Ga naar hoofdinhoud

Betekenis verschoven

IJdel

bijvoeglijk naamwoord

In het kort

IJdel betekent in de Statenvertaling leeg, nietig of vergeefs: iets zonder waarde, inhoud of resultaat. Het gaat bijna nooit over iemand die met zijn uiterlijk bezig is, de betekenis die het woord nu meestal heeft.

In hedendaags Nederlands: leeg, nietig, vergeefs, zonder waarde, vals

Wat betekent ijdel?

Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal betekende ijdel oorspronkelijk ledig, het tegendeel van vol, en zijn de andere betekenissen daaruit gegroeid. Een ijdel ding heeft geen innerlijke waarde: het is krachteloos, nutteloos, nietig of vergankelijk. IJdel werk is vruchteloos en vergeefs. Van mensen gezegd betekent het lichtvaardig of beuzelachtig; het WNT haalt daarbij de mannen aan die Abimelech huurde (Richteren 9:4). Als bijwoord betekent ijdel nutteloos of tevergeefs, en zo leest u ook ijdellijk en ijdelijk.

Niet wat u nu denkt

Wie nu ijdel hoort, denkt aan iemand die met zichzelf ingenomen is en graag in de spiegel kijkt. Volgens het WNT is dat inderdaad het gewone gebruik van nu, maar in de Statenvertaling betekent het woord vrijwel altijd iets anders. Prediker zegt niet dat alles verwaand is: hij zegt dat alles onder de zon leeg en vergankelijk is. En het derde gebod gaat niet over ijdelheid om het uiterlijk. Het verbiedt de Naam van de HEERE leeg te gebruiken, zonder ernst of voor iets nietigs. Alleen in een uitdrukking als ijdele eer komt het dicht bij de betekenis van nu.

IJdel in de Statenvertaling

164 keer, in 143 verzen en 38 bijbelboeken (ijdel 26, ijdele 22, ijdelen 1, ijdelheid 90, ijdelheden 15, ijdellijk 7, ijdelijk 3).

Het bekendste voorbeeld staat aan het begin van Prediker: 'IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker' (Prediker 1:2). Salomo bedoelt daarmee dat niets van wat onder de zon gebeurt, de mens blijvend houvast geeft. De kanttekening legt de verdubbeling uit als de allergrootste ijdelheid, zoals koning der koningen de allergrootste koning is.

Bij de profeten is ijdelheid vaak een woord voor afgoden en valse voorspellingen. Jeremia klaagt dat Israël 'de ijdelheid nagewandeld' heeft en zelf ijdel geworden is (Jeremia 2:5), en in 2 Koningen 17:15 staat hetzelfde: wie de ijdelheid nawandelt, wordt zelf ijdel. Ezechiël spreekt van een ijdel gezicht, een visioen zonder waarheid.

In het Nieuwe Testament staat ijdel voor wat geen grond of vrucht heeft. Paulus schrijft: 'indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel' (1 Korinthe 15:14). Aan het eind van hetzelfde hoofdstuk bemoedigt hij de gemeente dat haar arbeid 'niet ijdel is in den Heere' (1 Korinthe 15:58). De Heere Jezus waarschuwt voor een 'ijdel verhaal van woorden' in het gebed (Mattheüs 6:7), en zegt dat mensen rekenschap zullen geven van elk ijdel woord (Mattheüs 12:36).

Verzen met ijdel

  • Prediker 1:2

    “Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.”

    De bekendste plaats met dit woord. IJdelheid betekent hier leegte en vergankelijkheid: alles onder de zon gaat voorbij en kan de mens geen blijvend geluk geven.

  • Exodus 20:7

    “Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.”

    Het derde gebod. IJdellijk gebruiken betekent: Gods Naam noemen zonder ernst, lichtvaardig of voor iets nietigs. De kanttekening zegt dat er letterlijk staat: tot ijdelheid opnemen.

  • 1 Korinthe 15:14

    “En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.”

    Zonder de opstanding van Christus zou de prediking leeg zijn en het geloof zonder grond. Hier is ijdel het tegendeel van waar en vast.

  • Jakobus 2:20

    “Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?”

    Een ijdel mens is iemand die van zijn geloof roemt zonder dat het iets uitwerkt. De kanttekening noemt hem een geveinsde mens: zijn geloof is van binnen leeg.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Prediker 1:2

    Ijdelheid der ijdelheden,. Dat is, de allergrootste ijdelheid; gelijk men zegt koning der koningen, dat is de allergrootste koning; lied der liederen, dat is het allerhoogste lied, Zie Gen 9:25 ; Lev 2:3 ; en versta deze woorden alzo, dat Salomo te kennen geeft dat alle aardse dingen ons niet kunnen helpen om tot de ware gelukszaligheid te komen.

    De herhaling is een Hebreeuwse manier om de overtreffende trap te maken, zoals in koning der koningen. Salomo bedoelt volgens de kanttekening dat geen enkel aards ding ons kan helpen om het ware geluk te vinden.

  • Bij 1 Korinthe 15:14

    ijdel, en. Dat is, vals, onwaarachtig.

    Bij de prediking zonder opstanding verklaren de kanttekeningen ijdel kort en krachtig als vals en onwaar. Leeg betekent hier: er klopt niets van.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • הֶבֶל hebel (Hebreeuws, H1892)

    Het Hebreeuwse hebel betekent volgens het Strong's-lexicon adem of damp, en in overdrachtelijke zin ijdelheid. Het is het woord van Prediker: wat vluchtig is als een adem en geen blijvende waarde heeft.

    Onder meer in Prediker 1:2 en Jeremia 2:5. Woordstudie bij H1892 (na inloggen).

  • שָׁוְא shav (Hebreeuws, H7723)

    Een ander Hebreeuws woord dat de Statenvertaling met ijdel of ijdellijk weergeeft. Het lexicon geeft leegte, nietigheid en valsheid. In het derde gebod staat dit woord, en ook bij het ijdel gezicht van de valse profeten in Ezechiël.

    Onder meer in Exodus 20:7 en Ezechiël 13:7. Woordstudie bij H7723 (na inloggen).

  • κενός kenos (Grieks, G2756)

    Het Griekse kenos betekent leeg, letterlijk en figuurlijk. Paulus gebruikt het wanneer hij zegt dat de prediking zonder opstanding ijdel zou zijn, en dat de genade aan hem en de arbeid in de Heere niet ijdel zijn.

    Onder meer in 1 Korinthe 15:10, 1 Korinthe 15:14 en 1 Korinthe 15:58. Woordstudie bij G2756 (na inloggen).

Verwante woorden

  • ijdelheid: Het zelfstandig naamwoord: leegte, nietigheid, ook voor afgoden en valse woorden.
  • ijdellijk: Bijwoord: tevergeefs of zonder ernst, zoals in het derde gebod.
  • ijdele eer: Eer die niets voorstelt; in Filippenzen 2:3 het tegendeel van ootmoedigheid.
  • afgod: De profeten noemen afgoden vaak ijdelheid: zij zijn leeg en kunnen niet helpen.
  • geveinsd: Bij Jakobus 2:20 verklaren de kanttekeningen een ijdel mens als een geveinsde mens.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M027096. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Prediker 1:2, Exodus 20:7, 1 Korinthe 15:14 en Jakobus 2:20
  • Strong's-lexicon: H1892, H7723 en G2756
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.