Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Uza in de Bijbel

Uzza (עֻזָּא, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk kracht”

Wie was Uza?

Uza was een zoon van Abinadab, in wiens huis de ark Gods lange tijd stond. Toen David de ark op een nieuwe wagen naar Jeruzalem liet brengen, struikelden de runderen. Uza greep de ark vast en God sloeg hem "om deze onbedachtzaamheid" (2 Samuël 6:7). De plaats heette sindsdien Perez-Uza.

Uza komt voor in 2 Samuël 6:3-8 en in het parallelle verslag van 1 Kronieken 13:7-11. De Statenvertaling spelt zijn naam in beide hoofdstukken als Uza. Hij was een zoon van Abinadab, de man in wiens huis "op den heuvel" de ark des HEEREN was gebracht nadat de Filistijnen haar hadden teruggestuurd (1 Samuël 7:1). Samen met zijn broer Ahio leidde hij de nieuwe wagen waarop de ark werd vervoerd. De lijn van het verhaal is kort. David wilde de ark naar de stad Davids halen en trok met dertigduizend uitgelezen mannen naar Baalim-Juda, dat is Kirjath-Jearim (2 Samuël 6:1-2, 1 Kronieken 13:6). Zij voerden de ark "op een nieuwen wagen" (2 Samuël 6:3), terwijl David en het volk met allerlei instrumenten speelden. Bij de dorsvloer van Nachon (in Kronieken: de dorsvloer van Chidon) struikelden de runderen. Uza strekte zijn hand uit en hield de ark vast. "Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Uza, en God sloeg hem aldaar, om deze onbedachtzaamheid" (2 Samuël 6:7). David werd toornig en bang tegelijk. Hij noemde de plaats Perez-Uza en durfde de ark niet verder mee te nemen. Drie maanden later haalde hij haar alsnog, maar nu gedragen door Levieten, en hij erkende dat het de eerste keer misging "omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht" (1 Kronieken 15:13). Het verhaal van de hele tocht, met de dans van David en de spot van Michal, staat in het bijbelverhaal over David die danst voor de ark. Uza is niet te verwarren met koning Uzzia van Juda, en evenmin met "den hof van Uzza", de tuin waarin koning Manasse werd begraven (2 Koningen 21:18).

Historische context

Het verhaal speelt rond 1000 voor Christus, aan het begin van Davids koningschap in Jeruzalem; dat is een gangbare schatting, geen jaartal uit de Bijbel. David had kort daarvoor de burg Sion ingenomen, "dezelve is de stad Davids" (2 Samuël 5:7). Het overbrengen van de ark moest van die stad ook het middelpunt van de eredienst maken. De ark had een bewogen geschiedenis achter zich. In de dagen van Eli was zij door de Filistijnen genomen (1 Samuël 4:11). Zij brachten haar zelf terug, op "een nieuwen wagen" met twee zogende koeien (1 Samuël 6:7-8). In Beth-Semes sloeg de HEERE mannen die in de ark gekeken hadden, en de inwoners vroegen: "Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God?" (1 Samuël 6:20). Daarop kwam de ark in het huis van Abinadab in Kirjath-Jearim, waar men zijn zoon Eleazar heiligde om haar te bewaren (1 Samuël 7:1). Na twintig jaar klaagde het volk de HEERE achterna (1 Samuël 7:2), en ook onder Saul werd de ark niet gezocht (1 Kronieken 13:3). De tekst noemt Uza en Ahio "zonen van Abinadab" (2 Samuël 6:3). Omdat de ark lang in dat huis stond, denken sommige uitleggers dat zij kleinzonen waren; in het Hebreeuws kan "zoon" ook een nakomeling aanduiden. De Bijbel zegt ook niet of de familie van Abinadab tot de Levieten behoorde. Voor het vervoer van de ark gaf de wet duidelijke regels. Aan de zijden van de ark zaten ringen met draagbomen, "dat men de ark daarmede drage" (Exodus 25:14). Na het bedekken door Aaron en zijn zonen moesten de zonen van Kahath haar dragen, maar "zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven" (Numeri 4:15). Daarom kregen de Kahathieten geen wagens, want hun dienst was die van de heilige dingen, "die zij op de schouderen droegen" (Numeri 7:9). Een wagen was de werkwijze van de Filistijnen geweest. Waar de dorsvloer van Nachon lag, is niet bekend. Kronieken noemt hem de dorsvloer van Chidon; hoe de twee namen zich tot elkaar verhouden, is onzeker. De naam Perez-Uza bleef aan de plaats verbonden "tot op dezen dag" (2 Samuël 6:8).

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Behoorde tot het huis waar de ark jarenlang bewaard werd en leidde haar wagen (2 Samuël 6:3)
  • Strekte zijn hand uit "om de ark te houden", toen de runderen struikelden (1 Kronieken 13:9)

−Zwakke kanten

  • Raakte de ark aan, terwijl God dat verboden had (Numeri 4:15)
  • Handelde onbedachtzaam ten opzichte van het heilige (2 Samuël 6:7)

Theologische betekenis

De Schrift geeft zelf twee aanwijzingen voor Uza's dood. 2 Samuël 6:7 spreekt van "deze onbedachtzaamheid", en 1 Kronieken 13:10 zegt dat God hem sloeg "omdat hij zijn hand had uitgestrekt aan de ark". Het ging dus om de daad zelf: een mens raakte het heilige aan, terwijl God had gezegd dat zelfs de dragers dat niet mochten doen (Numeri 4:15). De ark was de plaats van Gods tegenwoordigheid bij Zijn volk, de ark van de HEERE der heirscharen, "Die daarop woont tussen de cherubim" (2 Samuël 6:2). Toch legt de Bijbel de schuld niet bij Uza alleen. David zegt later: "omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht" (1 Kronieken 15:13). De nieuwe wagen, de feestvreugde en de goede bedoelingen konden niet goedmaken dat het voorschrift van God was nagelaten. Daarom laat Kronieken zo nadrukkelijk zien dat de tweede tocht anders ging: "Niemand mag de ark Gods dragen, dan de Levieten" (1 Kronieken 15:2), en zij droegen haar "gelijk als Mozes geboden had naar het woord des HEEREN" (1 Kronieken 15:15). Uza's dood staat in een reeks. Nadab en Abihu stierven toen zij vreemd vuur brachten, en Mozes gaf het woord van de HEERE door: "In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden" (Leviticus 10:3). In Beth-Semes klonk de vraag wie kan bestaan voor deze heilige God (1 Samuël 6:20). In het Nieuwe Testament herinnert de dood van Ananias aan dezelfde ernst (Handelingen 5:5). Wat veel uitleggers ook opmerken: hetzelfde hoofdstuk dat van Uza's dood vertelt, vertelt van de zegen over het huis van Obed-Edom. Niet de ark zelf was gevaarlijk of gunstig, maar de heilige God, die zegent en oordeelt. Het Nieuwe Testament wijst de weg waarop zondaars God toch mogen naderen: "vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus" (Hebreeën 10:19). Die vrijmoedigheid heft de eerbied niet op. Dezelfde brief zegt dat wij God dienen "met eerbied en godvruchtigheid. Want onze God is een verterend vuur" (Hebreeën 12:28-29).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Uzza (עֻזָּא, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk kracht

Sleutelmomenten

1

De ark in het huis van Abinadab

Na de terugkeer uit het land van de Filistijnen brengen de mannen van Kirjath-Jearim de ark in het huis van Abinadab op de heuvel. Zijn zoon Eleazar wordt geheiligd om haar te bewaren.

1 Samuël 7:1-2

2

David wil de ark ophalen

David overlegt met de oversten en de hele gemeente. Zij willen de ark terughalen, want in de dagen van Saul is zij niet gezocht.

1 Kronieken 13:1-4

3

Op een nieuwe wagen

De ark wordt uit het huis van Abinadab gehaald en op een nieuwe wagen gezet. Uza en Ahio leiden de wagen; Ahio gaat voor de ark uit, en David en Israël spelen voor het aangezicht des HEEREN.

2 Samuël 6:3-5

4

Uza grijpt de ark

Bij de dorsvloer van Nachon struikelen de runderen. Uza strekt zijn hand uit en houdt de ark vast. God slaat hem om deze onbedachtzaamheid, en hij sterft bij de ark Gods.

2 Samuël 6:6-7

5

Perez-Uza

David is ontstoken omdat de HEERE een scheur gescheurd heeft aan Uza, en noemt de plaats Perez-Uza. Hij vreest de HEERE en vraagt hoe de ark tot hem zal komen.

2 Samuël 6:8-9

6

De ark bij Obed-Edom

David brengt de ark niet in de stad Davids, maar laat haar afwijken naar het huis van Obed-Edom de Gethiet. Daar blijft zij drie maanden, en de HEERE zegent dat huis.

2 Samuël 6:10-11

7

Gedragen zoals Mozes geboden had

David zegt tot de Levieten dat de HEERE een scheur gedaan heeft omdat zij Hem niet gezocht hebben naar het recht. Zij heiligen zich en dragen de ark met de draagbomen op hun schouders.

1 Kronieken 15:12-15

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Uza beter te begrijpen.

2 Samuël 6:3

“En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden den nieuwen wagen.”

Uza en zijn broer leiden de wagen. Een wagen was niet de manier die de wet voor de ark voorschreef.

2 Samuël 6:6

“Als zij nu kwamen tot aan Nachons dorsvloer, zo strekte Uza zijn hand uit aan de ark Gods, en hield ze, want de runderen struikelden.”

Het moment waarop Uza de ark aanraakt. Kronieken noemt de plaats de dorsvloer van Chidon.

2 Samuël 6:7

“Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Uza, en God sloeg hem aldaar, om deze onbedachtzaamheid; en hij stierf aldaar bij de ark Gods.”

De tekst noemt de reden zelf: onbedachtzaamheid tegenover het heilige.

1 Kronieken 13:10

“Toen ontstak de toorn des HEEREN over Uza, en Hij sloeg hem, omdat hij zijn hand had uitgestrekt aan de ark; en hij stierf aldaar voor het aangezicht Gods.”

Het parallelle verslag noemt de daad als oorzaak: hij strekte zijn hand uit aan de ark.

Numeri 4:15

“Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.”

Het gebod dat bij Uza overtreden werd: zelfs de dragers mochten het heilige niet aanraken.

1 Kronieken 15:13

“Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deedt, heeft de HEERE, onze God, onder ons een scheur gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht.”

David kijkt terug op de dood van Uza en erkent de gezamenlijke schuld.

1 Samuël 6:20

“Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?”

Een eerdere ervaring met de ark die dezelfde vraag oproept als de dood van Uza.

Hebreeën 12:28-29

“Daarom, alzo wij een onbewegelijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vast houden, door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. Want onze God is een verterend vuur.”

Het Nieuwe Testament houdt de eerbied voor Gods heiligheid vast, ook voor wie de genade ontvangen heeft.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Uza leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Uza bedoelde het waarschijnlijk goed. Hij wilde voorkomen dat de ark viel. Toch noemt de Schrift zijn daad onbedachtzaam. Ook David en het volk bedoelden het goed met hun nieuwe wagen en hun muziek, en toch ging het mis. Dat leert ons dat goede bedoelingen geen vervanging zijn voor gehoorzaamheid. God heeft Zelf gezegd hoe Hij gediend wil worden, en het is niet aan ons dat naar eigen inzicht in te vullen, hoe vroom of praktisch dat ook lijkt. Sommige uitleggers wijzen erop dat de ark lang in het huis van Uza's familie had gestaan. Of gewenning bij hem een rol speelde, zegt de tekst niet. Wel is het een vraag die wij onszelf kunnen stellen: wie vaak met heilige dingen omgaat, met de Bijbel, de eredienst of de sacramenten, loopt het gevaar dat ontzag plaatsmaakt voor vanzelfsprekendheid. David reageerde eerst met toorn en angst. Maar hij bleef daar niet in steken. Hij ging na wat God geboden had en deed het de tweede keer anders, met offers en met grote vreugde (1 Kronieken 15:25-26). Vreze voor God hoeft ons dus niet van Hem weg te drijven; zij kan ons terugbrengen naar Zijn Woord. Het verhaal wijst ons ook naar Christus. Wij mogen tot God naderen, niet omdat Zijn heiligheid kleiner is geworden, maar omdat Hij een weg gegeven heeft door het bloed van Jezus (Hebreeën 10:19-22). Dat geeft vrijmoedigheid en tegelijk eerbied.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Uza

Wie was Uza in de Bijbel?
Uza was een zoon van Abinadab, in wiens huis bij Kirjath-Jearim de ark Gods jarenlang stond. Toen koning David de ark naar Jeruzalem wilde brengen, leidden Uza en zijn broer Ahio de nieuwe wagen waarop zij stond. Bij de dorsvloer van Nachon struikelden de runderen en greep Uza de ark vast. God sloeg hem daar, en hij stierf bij de ark (2 Samuël 6:6-7).
Waarom stierf Uza?
De Bijbel noemt twee kanten van dezelfde zaak. God sloeg hem "om deze onbedachtzaamheid" (2 Samuël 6:7) en "omdat hij zijn hand had uitgestrekt aan de ark" (1 Kronieken 13:10). De wet bepaalde dat zelfs de Levieten die de ark droegen het heilige niet mochten aanraken, "dat zij niet sterven" (Numeri 4:15). Daarbij was de ark op een wagen gezet in plaats van gedragen. David erkende later dat het misging "omdat wij Hem niet gezocht hebben naar het recht" (1 Kronieken 15:13).
Waar staat Uza in de Bijbel?
Het verhaal van Uza staat in 2 Samuël 6:3-8 en in het parallelle verslag in 1 Kronieken 13:7-11. Op beide plaatsen wordt verteld hoe hij de wagen met de ark leidde, de ark vastgreep en stierf. In 1 Kronieken 15:13 kijkt David op die gebeurtenis terug. De achtergrond, het verblijf van de ark in het huis van Abinadab, staat in 1 Samuël 7:1-2.
Hoe schrijf je de naam: Uza of Uzza?
De Statenvertaling spelt de naam van de zoon van Abinadab in 2 Samuël 6 en in 1 Kronieken 13 allebei als Uza. De Hebreeuwse naam wordt vaak als Uzza weergegeven, en die spelling vindt u in andere vertalingen en naslagwerken. In de Statenvertaling heet de tuin waarin koning Manasse begraven werd wel "den hof van Uzza" (2 Koningen 21:18), en ook enkele andere mannen in de geslachtsregisters dragen de vorm Uzza (1 Kronieken 6:29, 1 Kronieken 8:7). De Statenvertaling wisselt ook elders: Ezra 2:49 heeft Uza, de parallel in Nehemia 7:51 Uzza.
Was het niet onrechtvaardig dat God Uza sloeg?
Ook David schrok hevig; hij "ontstak" over wat er gebeurde (2 Samuël 6:8). De Bijbel laat zien dat het gebod duidelijk was: de ark moest gedragen worden en niemand mocht haar aanraken (Numeri 4:15). Gods heiligheid is geen kleinigheid; dat had Israël eerder in Beth-Semes ervaren (1 Samuël 6:20). Dat God een zondaar slaat, is recht; dat Hij ons spaart, is genade: "Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn" (Klaagliederen 3:22). Over het eeuwige lot van Uza zegt de tekst niets; het gaat om een oordeel in dit leven.
Hoe had de ark vervoerd moeten worden?
De ark had ringen met draagbomen, "dat men de ark daarmede drage" (Exodus 25:14). De zonen van Kahath, een geslacht van de Levieten, moesten haar op hun schouders dragen, en daarom kregen zij geen wagens (Numeri 7:9). Bij de tweede poging deed David het zo: "de kinderen der Levieten droegen de ark Gods op hun schouderen, met de draagbomen" (1 Kronieken 15:15). De nieuwe wagen was de werkwijze van de Filistijnen geweest (1 Samuël 6:7-8).
Wat betekent Perez-Uza?
Perez-Uza is de naam die David gaf aan de plaats waar Uza stierf. De tekst verbindt de naam met wat daar gebeurde: "David ontstak, omdat de HEERE een scheur gescheurd had aan Uza; en hij noemde dezelve plaats Perez-Uza" (2 Samuël 6:8). Perez betekent dus ongeveer scheur of breuk. Waar de plaats precies lag, is niet bekend; de Bijbel noemt de dorsvloer van Nachon, in Kronieken de dorsvloer van Chidon.
Waarom stond de ark in het huis van Abinadab?
De Filistijnen hadden de ark in de dagen van Eli buitgemaakt (1 Samuël 4:11), maar stuurden haar na plagen terug. In Beth-Semes werden mannen geslagen die in de ark gekeken hadden, waarop de mannen van Kirjath-Jearim haar haalden en in het huis van Abinadab op de heuvel brachten. Zijn zoon Eleazar werd geheiligd om haar te bewaren (1 Samuël 7:1). Zij bleef daar tot David haar ophaalde.
Was Uza een Leviet?
Dat zegt de Bijbel niet. Uza heet een zoon van Abinadab, maar van Abinadab wordt geen stam genoemd. Sommige uitleggers denken dat de familie tot de Levieten behoorde, omdat Eleazar geheiligd werd om de ark te bewaren; anderen menen dat dit niet zo was. Voor de vraag waarom hij stierf maakt het weinig uit: ook de Levieten die de ark droegen, mochten het heilige niet aanraken (Numeri 4:15).
Is Uza dezelfde als koning Uzzia?
Nee. Uza leefde in de tijd van David, rond 1000 voor Christus, en stierf bij de ark. Uzzia was ruim twee eeuwen later koning van Juda; hij werd melaats toen hij zelf reukwerk wilde branden in de tempel (2 Kronieken 26:16-21). Beide geschiedenissen gaan wel over het aanraken van wat aan God gewijd is. Ook "den hof van Uzza" in 2 Koningen 21:18 is iets anders: een tuin bij het paleis waar koning Manasse begraven werd.
Wat gebeurde er met de ark na de dood van Uza?
David durfde de ark niet verder mee te nemen naar de stad Davids en liet haar brengen naar het huis van Obed-Edom de Gethiet, waar zij drie maanden bleef (2 Samuël 6:10-11). Daarna haalde hij de ark met vreugde naar Jeruzalem, nu gedragen door Levieten op hun schouders en met offers (2 Samuël 6:12-13, 1 Kronieken 15:15). Over het huis van Obed-Edom staat meer op zijn eigen pagina.
Wat kunnen wij leren van Uza?
Uza leert ons dat God gediend wil worden zoals Hij het Zelf geboden heeft, en dat goede bedoelingen dat niet vervangen. Zijn geschiedenis vraagt om eerbied voor de heiligheid van God en waarschuwt tegen gewenning aan heilige dingen. Tegelijk laat David zien dat schrik voor God kan leiden tot nieuw zoeken naar Zijn Woord. In Christus mogen wij God naderen, met vrijmoedigheid en eerbied tegelijk (Hebreeën 12:28-29).

Stel een vraag over Uza

Wilt u meer weten over Uza? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Uza

Bijbelverhalen rond Uza

Verdiep u verder