Kort Begrip les 8: rechtvaardig voor God
In het kort
Een zondaar is alleen rechtvaardig voor God door een oprecht geloof in Jezus Christus. Dat leert les 8 van het Kort Begrip. God rekent hem de gerechtigheid van Christus toe. Onze goede werken zijn daarvoor te gebrekkig, en hun beloning is genade.
De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 8
43. Wat baat het u nu, dat gij dit al gelooft?
Antw.Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben.
Bewijsteksten: Romeinen 5:1; Romeinen 4:3
- Romeinen 5:1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;
- Romeinen 4:3 Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid.
44. Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?
Antw.Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus.
Bewijsteksten: Romeinen 3:28; Romeinen 3:26; Galaten 2:16
- Romeinen 3:28 Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
- Romeinen 3:26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
- Galaten 2:16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.
45. Hoe is het te verstaan, dat gij alleen door het geloof gerechtvaardigd zijt?
Antw.Alzoo, dat alleen de volkomene genoegdoening en gerechtigheid van Christus, van God mij wordt toegerekend, waardoor mij mijne zonden worden vergeven, en ik een erfgenaam des eeuwigen levens worde; en dat ik die niet anders dan door het geloof kan aannemen.
Bewijsteksten: 2 Korinthe 5:21; Efeze 1:7; Romeinen 5:19; 1 Korinthe 1:30; Handelingen 26:18; Romeinen 4:5; Galaten 2:16
- 2 Korinthe 5:21 Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
- Efeze 1:7 In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,
- Romeinen 5:19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
- 1 Korinthe 1:30 Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;
- Handelingen 26:18 Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.
- Romeinen 4:5 Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.
- Galaten 2:16 Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.
Noot. De kopieerbron drukt 'Hand. 16:18' bij de woorden 'Opdat zij vergeving der zonden ontvangen'; die staan in Handelingen 26:18.
46. Waarom kunnen onze goede werken onze gerechtigheid voor God niet zijn, noch ook een stuk derzelve?
Antw.Daarom dat ook onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonden besmet zijn.
Bewijsteksten: Efeze 2:8-9; Psalm 143:2; Spreuken 20:9; Jesaja 64:6
- Efeze 2:8-9 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.
- Psalm 143:2 En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
- Spreuken 20:9 Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
- Jesaja 64:6 Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.
47. Verdienen dan onze goede werken niet, welke God nochtans in dit en in het toekomende leven wil beloonen?
Antw.Deze belooning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade.
Bewijsteksten: Lukas 17:10; Romeinen 6:23; Efeze 2:8-9
- Lukas 17:10 Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.
- Romeinen 6:23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
- Efeze 2:8-9 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.
Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Vraag 43 kijkt terug op alles wat in de vorige lessen beleden is: 'Wat baat het u nu, dat gij dit al gelooft'. Baten betekent: voordeel geven, helpen. Het antwoord is kort en rijk: 'Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben'. Rechtvaardig zijn betekent hier: voor Gods rechterstoel vrijgesproken worden. Paulus zegt: "Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God".
Alleen door het geloof
Vraag 44 zegt hoe dat kan: 'Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus'. Oprecht betekent: echt, uit het hart en niet alleen met de mond. Het woordje alleen is belangrijk. Er komt niets van ons bij. Paulus besluit "dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet". Abraham is daarvan het voorbeeld: hij "geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid".
Wat God ons toerekent
Vraag 45 legt uit hoe dit te verstaan is. Het gaat om 'de volkomene genoegdoening en gerechtigheid van Christus'. Genoegdoening betekent: de betaling van de straf die wij verdiend hebben. Christus heeft die volkomen gedragen. Zijn gerechtigheid is Zijn volmaakte gehoorzaamheid aan de wet. Beide worden ons van God toegerekend. Toerekenen betekent: op iemands rekening zetten. Wat Christus deed, telt voor God alsof de zondaar het zelf gedaan had.
Paulus zegt het zo: "Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem". Daardoor worden de zonden vergeven en wordt de zondaar 'een erfgenaam des eeuwigen levens'. Het geloof is daarbij geen verdienste. Het is als een lege hand die aanneemt wat God geeft. Het boekje zegt: 'dat ik die niet anders dan door het geloof kan aannemen'.
Waarom onze werken tekortschieten
Kunnen onze goede werken dan niet een deel van onze gerechtigheid zijn? Vraag 46 zegt dat ze ook niet 'een stuk derzelve' kunnen zijn, dus ook geen klein stukje. De reden is 'dat ook onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonden besmet zijn'. Onvolkomen betekent: niet volmaakt. Zelfs het beste wat een gelovige doet, is nooit helemaal zuiver. Jesaja zegt: "al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed". En David bidt: "niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn".
Loon uit genade
Toch belooft God goede werken te belonen, in dit en in het toekomende leven. Verdienen ze dan toch iets? Vraag 47 antwoordt: 'Deze belooning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade'. Een kind dat zijn vader helpt, verdient daarmee het huis niet waarin het woont. De Heere Jezus leert Zijn discipelen te zeggen: "Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen". Het eeuwige leven is "de genadegift Gods".
Dat is een leer die de mens klein maakt, maar ook bevrijdt. Wie rechtvaardig wil worden door eigen werk, komt nooit tot rust. Wie alleen op Christus ziet, mag vrede hebben met God. De goede werken komen dan niet vóór de rechtvaardiging, maar erna, als vrucht van dankbaarheid. Daarover gaat les 11.
Bijbelse onderbouwing
“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;”
Wie door het geloof gerechtvaardigd is, heeft vrede bij God, en dat is de vrucht van het geloof waar vraag 43 naar vraagt.
“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.”
Paulus besluit dat de mens gerechtvaardigd wordt door het geloof zonder de werken van de wet, zoals vraag 44 met het woord alleen zegt.
“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.”
Christus werd voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij Gods gerechtigheid zouden worden, en dat is de toerekening van vraag 45.
“Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.”
Ook onze gerechtigheden zijn als een kleed dat men wegwerpt, en daarom kunnen onze werken geen stuk van onze gerechtigheid voor God zijn.
“Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.”
Wie alles gedaan heeft wat hem bevolen is, heeft niets verdiend, en zo leert vraag 47 dat de beloning genade is.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Wat betekent het woord toerekenen, en waarom is dat zo troostvol voor een zondaar?
- Waarom is het geloof zelf geen verdienste, terwijl een mens toch alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt?
- Waarom kunnen ook onze beste werken voor God niet een stukje van onze gerechtigheid zijn?
- Waar zoekt u zelf soms rust in uw eigen goede gedrag in plaats van in Christus?
Samen leren thuis
Lees samen Romeinen 3:21-28 en zoek in dit gedeelte de woorden geloof en rechtvaardig op. Leer daarna vraag 44 uit het hoofd. Vraag de kinderen hoe zij het verschil zouden uitleggen tussen een cadeau en een loon. Lees tot slot Efeze 2:8-9 en dank God samen dat de zaligheid Zijn gave is en geen loon voor ons werk.