Ga naar hoofdinhoud

Gerar in de Bijbel

Gerar (Hebreeuws); de betekenis van de naam is onzeker. Genesis 20:1 zegt dat Abraham als vreemdeling verkeerde te Gerar. Uitleggers horen daarin een klankspel, omdat het Hebreeuwse werkwoord voor als vreemdeling wonen (gur) op de naam lijkt.

Gerar was een stad in het zuidwesten van Kanaän, tussen Gaza en Berseba, waar Abimelech koning was. Abraham en later Izak woonden er als vreemdeling; bij Gerar groef Izak de putten Esek en Sitna, en verder getrokken Rehoboth (Genesis 26:17-22).

Ook bekend als: Tel Haror, Tell Abu Hureira

Ligging

Gerar lag in het zuidwesten van Kanaän, in het land van het zuiden, tussen Gaza aan de kust en Berseba in de Negev. Genesis 10:19 noemt de stad bij de grens van de Kanaänieten, op de weg naar Gaza. Bij de stad lag het dal van Gerar, een rivierdal dat het grootste deel van het jaar droog staat en waar herders putten groeven (Genesis 26:17-19).

Vandaag

Gerar wordt meestal gelijkgesteld met Tel Haror (Arabisch Tell Abu Hureira), een heuvel aan de beek Gerar in de westelijke Negev in Israël, tussen Gaza en Berseba. Opgravingen vonden daar een grote versterkte stad uit de bronstijd en bewoning uit latere perioden. Vroeger dachten onderzoekers ook aan Tell Jemmeh, een andere heuvel in de omgeving. De identificatie met Tel Haror is waarschijnlijk, maar niet zeker.

Geschiedenis

Gerar komt voor het eerst voor in de volkenlijst, waar de grens van de Kanaänieten loopt van Sidon "daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe" (Genesis 10:19). Abraham reisde naar het land van het zuiden, woonde tussen Kades en Sur "en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar" (Genesis 20:1). Hij zei van Sara dat zij zijn zuster was, en Abimelech, de koning van Gerar, nam haar weg. God waarschuwde Abimelech in een droom; de koning gaf Sara terug, gaf Abraham vee en knechten en bood hem zijn land aan. Op het gebed van Abraham genas God het huis van Abimelech (Genesis 20:2-17). In een tijd van honger trok Izak naar Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar. De Bijbel zegt elders dat de Filistijnen van elders kwamen (Genesis 10:14, Amos 9:7), maar niet wanneer zij zich in het zuiden vestigden. De HEERE verbood hem naar Egypte te gaan en herhaalde de belofte aan Abraham (Genesis 26:1-5). Ook Izak zei uit angst dat Rebekka zijn zuster was, tot Abimelech de waarheid zag (Genesis 26:7-11). Izak zaaide en oogstte honderdvoudig, maar de Filistijnen benijdden hem en stopten de putten van Abraham dicht. Izak legerde zich in het dal van Gerar, groef de putten opnieuw en daarna nieuwe putten (Genesis 26:12-22). Van daar trok hij naar Berseba, waar Abimelech uit Gerar naar hem toe kwam om een verbond te sluiten (Genesis 26:23-31). Veel later joeg koning Asa het leger van Zerah de Moor na tot Gerar en sloeg hij de steden rondom Gerar (2 Kronieken 14:13-14).

Betekenis in de Bijbel

Gerar is de plaats waar de aartsvaders als vreemdelingen woonden onder een heidense koning. In twee geschiedenissen die op elkaar lijken, brachten Abraham en Izak uit angst hun vrouw, en daarmee de belofte, in gevaar. Beide keren greep God in, en beide keren moest een vreemde koning de aartsvader terechtwijzen. Toch noemde God Abraham tegenover Abimelech "een profeet, en hij zal voor u bidden" (Genesis 20:7). In Gerar kreeg Izak ook de belofte van zijn vader persoonlijk bevestigd: "Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen" (Genesis 26:3). De geschiedenis van de putten laat zien hoe die zegen gestalte kreeg, niet zonder strijd. Bij de derde put, Rehoboth, zei Izak: "Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt, en wij zijn gewassen in dit land" (Genesis 26:22). In de latere geschiedenis is Gerar alleen nog het eindpunt van de achtervolging onder Asa.

Sleutelgebeurtenissen in Gerar

1

Abraham verkeert als vreemdeling te Gerar

Abraham woont in het zuiden en zegt van Sara dat zij zijn zuster is. Abimelech, de koning van Gerar, neemt haar weg.

Genesis 20:1-2

2

Abraham bidt voor Abimelech

Na Gods waarschuwing in een droom geeft Abimelech Sara terug. Abraham bidt, en God geneest Abimelech en zijn huis.

Genesis 20:14-17

3

Izak woont te Gerar

Bij een hongersnood trekt Izak naar Gerar en krijgt hij de belofte van zijn vader. Ook hij noemt zijn vrouw zijn zuster, tot Abimelech het ontdekt en het volk verbiedt hen aan te raken.

Genesis 26:1-11

4

De putten in het dal van Gerar

Izak graaft de putten van Abraham opnieuw. Om twee nieuwe putten wordt getwist (Esek en Sitna); bij de derde, Rehoboth, is er rust.

Genesis 26:17-22

5

Asa achtervolgt de Moren tot Gerar

Na de overwinning die de HEERE gaf, jaagt Asa het leger van Zerah na tot Gerar en slaat hij de steden rondom.

2 Kronieken 14:13-14

Theologische betekenis

Gerar laat zien dat de belofte niet rust op de trouw van de aartsvaders, maar op de trouw van God. Abraham dacht: "alleen is de vreze Gods in deze plaats niet" (Genesis 20:11), en handelde naar zijn angst. Toch beschermde God Sara, omdat uit haar het beloofde zaad geboren moest worden. De Schrift verbergt de zwakheid van de aartsvaders niet, en juist daardoor wordt Gods genade zichtbaar. De putten van Izak worden vaak gelezen als een beeld van geduldig vertrouwen. Izak twistte niet terug, maar trok verder en groef opnieuw, tot de HEERE ruimte gaf. De Hebreeënbrief zegt dat Abraham door het geloof een inwoner was in het land der belofte als in een vreemd land, en in tenten woonde met Izak en Jakob (Hebreeën 11:9). Gerar is een van de plaatsen waar dat vreemdelingschap concreet werd.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Gerar in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Gerar

Waar lag Gerar?

Gerar lag in het zuidwesten van Kanaän, tussen Gaza aan de kust en Berseba in de Negev, aan een rivierdal dat de Bijbel het dal van Gerar noemt. De stad wordt meestal gelijkgesteld met Tel Haror (Arabisch Tell Abu Hureira) in de westelijke Negev in Israël. Die identificatie is waarschijnlijk, niet zeker; vroeger dachten onderzoekers ook aan Tell Jemmeh in dezelfde omgeving.

Wat betekent de naam Gerar?

De betekenis van de naam Gerar is onzeker, en de Bijbel geeft er zelf geen uitleg van. Wel valt op dat Genesis 20:1 zegt dat Abraham als vreemdeling verkeerde te Gerar: in het Hebreeuws lijkt het werkwoord voor als vreemdeling wonen (gur) op de naam van de stad. Uitleggers zien daarin een klankspel.

Wie was Abimelech, de koning van Gerar?

Abimelech was de koning van Gerar in de tijd van Abraham (Genesis 20:2) en van Izak (Genesis 26:1). Of het om dezelfde man gaat, zegt de Bijbel niet. Tussen beide geschiedenissen liggen veel jaren, en veel uitleggers denken daarom aan een zoon of opvolger. Abimelech kan ook een titel van de koningen van Gerar zijn geweest; Psalm 34:1 noemt de koning van Gath Abimelech, terwijl 1 Samuël 21:10 hem Achis noemt. Hij is niet dezelfde als Abimelech, de zoon van Gideon, die later koning werd in Sichem (Richteren 9).

Wat gebeurde er met Sara en Rebekka in Gerar?

In Gerar brachten zowel Abraham als Izak hun vrouw in gevaar door te zeggen dat zij hun zuster was. Beiden waren bang dat de mannen van Gerar hen zouden doden om hun vrouw. Abraham zei: "alleen is de vreze Gods in deze plaats niet, zodat zij mij om mijner huisvrouw wil zullen doden" (Genesis 20:11). Sara was wel zijn halfzuster (Genesis 20:12), en Abraham had het eerder ook in Egypte gezegd (Genesis 12:13, 20:13). Izak zei hetzelfde van Rebekka (Genesis 26:7). Beide keren beschermde God de vrouw. De Schrift verzwijgt het niet: beide keren moest een heidense koning de aartsvader berispen (Genesis 20:9-10, 26:10).

Wat betekenen de putten Esek, Sitna en Rehoboth?

De namen verklaren zichzelf in Genesis 26. Esek kreeg zijn naam omdat de herders van Gerar met Izak gekeven hadden (Genesis 26:20); het woord betekent twist. Sitna wordt meestal weergegeven met tegenstand of vijandschap (Genesis 26:21). Over de derde put twistte niemand, en Izak noemde hem Rehoboth, ruimte: "Want nu heeft ons de HEERE ruimte gemaakt, en wij zijn gewassen in dit land" (Genesis 26:22).

Wat is er vandaag van Gerar te zien?

Gerar wordt meestal gezocht op Tel Haror (Arabisch Tell Abu Hureira), een heuvel aan de beek Gerar in de westelijke Negev in Israël, tussen Gaza en Berseba. Opgravingen vonden daar een grote versterkte stad uit de bronstijd en sporen van latere bewoning. Vroeger dachten onderzoekers ook aan Tell Jemmeh in dezelfde omgeving. Zeker is de identificatie niet, en de putten van Abraham en Izak zijn niet aan te wijzen.

Waar staat Gerar in de Bijbel?

Gerar staat in tien verzen in de Statenvertaling. Genesis 10:19 noemt de stad bij de grens van Kanaän. Genesis 20 vertelt over Abraham en Abimelech in Gerar. Genesis 26 vertelt over Izak in Gerar, de putten in het dal van Gerar en het bezoek van Abimelech uit Gerar in Berseba (Genesis 26:1, 6, 17, 20, 26). In 2 Kronieken 14:13-14 jaagt Asa de Moren na tot Gerar.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Gerar

Bijbelhoofdstukken die zich in Gerar afspelen

Leer meer over Gerar met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Gerar? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder