Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

De moordenaar aan het kruis in de Bijbel

Kakourgos (κακοῦργος) en lèstès (λῃστής), Grieks - “Kwaaddoener en rover (geen eigennaam)”

Wie was de moordenaar aan het kruis?

De moordenaar aan het kruis was een van de twee mannen die met Jezus op Golgotha werden gekruisigd; Lukas noemt hen kwaaddoeners. Hij erkende zijn schuld, verklaarde Jezus onschuldig en bad: "Heere, gedenk mijner." Jezus antwoordde: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn" (Lukas 23:43). Zijn naam noemt de Bijbel niet.

De moordenaar aan het kruis is een van de twee mannen die samen met Jezus op Golgotha werden gekruisigd. Alle vier de evangeliën vermelden dat Jezus tussen twee anderen hing (Mattheüs 27:38, Markus 15:27, Lukas 23:33, Johannes 19:18), maar alleen Lukas vertelt het gesprek aan het kruis (Lukas 23:39-43). Daarom heet hij ook wel de goede moordenaar of de boetvaardige moordenaar. Die namen staan niet in de Bijbel. De Statenvertaling gebruikt twee woorden. Mattheüs en Markus spreken van "twee moordenaars" (Mattheüs 27:38). Lukas noemt hen "kwaaddoeners" (Lukas 23:32). Johannes zegt alleen dat er "met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden" gekruist werden (Johannes 19:18). Een eigennaam noemt geen van de evangelisten. De naam Dismas, die veel mensen kennen, komt uit een latere, buitenbijbelse overlevering. De lijn van het verhaal is kort. Volgens Mattheüs en Markus smaadden eerst beide medegekruisigden Jezus, net als de voorbijgangers en de overpriesters (Mattheüs 27:44, Markus 15:32). Lukas vertelt dat een van beiden bleef lasteren, maar dat de ander hem bestrafte: "Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?" (Lukas 23:40). Hij erkende dat hun straf rechtvaardig was en dat Jezus niets onbehoorlijks had gedaan. Toen vroeg hij: "Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn." Jezus gaf hem een belofte voor diezelfde dag: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn" (Lukas 23:42-43). De moordenaar aan het kruis is niet te verwarren met Barabbas (in de Statenvertaling Bar-abbas), die ook een moordenaar heet (Johannes 18:40). Barabbas werd op verzoek van de menigte losgelaten; de twee moordenaars werden met Jezus gekruisigd. Evenmin is hij dezelfde als de andere medegekruisigde, die Jezus bleef lasteren en in de traditie Gestas heet.

Historische context

Het lijden van Jezus valt omstreeks 30 n.Chr., toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was. Kruisiging was een Romeinse straf voor slaven, rovers en opstandelingen. Ze werd in het openbaar voltrokken, langs een weg waar voorbijgangers het zagen (Mattheüs 27:39). Boven het hoofd kwam vaak een opschrift met de beschuldiging; bij Jezus stond er: "DEZE Is JEZUS, De KONING DER JODEN" (Mattheüs 27:37). Wat er boven de twee anderen stond, vertelt de Bijbel niet. Het woord dat Mattheüs en Markus gebruiken (Grieks lèstès) betekent rover of bandiet. De Joodse geschiedschrijver Josephus gebruikt hetzelfde woord vaak voor gewapende opstandelingen tegen Rome. Johannes noemt ook Barabbas zo (Johannes 18:40), en Markus vertelt dat Barabbas gevangen zat "met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had" (Markus 15:7). Sommige uitleggers vermoeden daarom dat de twee medegekruisigden bij die opstand hoorden, maar de tekst zegt dat niet. Lukas gebruikt een algemener woord (kakourgos), dat de Statenvertaling met kwaaddoener weergeeft. De man zelf erkende dat hun straf "waardig" was aan wat zij gedaan hadden (Lukas 23:41). De kruisiging gebeurde op de plaats "genaamd Golgotha, welke is gezegd Hoofdschedelplaats" (Mattheüs 27:33), buiten de stad (Hebreeën 13:12), maar er vlakbij (Johannes 19:20). Volgens Markus 15:25 was het de derde ure, ongeveer negen uur in de morgen. Vanaf de zesde ure werd het donker tot de negende ure (Lukas 23:44). Het gesprek tussen de twee kwaaddoeners en Jezus vond plaats in de uren dat zij daar samen hingen, terwijl het volk toekeek en de oversten en de krijgsknechten Hem bespotten (Lukas 23:35-37). Een gekruisigde kon lang blijven leven. Omdat de volgende dag een grote sabbat was, vroegen de Joden aan Pilatus de benen te laten breken, zodat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven (Johannes 19:31). Daarachter staat de wet dat het lichaam van een opgehangene niet aan het hout mocht overnachten (Deuteronomium 21:22-23). De krijgsknechten braken de benen van beide medegekruisigden; bij Jezus deden zij dat niet, omdat Hij al gestorven was (Johannes 19:32-33). Naar alle waarschijnlijkheid stierf de moordenaar dus nog vóór zonsondergang op diezelfde dag.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Vreesde God in het uur van zijn dood (Lukas 23:40)
  • Erkende eerlijk zijn eigen schuld (Lukas 23:41)
  • Verklaarde Jezus onschuldig terwijl anderen spotten (Lukas 23:41)
  • Noemde Jezus Heere en geloofde in Zijn Koninkrijk (Lukas 23:42)

−Zwakke kanten

  • Leefde als misdadiger en kreeg naar eigen zeggen een rechtvaardige straf (Lukas 23:41)
  • Smaadde Jezus volgens Mattheüs en Markus aanvankelijk mee (Mattheüs 27:44)

Theologische betekenis

Het eerste wat de Schrift over de twee medegekruisigden zegt, is dat het moest gebeuren. In de nacht van Zijn verraad zei Jezus dat in Hem volbracht moest worden wat geschreven was: "En Hij is met de misdadigen gerekend" (Lukas 22:37). Markus ziet dat aan het kruis vervuld (Markus 15:28). Het woord komt uit Jesaja 53:12, waar de Knecht des HEEREN "met de overtreders is geteld geweest" en "voor de overtreders gebeden heeft". Jezus sterft tussen schuldigen, en Hij draagt veler zonden. Het gesprek in Lukas 23 laat zien wat geloof is. De kwaaddoener belijdt eerst zijn eigen schuld: "wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben" (Lukas 23:41). Dan erkent hij de onschuld van Jezus, juist nu de oversten en de krijgsknechten Hem bespotten. En hij ziet in de Stervende een Koning met een Koninkrijk. Sommige uitleggers zien hier een verband met het opschrift boven het kruis: wat als beschuldiging en spot bedoeld was, nam hij ernstig. Veel uitleggers wijzen erop dat de discipelen bij de gevangenneming gevlucht waren (Mattheüs 26:56), terwijl deze man Jezus Heere noemde. Zijn bede is bescheiden: "gedenk mijner". Hij vraagt geen ereplaats, alleen dat Jezus aan hem zal denken. Het antwoord gaat veel verder: Jezus belooft hem gemeenschap met Zichzelf, nog diezelfde dag. Het woord paradijs komt in het Nieuwe Testament nog twee keer voor. Paulus vertelt van iemand die "opgetrokken is geweest in het paradijs" (2 Korinthe 12:4), en de boom des levens staat "in het midden van het paradijs Gods" (Openbaring 2:7). Paulus zelf had begeerte "om ontbonden te worden en met Christus te zijn" (Filippenzen 1:23). In dezelfde lijn belijdt de Heidelbergse Catechismus (zondag 22, vraag 57) dat de ziel van de gelovige na dit leven terstond tot Christus wordt opgenomen. Daarmee is de moordenaar aan het kruis ook een levend voorbeeld van rechtvaardiging uit genade. Hij had geen goede werken om aan te wijzen en geen tijd meer om zijn leven te beteren. Paulus beschrijft God als "Die den goddeloze rechtvaardigt" (Romeinen 4:5) en schrijft: "uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof" (Efeze 2:8). Dat het verhaal ook een ernstige kant heeft, blijkt uit de andere kwaaddoener. Beiden hingen even dicht bij Christus, maar slechts één riep Hem aan.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Kakourgos (κακοῦργος) en lèstès (λῃστής), Grieks

Betekenis

Kwaaddoener en rover (geen eigennaam)

Sleutelmomenten

1

Met Jezus weggeleid

Op weg naar de plaats van de kruisiging worden twee kwaaddoeners met Jezus meegeleid om met Hem gedood te worden.

Lukas 23:32

2

Gekruisigd naast Jezus

Op de plaats die Hoofdschedelplaats heet, worden zij gekruisigd, de een aan de rechterzijde en de ander aan de linkerzijde van Jezus.

Lukas 23:33

3

Met de misdadigers gerekend

Markus ziet in de twee moordenaars naast Jezus de vervulling van de Schrift: "En Hij is met de misdadigers gerekend."

Markus 15:27-28

4

Eerst ook smaad

Mattheüs vertelt dat ook de moordenaars die met Hem gekruisigd waren, Jezus hetzelfde verweten als de voorbijgangers en de overpriesters.

Mattheüs 27:44

5

De ander bestraft

De ene kwaaddoener blijft lasteren. De andere wijst hem terecht, erkent dat hun straf rechtvaardig is en zegt dat Jezus niets onbehoorlijks heeft gedaan.

Lukas 23:39-41

6

Heere, gedenk mijner

Hij richt zich tot Jezus en vraagt aan hem te denken als Hij in Zijn Koninkrijk gekomen is.

Lukas 23:42

7

Heden in het paradijs

Jezus belooft hem met een plechtig "Voorwaar" dat hij nog diezelfde dag met Hem in het paradijs zal zijn.

Lukas 23:43

8

De benen gebroken

Omdat de lichamen niet aan het kruis mochten blijven op de sabbat, breken de krijgsknechten de benen van de beide medegekruisigden.

Johannes 19:31-32

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de moordenaar aan het kruis beter te begrijpen.

Lukas 23:32

“En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.”

Lukas noemt de medegekruisigden kwaaddoeners. Jezus wordt als een van hen behandeld en samen met hen weggeleid.

Mattheüs 27:38

“Toen werden met Hem twee moordenaars gekruisigd, een ter rechter-, en een ter linker zijde.”

Bij Mattheüs heten zij moordenaars. Het Griekse woord kan ook rover of opstandeling betekenen.

Mattheüs 27:44

“En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.”

Mattheüs en Markus vertellen dat aanvankelijk beide medegekruisigden meededen aan de spot. Lukas laat zien dat er bij een van hen een ommekeer kwam.

Lukas 23:40

“Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?”

De boetvaardige kwaaddoener spreekt over God en het oordeel, terwijl de ander alleen om redding van het kruis vraagt.

Lukas 23:41

“En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.”

Hij belijdt zijn eigen schuld en verklaart tegelijk de onschuld van Jezus. Daarin staat hij naast Pilatus (Lukas 23:4, 14) en de hoofdman over honderd (Lukas 23:47).

Lukas 23:42

“En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.”

Een korte, bescheiden bede. Hij noemt de gekruisigde Jezus Heere en verwacht dat Hij als Koning zal komen.

Lukas 23:43

“En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”

Het antwoord van Jezus gaat verder dan de vraag: niet ooit, maar heden; niet alleen gedacht worden, maar met Hem zijn.

Jesaja 53:12

“Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.”

De profetie die Jezus op Zichzelf toepaste (Lukas 22:37). Aan het kruis hangt Hij letterlijk tussen overtreders, en Hij bidt voor wie Hem kruisigen: "Vader, vergeef het hun" (Lukas 23:34).

Tijdperiode

~30 n.Chr.

De moordenaar aan het kruis leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Het verhaal van de moordenaar aan het kruis laat zien dat het nooit te laat is om tot Christus te roepen, zolang wij leven. Hij had een leven achter zich waarvan hij zelf zei dat het de straf verdiende. Toch werd hij niet afgewezen. Dat geeft hoop voor wie terugkijkt op een leven vol schuld, en voor wie bidt voor iemand die ver weg lijkt. Jezus zei: "die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen" (Johannes 6:37). Tegelijk is dit verhaal geen vrijbrief om de bekering uit te stellen. Twee mannen hingen naast Jezus. Beiden zagen en hoorden hetzelfde, en één bleef lasteren tot het einde. Een oud gezegde, dat vaak aan Augustinus wordt toegeschreven, zegt het zo: één werd behouden, opdat niemand zou wanhopen; slechts één, opdat niemand er vermetel op zou rekenen. Wij leren ook iets over de weg naar Christus. De kwaaddoener verontschuldigde zich niet en wees niet naar anderen. Hij zei eerlijk wat hij verdiende en stelde al zijn hoop op Jezus. Bekering begint niet met wat wij te bieden hebben, maar met het erkennen van onze schuld en het vertrouwen op de genade van de Heere. En het antwoord van Jezus troost wie met de dood te maken krijgt, aan een sterfbed of in een eigen ziekte. De belofte was niet vaag of ver weg, maar persoonlijk en nabij: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn." Voor wie Christus toebehoort, is sterven thuiskomen bij Hem.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de moordenaar aan het kruis

Wie was de moordenaar aan het kruis in de Bijbel?
De moordenaar aan het kruis was een van de twee mannen die met Jezus op Golgotha werden gekruisigd. Mattheüs en Markus noemen hen moordenaars, Lukas noemt hen kwaaddoeners. Terwijl de een Jezus lasterde, erkende de ander zijn schuld, verklaarde Jezus onschuldig en bad: "Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn." Jezus antwoordde: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn" (Lukas 23:43). Daarom heet hij ook de goede of de boetvaardige moordenaar.
Hoe heette de moordenaar aan het kruis?
De Bijbel noemt zijn naam niet. De naam Dismas komt uit een latere, buitenbijbelse overlevering, vooral uit handschriften van het apocriefe Evangelie van Nikodemus. Daarin heet de andere, spottende moordenaar Gestas. Andere oude teksten geven weer andere namen. In de rooms-katholieke traditie wordt Dismas als heilige vereerd. Al die namen en verhalen zijn traditie, geen gegevens uit de Schrift; de evangeliën spreken alleen van een kwaaddoener of moordenaar.
Waar staat de moordenaar aan het kruis in de Bijbel?
Het gesprek met Jezus staat alleen in Lukas 23:39-43. Dat er twee mannen met Jezus werden gekruisigd, vermelden alle vier de evangeliën: Mattheüs 27:38 en 27:44, Markus 15:27-32, Lukas 23:32-33 en Johannes 19:18. Johannes 19:31-33 vertelt verder dat de krijgsknechten hun benen braken. Jezus had al aangekondigd dat Hij "met de misdadigen gerekend" zou worden (Lukas 22:37), naar Jesaja 53:12.
Was hij een moordenaar of een kwaaddoener?
Beide woorden staan in de Statenvertaling. Mattheüs spreekt van "twee moordenaars" (Mattheüs 27:38), net als Markus 15:27. Lukas noemt hen "kwaaddoeners" (Lukas 23:32). Het Griekse woord bij Mattheüs en Markus betekent eerder rover of bandiet en werd ook gebruikt voor gewapende opstandelingen; zo heet ook Barabbas. Welke misdaad de man precies had begaan, zegt de Bijbel niet. Hijzelf erkende alleen dat zijn straf rechtvaardig was (Lukas 23:41).
Wat zei de moordenaar aan het kruis tegen Jezus?
Eerst sprak hij de andere kwaaddoener aan: "Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?" Hij voegde eraan toe dat zij hun straf verdienden, "maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan" (Lukas 23:40-41). Daarna zei hij tot Jezus: "Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn" (Lukas 23:42). Meer woorden van hem vermeldt de Bijbel niet.
Wat betekent "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn"?
Met deze woorden belooft Jezus de kwaaddoener dat hij nog dezelfde dag, na zijn sterven, bij Hem zal zijn (Lukas 23:43). Sommigen zetten de komma na "heden", alsof Jezus alleen zegt wanneer Hij spreekt. De oudste Griekse handschriften hebben nauwelijks leestekens. Maar Jezus gebruikt de plechtige inleiding "Voorwaar" tientallen keren, en nergens hoort een tijdsbepaling bij het zeggen zelf; ook in Markus 14:30 hoort "heden" bij wat volgt. De Statenvertaling en de meeste uitleggers verbinden "heden" daarom met de belofte zelf. Het antwoord gaat ook verder dan de vraag: niet later gedacht worden, maar vandaag met Hem zijn.
Wat is het paradijs in de Bijbel?
Het woord paradijs betekent oorspronkelijk een omheinde tuin of park en herinnert aan de hof van Eden. In het Nieuwe Testament staat het drie keer: in Lukas 23:43, in 2 Korinthe 12:4, waar Paulus vertelt van iemand die "opgetrokken is geweest in het paradijs", en in Openbaring 2:7, waar de boom des levens staat "in het midden van het paradijs Gods". Het is de plaats waar de gelovigen bij Christus zijn. Paulus noemt dat "zeer verre het beste" (Filippenzen 1:23).
Lasterden beide moordenaars Jezus?
Mattheüs en Markus zeggen dat de moordenaars die met Hem gekruisigd waren, Jezus smaadden (Mattheüs 27:44, Markus 15:32). Lukas vertelt dat een van beiden lasterde en dat de ander hem bestrafte (Lukas 23:39-40). Veel uitleggers lezen dat zo dat aanvankelijk beiden meespotten en dat er bij een van hen tijdens de uren aan het kruis een ommekeer kwam. Anderen denken dat Mattheüs en Markus de groep in het algemeen beschrijven. De tekst zegt niet hoe die verandering tot stand kwam.
Aan welke kant van Jezus hing de goede moordenaar?
Dat zegt de Bijbel niet. De evangeliën vermelden alleen dat er een aan de rechterzijde en een aan de linkerzijde van Jezus hing (Lukas 23:33, Mattheüs 27:38). In de christelijke kunst en traditie hangt de boetvaardige moordenaar meestal rechts van Jezus, mogelijk naar het beeld van de schapen aan de rechterhand in Mattheüs 25:33. Dat is een latere voorstelling, geen gegeven uit de tekst.
Kan iemand zich op het laatste moment nog bekeren?
De moordenaar aan het kruis laat zien dat Christus zelfs in het uur van de dood een zondaar aanneemt die zijn schuld erkent en Hem aanroept. Hij bracht niets mee dan zijn schuld en zijn bede, en toch kreeg hij de belofte van het paradijs. Dat sluit aan bij Efeze 2:8: "uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof". Tegelijk is er de andere kwaaddoener, die in hetzelfde uur Jezus bleef smaden. Het verhaal geeft hoop, maar is geen reden om de bekering uit te stellen.
Is de moordenaar aan het kruis dezelfde als Barabbas?
Nee. Barabbas, in de Statenvertaling Bar-abbas, heet ook een moordenaar (Johannes 18:40) en zat gevangen met oproermakers die een doodslag hadden gedaan (Markus 15:7). Maar Barabbas werd op verzoek van de menigte door Pilatus losgelaten, terwijl de twee moordenaars met Jezus werden gekruisigd. Sommige uitleggers vermoeden dat de twee medegekruisigden tot dezelfde groep opstandelingen behoorden als Barabbas, maar de Bijbel zegt dat niet.
Wat kunnen wij leren van de moordenaar aan het kruis?
Wij leren dat Christus een zondaar aanneemt die zijn schuld erkent en Hem aanroept, ook aan het einde van een leven. De weg naar Hem begint niet bij onze verdiensten, maar bij eerlijkheid over wat wij verdienen. Het verhaal waarschuwt ook: van de twee mannen naast Jezus riep er maar één Hem aan. En het troost wie met de dood te maken krijgt, want Jezus beloofde: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn" (Lukas 23:43).

Stel een vraag over de moordenaar aan het kruis

Wilt u meer weten over de moordenaar aan het kruis? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de moordenaar aan het kruis

Verdiep u verder