Juda en Hira de Adullamiet
Juda gaat weg van zijn broeders en woont bij Hira, een man uit Adullam. Hira blijft zijn vriend in de geschiedenis van Tamar.
Adullam (Hebreeuws). De betekenis van de naam is onzeker. Iemand uit de stad heet in de Statenvertaling een Adullamiet (Genesis 38:12).
Adullam was een stad in de laagte van Juda, tussen het heuvelland en de Filistijnse vlakte. In de spelonk van Adullam verborg David zich voor Saul, en daar kwamen ongeveer vierhonderd benauwde en verbitterde mannen bij hem (1 Samuël 22:1-2). Ook Juda had er een vriend, Hira de Adullamiet (Genesis 38:1).
Ook bekend als: Spelonk van Adullam, Grot van Adullam, Khirbet esh-Sheikh Madhkur, Tel Adullam
Adullam lag in de laagte, de Sefela: het heuvelige overgangsgebied tussen het bergland van Juda en de kustvlakte van de Filistijnen. Jozua 15:35 noemt het samen met Jarmuth, Socho en Azeka, steden in de buurt van het eikendal waar Saul tegenover de Filistijnen lag (1 Samuël 17:1-2). Van daar was het niet ver naar Gath in het westen en naar Bethlehem in het bergland in het oosten.
De ligging is waarschijnlijk. Adullam wordt gangbaar gelijkgesteld met Khirbet esh-Sheikh Madhkur, ook Tel Adullam genoemd, in de Sefela in Israël, ten zuidwesten van Bethlehem. In de kalkheuvels van die streek zijn veel grotten. Welke grot de spelonk van David was, weet niemand; een bepaalde grot aanwijzen is overlevering of gissing.
Juda gaat weg van zijn broeders en woont bij Hira, een man uit Adullam. Hira blijft zijn vriend in de geschiedenis van Tamar.
Op de vlucht voor Saul verbergt David zich in de spelonk. Zijn familie komt bij hem, en ongeveer vierhonderd benauwde en verbitterde mannen kiezen hem tot hun overste.
Drie helden breken door het leger van de Filistijnen om David water uit Bethlehem te brengen. David giet het uit voor de HEERE.
Na de scheuring van het rijk maakt Rehabeam Adullam tot een van de vestingsteden van Juda.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Adullam in de Schrift beter te begrijpen.
Adullam lag in de laagte van Juda, de Sefela: het heuvelland tussen het bergland rond Bethlehem en de vlakte van de Filistijnen. Jozua 15:35 noemt het naast Socho en Azeka, steden bij het eikendal. De stad wordt gangbaar gelijkgesteld met Khirbet esh-Sheikh Madhkur, ook Tel Adullam genoemd, ten zuidwesten van Bethlehem in het huidige Israël. Die identificatie is waarschijnlijk, niet zeker.
David vluchtte er heen nadat hij aan het hof van Achis in Gath gek had gespeeld (1 Samuël 21:13, 22:1). Zijn broers en het huis van zijn vader kwamen bij hem, en ook mensen die in nood zaten: "alle man, die benauwd was, en alle man, die een schuldeiser had, en alle man, wiens ziel bitterlijk bedroefd was" (1 Samuël 22:2). David werd hun overste over ongeveer vierhonderd man.
Adullam staat in negen verzen: Genesis 38:1 (Juda en Hira), Jozua 12:15 en 15:35 (de koning van Adullam en het erfdeel van Juda), 1 Samuël 22:1 en 2 Samuël 23:13 met 1 Kronieken 11:15 (David in de spelonk), 2 Kronieken 11:7 (de vesting van Rehabeam), Nehemia 11:30 (na de ballingschap) en Micha 1:15. Daarnaast heet Hira in Genesis 38:12 en 20 de Adullamiet. In de Statenvertaling wordt de naam overal Adullam gespeld.
Toen de Filistijnen Bethlehem bezet hielden, verlangde David in de spelonk van Adullam naar water uit de bornput bij de poort van Bethlehem. Drie van zijn helden braken door het leger van de Filistijnen en haalden het. Maar David wilde het niet drinken en goot het uit voor de HEERE, omdat zij hun leven gewaagd hadden (2 Samuël 23:13-17, 1 Kronieken 11:15-19).
Dat is niet zeker. Beide psalmen hebben een opschrift dat ze verbindt met een tijd dat David in de spelonk was (Psalm 57:1, Psalm 142:1), maar Adullam wordt daarin niet genoemd. David verborg zich ook in een spelonk bij En-Gedi, waar hij Saul spaarde (1 Samuël 24). Uitleggers denken bij deze psalmen aan de ene of de andere grot; de Bijbel zegt niet welke.
Hira was een man uit Adullam bij wie Juda, de zoon van Jakob, ging wonen nadat hij van zijn broeders was weggetrokken (Genesis 38:1). Hij heet Juda’s vriend en ging met hem mee naar de schaapscheerders in Timna (Genesis 38:12). Juda stuurde hem later met een geitenbok om zijn pand terug te krijgen, maar Hira vond de vrouw niet (Genesis 38:20).
Als stad niet. De plek die gangbaar met Adullam wordt gelijkgesteld, Khirbet esh-Sheikh Madhkur of Tel Adullam, is een heuvel met resten van oude bewoning in de Sefela van Israël. In de omgeving zijn veel kalksteengrotten. Welke daarvan de spelonk van David was, is niet bekend; wie een bepaalde grot aanwijst, volgt een overlevering of een vermoeden.
Eikendal
Het eikendal wordt algemeen gelijkgesteld met de Wadi es-Sant, een breed dal in Israël ten zuiden van het huidige Beit Shemesh
Bethlehem
Bethlehem bestaat nog en ligt op de Westelijke Jordaanoever; de identificatie is zeker
Gath
Gath is Tell es-Safi, in het Hebreeuws Tel Tsafit, in het midden van Israël; die identificatie is algemeen aanvaard
En-Gedi
De identificatie is zeker: de naam leeft voort in Ein Gedi, een natuurgebied en kibboets aan de westoever van de Dode Zee in Israël
Woestijn van Juda
Het gebied ligt nu grotendeels op de Westelijke Jordaanoever en voor een kleiner deel in Israël, tussen Jeruzalem, Bethlehem en Hebron en de westoever van de Dode Zee
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Adullam? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Adullam.
Plaats Adullam in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Adullam.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Adullam.
Verken thema's die verbonden zijn met Adullam.