Ga naar hoofdinhoud

Artikel 22 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van onze rechtvaardigmaking door het geloof in Jezus Christus

In het kort

Artikel 22 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat wij door het geloof alleen gerechtvaardigd worden. Dat ware geloof ontsteekt de Heilige Geest in ons hart. Het omhelst Christus met al Zijn verdiensten en zoekt niets buiten Hem. Het is geen verdienste, maar een instrument: Christus alleen is onze gerechtigheid.

De tekst van NGB 22

Wij geloven, dat, om ware kennis dezer grote verborgenheid te bekomen, de Heilige Geest in onze harten ontsteekt een oprecht geloof, hetwelk Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst, Hem eigen maakt, en niets anders meer buiten Hem zoekt.

Want het moet noodzakelijk volgen, óf dat niet al wat tot onze zaligheid van node is, in Jezus Christus zij; óf, zo het alles in Hem is, dat degene, die Jezus Christus door het geloof bezit, zijn gehele zaligheid heeft. Nu, dat men zeggen zou dat Christus niet genoegzaam is, maar dat er nog benevens Hem iets meer toe behoeft, ware een al te ongeschikte godslastering; want daaruit zou volgen dat Christus maar een halve Zaligmaker ware. Daarom zeggen wij terecht met Paulus, Rom. 3:28, dat wij door het geloof alleen, of door het geloof zonder de werken gerechtvaardigd worden.

Doch wij verstaan niet, dat het, om eigenlijk te spreken, het geloof zelf is, dat ons rechtvaardigt; want het is maar een instrument waarmede wij Christus, onze rechtvaardigheid, omhelzen. Maar Jezus Christus, ons toerekenende al Zijn verdiensten en zoveel heilige werken, die Hij voor ons en in onze plaats heeft gedaan, is onze rechtvaardigheid; en het geloof is een instrument, dat ons met Hem in de gemeenschap van al Zijn goederen houdt; dewelke, de onze geworden zijnde, ons meer dan genoegzaam zijn tot onze vrijspreking van onze zonden.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Hoe krijgt een mens deel aan Christus en aan alles wat Hij gedaan heeft? Artikel 22 antwoordt: door het ware geloof. De voorgaande artikelen spraken over de menswording van Christus en over Zijn offer. Nu gaat het erover hoe dat werk van Christus het eigendom wordt van een zondaar.

Het artikel begint met 'ware kennis dezer grote verborgenheid'. Een verborgenheid is iets wat de mens uit zichzelf niet kan weten, maar wat God bekendmaakt. Hier is dat het evangelie van Christus. Die kennis komt er niet vanzelf. De Heilige Geest is het Die 'in onze harten ontsteekt een oprecht geloof'. Ontsteken betekent aansteken, zoals een vuur. Paulus zegt: "uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave".

Wat het ware geloof doet

Het artikel noemt drie dingen. Het geloof is een geloof dat 'Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst'. Omhelzen betekent met beide armen vasthouden. Het geloof neemt dus niet een deel van Christus, maar Hem helemaal, met alles wat Hij voor zondaren verdiend heeft. Verder zegt het artikel dat het geloof Hem eigen maakt. Wat van Christus is, wordt door het geloof van de gelovige.

Ten derde is het een geloof dat 'niets anders meer buiten Hem zoekt'. Wie Christus heeft, zoekt zijn zaligheid niet daarnaast nog ergens anders. Petrus zei voor de Joodse raad: "de zaligheid is in geen Anderen". De catechismus beschrijft het ware geloof in zondag 7 als kennis en vast vertrouwen. Dat vertrouwen rust op wat God schenkt "uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus wil".

Geen halve Zaligmaker

Dan volgt een redenering met twee mogelijkheden. De eerste is dat er iets wat wij voor onze zaligheid nodig hebben, buiten Christus ligt. De tweede is dat alles in Hem is. Dan heeft wie Christus door het geloof bezit 'zijn gehele zaligheid'.

Wie zegt dat Christus 'niet genoegzaam is', dus niet genoeg, maakt Hem tot 'een halve Zaligmaker'. Het artikel noemt dat 'een al te ongeschikte godslastering'. Ongeschikt betekent hier ongepast en ongerijmd: zo'n spreken onteert God zwaar. Het gaat om de gedachte van Christus plus iets, zoals Christus plus onze werken of plus onze eigen inzet. Het artikel zegt: Christus alleen. Paulus schrijft dat de gelovigen "in Hem volmaakt" zijn.

Door het geloof alleen

Daarom zegt het artikel met Paulus dat wij 'door het geloof alleen' gerechtvaardigd worden. Rechtvaardigen betekent rechtvaardig verklaren, vrijspreken voor Gods rechterstoel. Paulus schrijft: "Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet". Het woord alleen staat daar niet letterlijk. Maar zonder de werken laat geen ruimte voor iets naast het geloof. Het artikel zegt daarom ook 'door het geloof zonder de werken'.

In de brief aan de Galaten zegt Paulus het nog sterker. Hij herhaalt drie keer dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet. Zijn slot is dat "uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden". Vlees betekent hier: mens. Geen vlees is dus: geen enkel mens.

Het geloof als instrument

Nu volgt een belangrijke verduidelijking. Het artikel zegt dat het niet 'het geloof zelf is, dat ons rechtvaardigt'. Het geloof is 'maar een instrument'. Een instrument is een middel, een werktuig. Een hand die een geschenk aanneemt, verdient dat geschenk niet. Zo maakt ook het geloof ons niet waardig voor God. Het geloof ontvangt alleen.

Anders zou het geloof zelf een nieuw werk worden, een prestatie waarmee de mens toch iets bijdraagt. De catechismus zegt in zondag 23 dat de gelovige Gode niet aangenaam is "vanwege de waardigheid mijns geloofs". Paulus wil in Christus gevonden worden, "niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is". Hij wil de rechtvaardigheid hebben die uit God is door het geloof.

Christus is onze rechtvaardigheid

Wie rechtvaardigt ons dan wel? Het artikel antwoordt: 'Jezus Christus, ons toerekenende al Zijn verdiensten'. Toerekenen betekent op iemands rekening zetten. Wat Christus 'voor ons en in onze plaats' gedaan heeft, wordt de gelovige toegerekend. Zo is Hij onze rechtvaardigheid. Paulus zegt dat Christus ons geworden is "wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing".

Het geloof houdt ons 'met Hem in de gemeenschap van al Zijn goederen'. Gemeenschap betekent hier: samen delen. Wat van Christus is, wordt van ons. Die goederen zijn 'meer dan genoegzaam' tot onze 'vrijspreking van onze zonden'. Dat is de troost van dit artikel. Wie tobt over de zwakte van zijn geloof, mag dit weten. Niet de sterkte van het geloof redt, maar Christus aan Wie het geloof zich vasthoudt.

Bijbelse onderbouwing

  • Romeinen 3:28

    “Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.”

    Paulus besluit dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder de werken der wet, en het artikel beroept zich uitdrukkelijk op deze tekst.

    Uitleg bij Romeinen 3

  • Galaten 2:16

    “Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.”

    Paulus zegt dat geen mens uit de werken der wet gerechtvaardigd wordt, en het artikel vat dat samen als rechtvaardiging door het geloof zonder de werken.

  • Filippenzen 3:9

    “En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof;”

    Paulus wil in Christus gevonden worden zonder eigen rechtvaardigheid, met de rechtvaardigheid die uit God is door het geloof.

  • Efeze 2:8

    “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;”

    Het geloof zelf is Gods gave, zodat het geen verdienste is maar een middel waardoor de genade ontvangen wordt.

  • 1 Korinthe 1:30

    “Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;”

    Christus is ons geworden tot rechtvaardigheid, zodat niet ons geloof maar Hij Zelf onze gerechtigheid voor God is.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Over de rechtvaardiging ging in de zestiende eeuw de scherpste strijd van de Reformatie. Luther vertaalde Romeinen 3:28 in 1522 met het woord allein, alleen. Roomse tegenstanders verweten hem dat hij iets aan de Schrift toevoegde. Het Concilie van Trente leerde in 1547 dat de rechtvaardiging ook de innerlijke vernieuwing van de mens omvat. Het geloof is daar het begin, en goede werken uit de genade doen de rechtvaardiging groeien.

Artikel 22 neemt daartegenover de woorden van Paulus over. Tegelijk bewaakt het een onderscheid: het geloof rechtvaardigt niet als eigen deugd, maar als instrument. Zo kan het geloof nooit een nieuw werk worden waarop de mens steunt, en blijft alle eer bij Christus.

Om over door te praten

  1. Wat bedoelt het artikel ermee dat het geloof 'Jezus Christus met al Zijn verdiensten omhelst' en Hem eigen maakt?
  2. Waarom noemt de belijdenis het een godslastering om te zeggen dat er naast Christus nog iets nodig is?
  3. Hoe helpt het u dat het geloof een instrument is, juist wanneer u twijfelt aan de kracht van uw eigen geloof?
  4. Op welke manieren zoeken mensen ook nu hun zekerheid buiten Christus, en hoe herkent u dat bij uzelf?
  5. Wat leert zondag 23 van de catechismus u over het verschil tussen de waardigheid van het geloof en de gerechtigheid van Christus?