paulus spreekt van een ongeveinsd geloof, bij Timotheüs en bij zijn grootmoeder Lois en zijn moeder Eunice, en van ongeveinsde liefde. Ook de wijsheid die van boven is, is ongeveinsd (Jakobus 3:17). In Galaten 2:13 gebruikt Paulus het werkwoord voor Petrus en de andere Joden, die veinsden toen zij zich uit vrees terugtrokken van de maaltijd met de heidenen.

Verzen met geveinsd

  • Mattheüs 6:5

    “En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.”

    De geveinsden bidden graag op de hoeken van de straten, om door mensen gezien te worden. Christus zegt dat zij hun loon al hebben; Hij leert Zijn discipelen in de binnenkamer tot de Vader te bidden.

  • Mattheüs 23:28

    “Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid.”

    Na het beeld van de witgepleisterde graven: van buiten rechtvaardig, van binnen vol geveinsdheid. Geveinsdheid is de afstand tussen wat mensen zien en wat er werkelijk in het hart is.

  • Romeinen 12:9

    “De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.”

    Paulus begint zijn vermaningen over het leven in de gemeente met de liefde, die ongeveinsd moet zijn. Dat betekent echte liefde, geen vriendelijkheid die alleen naar buiten zichtbaar is.

  • Jozua 9:4

    “Zo handelden zij ook arglistiglijk, en gingen heen, en veinsden zich gezanten te zijn, en zij namen oude zakken op hun ezels, en oude en gescheurde, en samengebonden lederen wijnzakken;”

    De enige plaats in het Oude Testament met een van deze vormen. De Gibeonieten deden zich voor als gezanten uit een ver land. Veinzen betekent hier: een rol spelen om de ander te misleiden.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Mattheüs 6:2

    geveinsden in de synagogen. Gr. hypocriten; welk woord de personaadjes in een kamerspel betekent, die een anderen persoon vertonen dan zij inderdaad zijn.

    De vertalers merken op dat er in het Grieks hypocriten staat, een woord voor de personages in een toneelstuk, die een andere persoon vertonen dan zij werkelijk zijn. Een geveinsde speelt dus een rol, ook wanneer hij aalmoezen geeft of bidt.

  • Bij Romeinen 12:9

    ongeveinsd. Dat is, bestaande niet alleen in woorden en uiterlijke gebaren, maar voornamelijk in een oprechte toegenegenheid des harten; 1Jo 3:18 ; 1Pe 1:22 .

    De kanttekening legt ongeveinsde liefde uit als liefde die niet alleen bestaat in woorden en uiterlijke gebaren, maar vooral in een oprechte genegenheid van het hart. Ze verwijst naar 1 Johannes 3:18 en 1 Petrus 1:22.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • ὑποκριτής hupokrites (Grieks, G5273)

    Het Griekse hupokrites betekent volgens het Strong's-lexicon een acteur die onder een aangenomen gestalte optreedt, en in overdrachtelijke zin een veinzer. De kanttekening bij Mattheüs 6:2 noemt het woord: hypocriten. De Statenvertaling vertaalt het met geveinsde.

    Onder meer in Mattheüs 6:5, Mattheüs 7:5 en Mattheüs 23:13. Woordstudie bij G5273 (na inloggen).

  • ὑπόκρισις hupokrisis (Grieks, G5272)

    Het zelfstandig naamwoord hupokrisis betekent volgens het lexicon het spelen van een rol, en daaruit bedrog of huichelarij. De Statenvertaling geeft het weer met geveinsdheid, onder meer bij de zuurdesem van de Farizeeën.

    Onder meer in Mattheüs 23:28, Lukas 12:1 en 1 Petrus 2:1. Woordstudie bij G5272 (na inloggen).

  • ἀνυπόκριτος anupokritos (Grieks, G505)

    Met het ontkennende voorvoegsel a ontstaat anupokritos: zonder veinzerij, oprecht. Zo noemt het Nieuwe Testament de liefde en het geloof van de gelovigen. De Statenvertaling vertaalt het met ongeveinsd.

    Onder meer in Romeinen 12:9, 1 Timotheüs 1:5 en 1 Petrus 1:22. Woordstudie bij G505 (na inloggen).

Verwante woorden

  • geveinsdheid: Het zelfstandig naamwoord: huichelarij, de zuurdesem van de Farizeeën in Lukas 12:1.
  • ongeveinsd: Het tegendeel: oprecht, van liefde, geloof en wijsheid gezegd.
  • veinzen: Het werkwoord: zich voordoen als wat men niet is, zoals de Gibeonieten en de verspieders in Lukas 20:20.
  • ijdel: De kanttekening bij Jakobus 2:20 verklaart een ijdel mens als een geveinsde mens.
  • huichelaars: Het woord dat de Statenvertaling in Jesaja 9:16 gebruikt, met dezelfde betekenis.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M019875. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M074010. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M044527. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Mattheüs 6:2, Mattheüs 24:51, Romeinen 12:9 en Galaten 2:13
  • Strong's-lexicon: G5273, G5272 en G505
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.