Kort Begrip les 3: de Middelaar
In het kort
Les 3 van het Kort Begrip opent het deel over de verlossing. Alleen een Middelaar die waarachtig God en waarachtig, rechtvaardig mens is, kan ons van de straf bevrijden: de Heere Jezus Christus. Engelen en heiligen kunnen dat niet. Alleen wie Hem met een oprecht geloof aanneemt, wordt zalig.
De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 3
Het Tweede Deel. Van des menschen Verlossing uit zijn Ellendigheid.
14. Hoe kunt gij deze straf ontgaan en weder tot genade komen?
Antw.Door zulk een Middelaar, die te zamen waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mensch is.
Bewijsteksten: Jesaja 7:14; Mattheüs 1:23; Psalm 68:20; Hebreeën 2:11; Hebreeën 7:26
- Jesaja 7:14 Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.
- Mattheüs 1:23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuel; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
- Psalm 68:20 Geloofd zij de HEERE; dag bij dag overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela.
- Hebreeën 2:11 Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
- Hebreeën 7:26 Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;
15. Wie is die Middelaar?
Antw.Onze Heere Jezus Christus, die in één persoon waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mensch is.
Bewijsteksten: 1 Timotheüs 2:5; Johannes 1:14; 1 Timotheüs 3:16; 1 Johannes 5:20
- 1 Timotheüs 2:5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
- Johannes 1:14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
- 1 Timotheüs 3:16 En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
- 1 Johannes 5:20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.
16. Kunnen de Engelen onze Middelaars niet zijn?
Antw.Neen zij, want zij zijn noch God, noch mensch.
Bewijsteksten: Hebreeën 1:14; Hebreeën 1:5
- Hebreeën 1:14 Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beerven zullen?
- Hebreeën 1:5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?
17. Kunnen de Heiligen onze Middelaars niet zijn?
Antw.Neen zij, want zij hebben zelven gezondigd, en zijn niet anders dan door dezen Middelaar zalig geworden.
Bewijsteksten: Handelingen 4:12; Psalm 49:8-9; 1 Johannes 1:8; Lukas 1:46-47
- Handelingen 4:12 En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.
- Psalm 49:8-9 Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven; (Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);
- 1 Johannes 1:8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.
- Lukas 1:46-47 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere; En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker;
18. Zullen ook alle menschen door den Middelaar Jezus zalig worden, alzoo zij allen door Adam zijn verdoemd geworden?
Antw.Neen zij, maar alleen die Hem met een oprecht geloof aannemen, gelijk geschreven staat:
Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Bewijsteksten: Johannes 3:16; Johannes 17:9; Johannes 1:12; Johannes 3:36
- Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
- Johannes 17:9 Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.
- Johannes 1:12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;
- Johannes 3:36 Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Les 2 eindigde met de straf die God over de zonde brengt, tijdelijk en eeuwig. Nu begint het tweede deel van het boekje, over de verlossing van de mens uit zijn ellende. Vraag 14 stelt de vraag die daarna vanzelf opkomt: hoe kunt u deze straf ontgaan en 'weder tot genade komen'? Het antwoord wijst niet naar iets wat wij zelf kunnen doen. Het wijst naar een Middelaar.
Wat is een Middelaar?
Een middelaar staat tussen twee partijen in om hen met elkaar te verzoenen. Tussen de heilige God en de zondige mens is een diepe kloof. Het boekje zegt dat deze Middelaar 'te zamen waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mensch' moet zijn.
Waarom beide? De Heidelbergse Catechismus legt dat uit in zondag 6. Hij moet mens zijn, omdat de mens gezondigd heeft. Hij moet rechtvaardig zijn, want wie zelf schuld heeft, kan niet voor een ander betalen. En Hij moet God zijn, om de last van Gods toorn te kunnen dragen en ons de gerechtigheid en het leven terug te geven. Hebreeën 7 noemt deze Hogepriester "heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren". Onnozel betekent hier onschuldig.
Onze Heere Jezus Christus
Vraag 15 noemt de naam van deze Middelaar: onze Heere Jezus Christus. Hij is 'in één persoon waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mensch'. Let op de woorden 'in één persoon'. Christus is geen twee personen. Hij is één Persoon met een goddelijke en een menselijke natuur. Paulus schrijft: "er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus". Hoe God mens kon worden, blijft een wonder. Les 5 gaat daar verder op in.
Geen engelen en geen heiligen
Vraag 16 en 17 sluiten twee andere wegen af. De engelen kunnen onze middelaars niet zijn, 'want zij zijn noch God, noch mensch'. Zij zijn "gedienstige geesten", dienaars die God uitzendt om Zijn volk te helpen.
Ook de heiligen kunnen het niet. Daarmee bedoelt het boekje gelovigen die vóór ons geleefd hebben, zoals de apostelen of Maria. Zij 'hebben zelven gezondigd, en zijn niet anders dan door dezen Middelaar zalig geworden'. Maria zingt zelf: "mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker". Wie zelf een Zaligmaker nodig heeft, kan een ander niet verlossen. Petrus zegt: "de zaligheid is in geen Anderen". Het boekje wijst hiermee af dat men engelen of heiligen als voorsprekers bij God zoekt.
Zalig door een oprecht geloof
Vraag 18 stelt een laatste vraag: worden dan alle mensen zalig, zoals ook allen door Adam verdoemd zijn? Het antwoord is: 'Neen zij, maar alleen die Hem met een oprecht geloof aannemen'. Oprecht betekent echt, uit het hart. Het boekje haalt daarbij Johannes 3 aan: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft".
Johannes 1 zegt het zo: "zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden". Dit is een ernstige en tegelijk een rijke boodschap. Niemand wordt zalig buiten Christus. Maar de Heere Jezus belooft Zelf: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen". Wat een oprecht geloof is, leert de volgende les.
Bijbelse onderbouwing
“Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;”
Er is één Middelaar tussen God en mensen, de Mens Christus Jezus, zoals vraag 15 belijdt.
“Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;”
Deze Hogepriester is heilig en afgescheiden van de zondaren, en daarom kan Hij als rechtvaardig mens voor zondaars instaan.
“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
De zaligheid is in geen ander, en daarom kunnen ook de heiligen uit vraag 17 onze middelaars niet zijn.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
Het boekje haalt dit vers aan bij vraag 18: wie in de Zoon gelooft, zal niet verderven.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom moest de Middelaar zowel waarachtig God als een rechtvaardig mens zijn?
- Wat leert het lied van Maria in Lukas 1 over de vraag of heiligen ons kunnen verlossen?
- Waarin verschilt een oprecht geloof van alleen weten wie de Heere Jezus is?
- Wat betekent het voor u persoonlijk dat er maar één Middelaar is?
Samen leren thuis
Lees samen 1 Timotheüs 2:5 en Handelingen 4:12. Teken een kloof met aan de ene kant God en aan de andere kant de mens, en vraag wie die kloof kan overbruggen. Laat de kinderen uitleggen waarom een engel of een heilige dat niet kan. Leer samen vraag 15 uit het hoofd en lees tot slot Johannes 3:16.