Artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Van de wederoprichting des gevallen mensen
In het kort
Artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God na de val Zelf de mens zocht en hem de Verlosser beloofde. De mens vluchtte bevend voor God, maar God troostte hem met de belofte van Zijn Zoon. Die zou uit een vrouw geboren worden om de kop van de slang te vermorzelen.
De tekst van NGB 17
Wij geloven, dat onze goede God, door Zijn wonderlijke wijsheid en goedheid, ziende, dat zich de mens alzo in den lichamelijken en geestelijken dood geworpen, en geheel ellendig gemaakt had, Zichzelf begeven heeft om hem te zoeken, toen hij al bevende voor Hem vlood, en heeft hem getroost, belovende hem Zijn Zoon te geven, Die worden zou uit een vrouw, Gal 4:4, om den kop der slang te vermorzelen, Gen. 3:15, en hem gelukzalig te maken.
Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.
Na de val lag de mens verloren. Wat deed God toen? Artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis antwoordt: Hij ging de mens zoeken en gaf hem een belofte. De titel spreekt van de wederoprichting des gevallen mensen. Wederoprichting betekent: het weer overeind zetten van wie gevallen is. Het artikel volgt op de artikelen over de val, de erfzonde en de verkiezing, en laat zien dat God het eerste woord neemt.
Het artikel is één lange zin. Die begint bij 'onze goede God' en eindigt met de belofte om de mens 'gelukzalig te maken'. Gelukzalig betekent hier: zalig, volkomen gelukkig bij God. Daartussen staat het evangelie al in de kiem: God zoekt, God troost en God belooft Zijn Zoon.
Wonderlijke wijsheid en goedheid
Het artikel noemt eerst de bron van alles wat volgt: Gods 'wonderlijke wijsheid en goedheid'. Wonderlijk betekent: zo groot dat de mens er alleen over kan verwonderen. In Zijn goedheid wilde God de mens niet loslaten. In Zijn wijsheid wist Hij een weg waar de mens er geen zag.
De Heidelbergse Catechismus spreekt in zondag 6 in dezelfde lijn. De Middelaar kennen wij uit het evangelie, dat God Zelf "eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard". Het evangelie begint dus niet pas in Bethlehem, maar al in de hof van Eden.
Gevallen in de dood
God zag dat de mens zich 'in den lichamelijken en geestelijken dood geworpen' had. De lichamelijke dood betekent dat het lichaam sterfelijk werd. De geestelijke dood betekent dat de mens van God gescheiden raakte en geen leven meer had in de omgang met Hem. God had dat vooraf gezegd: "ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven".
Het artikel zegt ook dat de mens zich 'geheel ellendig gemaakt had'. Ellendig betekent: in diepe nood, zonder uitweg. Let op het kleine woord zich. De mens heeft zichzelf in die toestand gebracht. Er lag geen enkele reden bij hem waarom God naar hem zou omzien.
God zocht de vluchtende mens
Toch zegt het artikel dat God 'Zichzelf begeven heeft om hem te zoeken'. Zich begeven betekent: op weg gaan, Zelf komen. Dat gebeurde 'toen hij al bevende voor Hem vlood'. Vlood betekent vluchtte, en bevende wil zeggen: trillend van angst. Genesis 3 vertelt dat Adam en zijn vrouw zich verborgen "in het midden van het geboomte des hofs".
Adam zei later zelf: "Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde". De mens liep weg, maar God kwam naar hem toe. De HEERE riep Adam en vroeg waar hij was. God wist dat wel. De vraag was een roepstem die de mens uit zijn schuilplaats haalde. Hier ligt het initiatief helemaal bij God.
De moederbelofte
God 'heeft hem getroost, belovende hem Zijn Zoon te geven'. Opvallend is dat God deze belofte uitspreekt tegen de slang, nog voordat Hij de straf voor de vrouw en de man bekendmaakt. De belofte gaat voorop: "datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen". Deze tekst wordt vaak de moederbelofte genoemd, omdat de latere beloften eruit voortkomen.
Het artikel legt uit wie dat zaad van de vrouw is: Gods Zoon, 'Die worden zou uit een vrouw'. Daarom verwijst de belijdenis zelf naar Galaten 4. Daar staat dat God, toen de tijd vervuld was, "Zijn Zoon uitgezonden" heeft, "geworden uit een vrouw". Hij zou komen 'om den kop der slang te vermorzelen'. De kop vermorzelen is een dodelijke slag. De verzenen, de hielen, raken betekent lijden, maar geen nederlaag.
Eén Mens tegenover één mens
Paulus zet Adam en Christus tegenover elkaar. Door de ongehoorzaamheid van één mens zijn velen zondaars geworden, en "door de gehoorzaamheid van Enen" worden velen rechtvaardig. Wat in de hof verloren ging, brengt Christus terug.
Dit artikel is ook voor vandaag een troost. Wie zich schuldig voelt en zich voor God verbergt, mag weten dat God nog altijd zoekt. Christus Zelf zegt dat Hij gekomen is "om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was". De roepstem uit de hof klinkt nog in het evangelie.
Bijbelse onderbouwing
“En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?”
Toen Adam zich verborg, riep de HEERE God Adam en zocht Hij Zelf de mens op die voor Hem vluchtte.
“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.”
God belooft dat het zaad van de vrouw de slang de kop zal vermorzelen, de eerste belofte van de Verlosser.
“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;”
Paulus laat zien dat God de belofte vervulde toen Hij Zijn Zoon zond, geworden uit een vrouw en onder de wet.
“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.”
Wat door de ongehoorzaamheid van Adam verloren ging, brengt de beloofde Zoon door Zijn gehoorzaamheid terug, want God beloofde de mens gelukzalig te maken.
“Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.”
Christus zegt dat Hij gekomen is om het verlorene te zoeken en zalig te maken, zoals God in de hof Adam zocht.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Al in de vroege kerk lazen uitleggers als Irenaeus Genesis 3:15 als de eerste aankondiging van Christus. Later kreeg de tekst de naam protevangelium, eerste evangelie. In de zestiende eeuw speelde een vraag mee over de vertaling. De Latijnse Vulgaat, de Bijbel van de Rooms-Katholieke Kerk, las dat zij de slang de kop zou vermorzelen, en velen betrokken dat op Maria.
Artikel 17 laat geen twijfel bestaan: het is Gods Zoon Die de kop van de slang vermorzelt. Daarnaast benadrukten de reformatoren dat de mens zich niet zelf op de genade kan voorbereiden. Daarom legt dit artikel de nadruk op God, Die de mens opzoekt terwijl die nog op de vlucht is.
Om over door te praten
- Wat zegt het u dat God de mens ging zoeken terwijl die bevend voor Hem wegvluchtte?
- Hoe legt u uit wat het verschil is tussen de lichamelijke en de geestelijke dood waarover het artikel spreekt?
- Waarom wijst de belijdenis bij Genesis 3:15 naar Galaten 4:4, en wat leert u daaruit over de Bijbel als geheel?
- Op welke manieren probeert u zich soms voor God te verbergen, en hoe raakt de roepstem van God u daarin?
- Hoe helpt het tegenover elkaar stellen van Adam en Christus u om te begrijpen wat Christus heeft gedaan?