Ga naar hoofdinhoud

Kort Begrip les 2: schepping, val en straf

In het kort

Les 2 van het Kort Begrip leert dat God de mens goed en naar Zijn beeld geschapen heeft. Door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva is onze natuur verdorven, en wij hebben allen in Adam gezondigd. Zonder de wedergeboorte door de Geest zijn wij onbekwaam tot het goede, en God straft de zonde rechtvaardig.

De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 2

  1. 8. Heeft God u alzoo boos en verdorven van natuur geschapen?

    Antw.Neen Hij, maar Hij heeft mij goed en naar Zijn evenbeeld geschapen, in ware kennis van God, gerechtigheid en heiligheid.

    Bewijsteksten: Job 34:10; Genesis 1:31; Prediker 7:29; Genesis 1:27; Kolossenzen 3:10; Efeze 4:24
    • Job 34:10 Daarom, gij, lieden van verstand, hoort naar mij: Verre zij God van goddeloosheid, en de Almachtige van onrecht!
    • Genesis 1:31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
    • Prediker 7:29 Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.
    • Genesis 1:27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
    • Kolossenzen 3:10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
    • Efeze 4:24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
  2. 9. Van waar komt dan die verdorvenheid, die in u is?

    Antw.Uit den val en de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het Paradijs, waar onze natuur alzoo is verdorven, dat wij in zonden ontvangen en geboren worden.

    Bewijsteksten: Romeinen 5:19; Psalm 51:7
    • Romeinen 5:19 Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
    • Psalm 51:7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.
  3. 10. Wat is dat voor eene ongehoorzaamheid geweest?

    Antw.Dat zij hebben gegeten van de vrucht des booms, welke God hun verboden had.

    Bewijsteksten: Genesis 3:6; Genesis 2:16-17
    • Genesis 3:6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
    • Genesis 2:16-17 En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
  4. 11. Gaat ons de ongehoorzaamheid van Adam aan?

    Antw.Ja zij toch, want hij is ons aller Vader, en wij hebben allen in hem gezondigd.

    Bewijsteksten: Romeinen 5:18; Handelingen 17:26; Romeinen 5:12; Psalm 51:7
    • Romeinen 5:18 Zo dan, gelijk door een misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo ook door een rechtvaardigheid komt de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens.
    • Handelingen 17:26 En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning.
    • Romeinen 5:12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
    • Psalm 51:7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.
  5. 12. Zoo zijn wij dan onbekwaam tot eenig goed als uit ons zelven, en geneigd tot alle kwaad?

    Antw.Ja wij, tenzij dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden.

    Bewijsteksten: Jeremia 13:23; Romeinen 7:18; Johannes 3:3; 1 Johannes 3:9
    • Jeremia 13:23 Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.
    • Romeinen 7:18 Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.
    • Johannes 3:3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
    • 1 Johannes 3:9 Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren.
  6. 13. Wil God zulke ongehoorzaamheid en verdorvenheid ongestraft laten?

    Antw.Neen Hij, maar naar zijn rechtvaardig oordeel wil Hij die tijdelijk en eeuwig straffen, gelijk geschreven staat:

    Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.

    Bewijsteksten: Galaten 3:10; Romeinen 1:18; 2 Thessalonicenzen 1:9; Romeinen 6:23; Genesis 2:17; Jesaja 66:24; Mattheüs 25:46
    • Galaten 3:10 Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
    • Romeinen 1:18 Want de toorn Gods wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid, en ongerechtigheid der mensen, als die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.
    • 2 Thessalonicenzen 1:9 Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
    • Romeinen 6:23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
    • Genesis 2:17 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
    • Jesaja 66:24 En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.
    • Mattheüs 25:46 En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.

Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Les 1 eindigde met de belijdenis dat een mens van nature geneigd is God en zijn naaste te haten. Dan komt vanzelf de vraag of God de mens zo gemaakt heeft. Vraag 8 stelt die vraag ronduit: 'Heeft God u alzoo boos en verdorven van natuur geschapen'? Alzoo betekent zo. Boos betekent hier niet kwaad in de zin van geërgerd, maar slecht en zondig. Verdorven betekent bedorven tot in de kern.

Goed geschapen naar Gods beeld

Het antwoord is duidelijk: 'Neen Hij, maar Hij heeft mij goed en naar Zijn evenbeeld geschapen'. Na de schepping zegt Genesis 1: "ziet, het was zeer goed". Het evenbeeld van God bestond 'in ware kennis van God, gerechtigheid en heiligheid'. Adam kende God, deed wat recht was en was rein van hart. Prediker zegt het kort: "God den mens recht gemaakt heeft". De oorzaak van het kwaad ligt dus niet bij God.

De val in het paradijs

Waar komt de verdorvenheid dan vandaan? Vraag 9 wijst naar 'den val en de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het Paradijs'. Vraag 10 noemt wat die ongehoorzaamheid was: zij aten 'van de vrucht des booms, welke God hun verboden had'. God had gezegd: "daarvan zult gij niet eten". Het ging om meer dan een vrucht. Adam en Eva luisterden naar de slang en niet naar het woord van God.

Daardoor is onze natuur zo verdorven, 'dat wij in zonden ontvangen en geboren worden'. Dat betekent dat de zonde er al is vanaf het begin van ons leven. Dit noemt de kerk de erfzonde: de zonde die wij van Adam erven. David belijdt: "in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen".

Wat gaat Adam ons aan?

Vraag 11 stelt een vraag die veel jongeren ook stellen: gaat de ongehoorzaamheid van Adam ons aan? Het boekje antwoordt: 'Ja zij toch, want hij is ons aller Vader, en wij hebben allen in hem gezondigd'. Met 'ons aller Vader' bedoelt het boekje: Adam is de stamvader van alle mensen. Hij stond als hoofd aan het begin van het hele mensengeslacht. Paulus schrijft dat de dood tot alle mensen is doorgegaan, "in welken allen gezondigd hebben".

Adam handelde niet alleen voor zichzelf, maar als hoofd van allen die van hem afstammen. Daarom is zijn val ook onze val. In hetzelfde hoofdstuk laat Paulus zien dat zo ook door de gehoorzaamheid van Christus velen rechtvaardig worden.

Onbekwaam, tenzij wedergeboren

Vraag 12 trekt de conclusie: wij zijn 'onbekwaam tot eenig goed als uit ons zelven, en geneigd tot alle kwaad'. Onbekwaam betekent: niet in staat. Jeremia vraagt of een Moorman zijn huid kan veranderen, of een luipaard zijn vlekken. Zo kan een mens ook zijn eigen hart niet veranderen.

Toch staat er een belangrijk woord in het antwoord: 'tenzij dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden'. Wedergeboren betekent opnieuw geboren. De Heere Jezus zegt: "Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien". Wat de mens niet kan, doet de Heilige Geest.

Gods rechtvaardige straf

Vraag 13 vraagt of God zulke ongehoorzaamheid ongestraft wil laten. Het antwoord is: 'Neen Hij, maar naar zijn rechtvaardig oordeel wil Hij die tijdelijk en eeuwig straffen'. Tijdelijk betekent in dit leven; eeuwig betekent na dit leven, zonder einde. God is heilig en rechtvaardig, en daarom laat Hij de zonde niet ongestraft.

Galaten 3 zegt: "Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen". Dat is een ernstig woord. Het laat zien hoe groot de nood is. Zo wekt het de vraag naar een Middelaar, en daarover gaat de volgende les.

Bijbelse onderbouwing

  • Genesis 1:27

    “En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.”

    God schiep de mens naar Zijn beeld, en dat is het evenbeeld waarvan vraag 8 spreekt.

  • Romeinen 5:12

    “Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”

    Door één mens kwam de zonde in de wereld, en vraag 11 leert dat wij allen in Adam gezondigd hebben.

  • Johannes 3:3

    “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.”

    Alleen wie wederom geboren wordt, kan het Koninkrijk Gods zien, zoals vraag 12 zegt over de wedergeboorte door de Geest.

  • Galaten 3:10

    “Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”

    Dit is de tekst die vraag 13 zelf aanhaalt om te laten zien dat God de zonde rechtvaardig straft.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Wat zegt het over God dat Hij de mens goed en naar Zijn beeld geschapen heeft?
  2. Waarom was het eten van de verboden vrucht veel meer dan een kleine misstap?
  3. Wat bedoelt vraag 11 als zij Adam 'ons aller Vader' noemt, en wat vindt u daarvan?
  4. Hoe merkt u in uw eigen hart dat u het goede niet uit uzelf doet?

Samen leren thuis

Lees samen Genesis 3:1-13 en praat erover hoe de slang het woord van God in twijfel trok. Vraag de kinderen wat Adam en Eva deden toen God hen riep. Leer samen vraag 9 en 12 uit het hoofd. Sluit af met een gebed om de vernieuwing door de Heilige Geest, waar vraag 12 van spreekt.

Bijbelse personen