Taal en zinsbouw
Dewijl
voegwoord
In het kort
Dewijl betekent omdat, aangezien of daar: het leidt de reden in van wat er gezegd wordt. Nademaal en overmits betekenen in de Statenvertaling hetzelfde. Overmits kan ook vanwege zijn, zoals in 'overmits de schare'.
In hedendaags Nederlands: omdat, aangezien, daar, vanwege
Wat betekent dewijl?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal zegt dat dewijl ontstaan is uit die wijle dat, letterlijk: in die tijd dat. De eerste betekenis was dan ook terwijl, in de tijd dat; die is volgens het WNT niet meer in gebruik. Daaruit groeide de tweede: daar, aangezien, omdat. Zo leest u het in de Statenvertaling. Ook nademaal begon volgens het WNT als een tijdwoord, na dien tijd, en kreeg later de betekenis aangezien; het WNT haalt Handelingen 13:46 uit de Statenbijbel aan. Overmits betekende oorspronkelijk door het midden. Als voorzetsel werd het door middel van, en vandaar vanwege; het WNT geeft Markus 2:4 als voorbeeld, overmits de schare. Als voegwoord betekent overmits aangezien, dewijl, daar, zoals in Johannes 6:18. Het WNT zegt dat het sinds de zestiende eeuw zeer gewoon was, maar nu alleen nog in verheven stijl voorkomt.
Dewijl in de Statenvertaling
331 keer, in 322 verzen en 51 bijbelboeken (dewijl 280, nademaal 9, overmits 42).
De drie voegwoorden staan samen 331 keer in de Statenvertaling, in 322 verzen verdeeld over 51 bijbelboeken. Dewijl is veruit het gewoonst, 280 keer; overmits staat er 42 keer en nademaal 9 keer. Het WNT noemt voor dewijl ook de oude betekenis terwijl, en haalt daarvoor Mattheüs 17:5 uit een oude druk van de Statenbijbel aan. In de Statenvertaling zoals u die hier leest, staat op die plaats terwijl. Vrijwel overal waar u dewijl tegenkomt, kunt u het dus lezen als omdat.
Al op de eerste bladzijden geeft dewijl de reden van Gods oordeel. Tot de slang zegt de HEERE God: 'Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt' (Genesis 3:14), en tot Adam: 'Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw' (Genesis 3:17). Even later staat het ook in de bekende woorden over de dood: de mens keert tot de aarde terug, 'dewijl gij daaruit genomen zijt' (Genesis 3:19). Maar het woord geeft ook de reden van Gods trouw. 'Dewijl hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen' (Psalm 91:14).
In de brieven van Paulus en in Hebreeën leidt dewijl vaak een vaste grond in, waarop een opdracht volgt. 'Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen' (2 Korinthe 7:1). 'Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben' (Hebreeën 4:14), laat ons de belijdenis vasthouden. Eerst staat wat God gegeven heeft, dan wat de gelovige daarom doet.
Nademaal opent het Evangelie naar Lukas: 'Nademaal velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal' (Lukas 1:1). En tegen Zacheüs zegt de Heere Jezus: 'Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is' (Lukas 19:9). Overmits staat bij de vrienden die de geraakte door het dak neerlaten, omdat zij 'niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare' (Markus 2:4).
Verzen met dewijl
“Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens.”
Na de zondeval geeft God eerst de reden en dan het oordeel. Dewijl leidt de oorzaak in: omdat de slang de vrouw verleid heeft, is zij vervloekt boven al het vee.
“Dewijl hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.”
God Zelf spreekt over wie Hem liefheeft. Dewijl geeft de grond van de belofte: omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem uithelpen en op een hoogte stellen.
“En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?”
Maria vraagt hoe de belofte van de engel vervuld zal worden, omdat zij geen man kent. De kanttekening legt uit dat dit geen ongeloof was, zoals bij Zacharias, maar een verlangen om meer te weten.
“Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.”
Dewijl leidt hier een vaststaande waarheid in: wij hebben een grote Hogepriester, Jezus, de Zoon van God. Daarop volgt de oproep om de belijdenis vast te houden.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Lukas 1:34
Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?. Dit vraagt zij overmits de engel haar, maagd zijnde, zulks aanzeide, zonder gewag te maken van haar toekomenden man; en zij verstond uit de woorden des engels dat zulks dadelijk zou geschieden, alzo dat deze vraag van Maria niet voortkwam uit enig ongeloof, gelijk de vraag van Zacharias, vs.18, maar alleen uit ene begeerte om in dezen nader onderricht te worden.
In deze kanttekening gebruiken de vertalers zelf overmits in de betekenis omdat. Maria vraagt het, omdat de engel niets over haar toekomstige man zei, en zij verstond, zoals de kanttekening zegt, dat het dadelijk zou geschieden. Haar vraag kwam volgens de kanttekening niet uit ongeloof voort.
Bij Hebreeen 4:14
Dewijl wij dan. Hier besluit de apostel de handeling van het profetisch ambt van Christus, en gaat voort tot Zijn priesterlijk en koninklijk ambt, gelijk hij Hem terstond ook een troon toeschrijft en met Melchizedek vergelijkt; en noemt Hem een groten hogepriester, omdat Hij meerder is dan al de hogepriesters des Ouden Testaments, die maar schaduwen van Christus' priesterambt zijn geweest, gelijk in de vijf volgende hoofdstukken breder zal verklaard worden.
Bij de woorden dewijl wij dan zien de vertalers een overgang in de brief: na het profetische ambt van Christus komt Zijn priesterlijke en koninklijke ambt aan de orde. Dewijl sluit het voorgaande af en opent het volgende.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Verwante woorden
- terwijl: Volgens het WNT de oudste betekenis van dewijl, die nu niet meer gebruikt wordt.
- mitsgaders: Ook gevormd met het oude mits; betekent en ook, samen met.
- alzo: Kan in de Statenvertaling ook redengevend zijn, ongeveer gelijk aan omdat of dewijl.
- vermits: Verwant met overmits; het WNT verwijst er bij overmits naar.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M013470. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M040531. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M050892. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Lukas 1:34 en Hebreeen 4:14
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.