David Verzamelt Volgelingen in Adullam (1 Samuel 22:1-2)
1 Samuel 22 opent met David die vlucht naar de grot van Adullam, ongeveer 25 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem. Deze grot wordt een toevluchtsoord waar zich ongeveer vierhonderd man bij David verzamelen. Het zijn mensen in nood: zij die schulden hebben, verbitterd zijn, of anderszins in moeilijkheden verkeren.
Deze verzameling toont Gods voorzienigheid. David, de door God gezalfde toekomstige koning, trekt niet de rijken en machtigen aan, maar juist de verstotenen van de samenleving. Dit weerspiegelt later Jezus' bediening, die zich richtte op zondaars, tollenaars en uitgestotenen.
Zorg voor Familie en Goddelijke Leiding (1 Samuel 22:3-5)
David toont wijsheid en familieliefde door zijn ouders in veiligheid te brengen bij de koning van Moab. Mogelijk had David via zijn overgrootmoeder Ruth een band met Moab. Deze daad toont David's karakter: ondanks zijn eigen gevaarlijke situatie zorgt hij voor zijn kwetsbare familieleden.
Profeet Gad verschijnt en adviseert David om naar het land Juda te gaan, naar het bos van Cheret. Dit toont hoe God David begeleidt door profetische leiding, zelfs in zijn vlucht.