Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~5 v.Chr.

De herders in het veld in de Bijbel

Poimenes (ποιμένες, Grieks) - “Herders, hoeders van kleinvee”

Wie waren de herders in het veld?

De herders in het veld waren herders bij Bethlehem die in de nacht van de geboorte van Jezus de wacht hielden over hun kudde. Een engel des Heeren verkondigde hun dat de Zaligmaker geboren was. Zij vonden het Kind in de kribbe en maakten bekend wat hun gezegd was (Lukas 2:8-20).

De herders in het veld staan op één plek in de Bijbel: Lukas 2:8-20. Alleen Lukas vertelt over hen. De Statenvertaling begint zo: "En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde" (Lukas 2:8). Met "diezelfde landstreek" bedoelt Lukas de omgeving van Bethlehem, de stad van David, waar Jozef en Maria op dat moment waren. Het verhaal heeft een heldere lijn. Een engel des Heeren staat plotseling bij de herders, en de heerlijkheid des Heeren omschijnt hen. Zij worden zeer bevreesd, maar de engel zegt: "Vreest niet". Hij verkondigt grote blijdschap voor het hele volk: in de stad Davids is de Zaligmaker geboren. Hij geeft hun een teken: een Kind in doeken, liggend in een kribbe. Dan prijst een menigte van het hemelse heirleger God. Als de engelen weg zijn, gaan de herders met haast naar Bethlehem. Zij vinden Maria, Jozef en het Kind, vertellen wat hun gezegd is en keren terug terwijl zij God loven. Veel van wat wij bij de herders voor ons zien, staat niet in Lukas. De tekst noemt geen aantal en geen namen. Hij zegt niet dat de engel Gabriël was; Lukas spreekt alleen van "een engel des Heeren" (Lukas 2:9). Hij noemt ook geen os, ezel of stal; alleen de kribbe. In kerststallen staan de herders vaak naast de wijzen uit het oosten, maar dat zijn twee verschillende verhalen. De wijzen komen alleen in Mattheüs 2 voor en vinden het Kind later in een huis. Het geheel van de geboorte van Jezus komt aan bod op de verhaalpagina over de geboorte van Jezus. Deze pagina gaat over de herders zelf: wie zij waren, wat zij hoorden en wat zij ermee deden.

Historische context

Lukas plaatst de geboorte van Jezus in de tijd van keizer Augustus, toen er een gebod uitging dat de gehele wereld beschreven zou worden (Lukas 2:1). Volgens Mattheüs 2:1 regeerde toen koning Herodes. Herodes de Grote stierf volgens de gangbare berekening uit gegevens bij Josephus in 4 voor Christus. De geboorte, en daarmee de nacht van de herders, valt daarom enkele jaren vóór het begin van onze jaartelling, waarschijnlijk rond 5 voor Christus. Een precieze datum geeft de Bijbel niet. Bethlehem lag in het heuvelland van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het was een gebied van akkers en weiden. Daar hoedde David als jongen de schapen van zijn vader: toen Samuël kwam, was "de kleinste" nog bij de kudde (1 Samuël 16:11). Waar de herders van Lukas 2 precies waren, zegt de tekst niet. De plaats die nu als herdersveld wordt aangewezen, ten oosten van Bethlehem, berust op latere overlevering. Herders bleven met hun kudde in het veld zolang er buiten te weiden was. Zij hielden de wacht tegen wilde dieren en dieven, vaak om beurten; de Statenvertaling zegt dat zij "de nachtwacht" hielden. Dat de kudden 's nachts buiten waren, wordt soms gebruikt als argument dat Jezus niet midden in de winter geboren is. Dat is mogelijk, maar niet zeker. De datum van 25 december is pas in de vierde eeuw in de westerse kerk in gebruik gekomen; de Bijbel noemt geen dag of maand. Herders hadden in Israël een dubbel beeld. De aartsvaders, Mozes en David waren herders, en God zelf wordt Herder genoemd (Psalm 23:1). In Egypte was "alle schaapherder" een gruwel (Genesis 46:34). Latere rabbijnse geschriften rekenen herders soms tot beroepen met een slechte naam; hoe sterk dat in de tijd van Jezus gold, is onder uitleggers omstreden. Dat de herders eenvoudige mensen waren, past in elk geval bij Lukas, die vaak laat zien dat het evangelie juist bij de kleinen aankomt. Sommige latere uitleggers hebben de herders van Bethlehem verbonden met kudden voor de offers in de tempel, en met de "Schaapstoren" uit Micha 4:8. Lukas zegt daar niets over. Het blijft een latere gedachte zonder steun in de tekst.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Trouw in hun werk: zij hielden in de nacht de wacht over de kudde (Lukas 2:8)
  • Gelovig: zij namen het woord van de engel aan als het woord dat de Heere hun had verkondigd (Lukas 2:15)
  • Voortvarend: zij gingen met haast naar Bethlehem (Lukas 2:16)
  • Getuigen: zij maakten alom bekend wat hun van het Kind gezegd was (Lukas 2:17)
  • Dankbaar: zij keerden terug terwijl zij God verheerlijkten en prezen (Lukas 2:20)

Theologische betekenis

Lukas laat de geboorte van de Zaligmaker het eerst verkondigen aan herders. Dat past bij de lijn van zijn evangelie. Maria had gezongen: "Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken, en nederigen heeft Hij verhoogd" (Lukas 1:52). Niet in het paleis van Herodes of bij de priesters wordt de geboorte eerst bekendgemaakt, maar in het veld bij gewone werkers. Paulus schrijft later dat God "het onedele der wereld, en het verachte" heeft uitverkoren (1 Korinthe 1:28). De boodschap zelf is rijk. De engel noemt het Kind "de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids" (Lukas 2:11). Zaligmaker zegt wat Hij komt doen: redden. Christus betekent de Gezalfde, de beloofde Koning. Heere is de titel waarmee de Griekse vertaling van het Oude Testament de Godsnaam weergeeft; zo noemt de engel het Kind met de naam van God Zelf. En de stad Davids verbindt het Kind met de koning die zelf herder was en van de schaapskooien werd gehaald om Israël te weiden (Psalm 78:70-71). Micha had over de Heerser uit Bethlehem gezegd: "Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN" (Micha 5:3), en Ezechiël sprak van één Herder, "Mijn knecht David" (Ezechiël 34:23). De herders bij Bethlehem horen dus van de geboorte van de Herder. Het teken is opvallend gewoon: een kribbe. De Christus, de Heere, ligt waar het vee eet. Daarin wordt zichtbaar hoe diep de vernedering was die met Zijn menswording begon en Hem tot het kruis zou brengen. De lofzang van de engelen, in de kerk later naar het Latijn het Gloria genoemd, luidt in de Statenvertaling: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen" (Lukas 2:14). De Statenvertaling volgt hier de tekstoverlevering die spreekt van Gods welbehagen in de mensen; andere handschriften lezen dat de vrede komt tot de mensen in wie God een welbehagen heeft. In beide lezingen gaat het om vrede die uit Gods vrije genade voortkomt, niet uit menselijke verdienste. De herders worden ten slotte de eersten die de geboorte van het Kind aan anderen bekendmaakten: zij maakten "alom bekend het woord" (Lukas 2:17). Later noemt Jezus Zichzelf "de goede Herder" (Johannes 10:11), en de apostelen spreken van "den grote Herder der schapen" (Hebreeën 13:20) en "de overste Herder" (1 Petrus 5:4).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Poimenes (ποιμένες, Grieks)

Betekenis

Herders, hoeders van kleinvee

Sleutelmomenten

1

De nachtwacht

In de landstreek van Bethlehem zijn herders in het veld. Zij houden de nachtwacht over hun kudde, gewoon werk in een gewone nacht.

Lukas 2:8

2

Een engel des Heeren

Plotseling staat een engel des Heeren bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omschijnt hen. De herders vrezen met grote vreze.

Lukas 2:9

3

De blijde boodschap

De engel zegt dat zij niet moeten vrezen. Hij verkondigt grote blijdschap voor al het volk: heden is in de stad Davids de Zaligmaker geboren, Christus, de Heere.

Lukas 2:10-11

4

Het teken van de kribbe

De engel geeft een teken: zij zullen het Kind vinden in doeken gewonden en liggend in een kribbe. De Heiland wordt aangewezen op een plaats voor vee.

Lukas 2:12

5

De lofzang van de engelen

Met de engel is ineens een menigte van het hemelse heirleger. Zij prijzen God en zingen van eer voor God en vrede op aarde.

Lukas 2:13-14

6

Met haast naar Bethlehem

Als de engelen weg zijn, zeggen de herders tegen elkaar dat zij naar Bethlehem willen gaan om het woord te zien dat de Heere hun heeft bekendgemaakt. Met haast komen zij en vinden Maria, Jozef en het Kind in de kribbe.

Lukas 2:15-16

7

Zij maken het bekend

Nadat zij het Kind gezien hebben, vertellen de herders overal wat hun over Hem gezegd is. Allen die het horen, verwonderen zich; Maria bewaart deze woorden in haar hart.

Lukas 2:17-19

8

Terug met lof

De herders keren terug, waarschijnlijk naar hun kudde. Zij verheerlijken en prijzen God over alles wat zij gehoord en gezien hebben, gelijk tot hen gesproken was.

Lukas 2:20

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van de herders in het veld beter te begrijpen.

Lukas 2:8

“En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.”

De opening van het verhaal. Lukas noemt geen namen en geen aantal, alleen de plaats en het werk van de herders.

Lukas 2:10

“En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;”

De engel neemt de vrees weg en kondigt blijdschap aan die niet alleen voor de herders is, maar voor het hele volk.

Lukas 2:11

“Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.”

De kern van de boodschap, met drie namen: Zaligmaker, Christus en Heere. De stad Davids is Bethlehem.

Lukas 2:12

“En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.”

Het teken is geen wonder aan de hemel, maar een pasgeboren Kind op een armoedige plaats.

Lukas 2:14

“Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.”

De lofzang van het hemelse heirleger. In de kerk werd deze tekst later bekend als het Gloria.

Lukas 2:15

“En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar de hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.”

De herders erkennen in de boodschap van de engel het woord van de Heere zelf en gaan op weg om het te zien.

Lukas 2:20

“En de herders keerde wederom, verheerlijkende en prijzende God over alles, wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was.”

Het slot: de herders keren terug, nu met lofprijzing. Alles was zoals het gezegd was.

Johannes 10:11

“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.”

Het Kind dat aan herders werd bekendgemaakt, noemt Zich later Zelf de goede Herder die Zijn leven geeft.

Tijdperiode

~5 v.Chr.

De herders in het veld leefden in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

De herders hoorden het evangelie midden in hun gewone werk, in de nacht en in het veld. God zocht hen op waar zij waren. Dat geeft moed aan ieder die denkt te gewoon of te onbelangrijk te zijn voor God. De blijde boodschap is "grote blijdschap, die al den volke wezen zal" (Lukas 2:10), ook voor wie geen positie of aanzien heeft. De herders lieten het niet bij horen. Zij zeiden tegen elkaar: "laat ons zien het woord, dat er geschied is" (Lukas 2:15), en zij gingen met haast. Geloof neemt Gods woord serieus en gaat op weg naar Christus. Zij vonden alles precies zoals het hun gezegd was. Wie op Gods woord vertrouwt, wordt niet beschaamd. Wat zij gezien hadden, hielden zij niet voor zichzelf. Zij vertelden het verder, eenvoudig en eerlijk, en de mensen verwonderden zich. Er is geen opleiding voor nodig om te vertellen wat God gedaan heeft. Ten slotte gingen de herders terug, waarschijnlijk naar hun kudde. Hun werk was hetzelfde, maar zij deden het nu terwijl zij God verheerlijkten en prezen. Voor ons betekent dat: de ontmoeting met Christus haalt ons niet weg uit het gewone leven, maar verandert de manier waarop wij het leiden. Wie Hem kent als de goede Herder, kan met David zeggen: "De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken" (Psalm 23:1).

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over de herders in het veld

Wie waren de herders in het veld in de Bijbel?
De herders in het veld waren herders bij Bethlehem die in de nacht van de geboorte van Jezus de wacht hielden over hun kudde (Lukas 2:8). Een engel des Heeren verkondigde hun dat in de stad Davids de Zaligmaker geboren was, Christus, de Heere. Na de lofzang van een menigte engelen gingen zij met haast naar Bethlehem, vonden Maria, Jozef en het Kind in de kribbe en vertelden overal wat hun gezegd was. Daarna keerden zij terug terwijl zij God prezen.
Waar staan de herders in het veld in de Bijbel?
Alleen in het Evangelie naar Lukas, hoofdstuk 2, verzen 8 tot en met 20. Mattheüs, Markus en Johannes vertellen niet over de herders. Mattheüs vertelt wel over de wijzen uit het oosten (Mattheüs 2:1-12), maar dat is een ander verhaal. De Statenvertaling begint het gedeelte met: "En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde" (Lukas 2:8).
Hoeveel herders waren er en hoe heetten zij?
Dat zegt de Bijbel niet. Lukas spreekt alleen van "herders in diezelfde landstreek" (Lukas 2:8), in het meervoud, zonder aantal en zonder namen. Het waren er dus minstens twee, maar ieder getal daarboven is een gissing. In kerstspelen en kerststallen krijgen de herders soms namen of een vast aantal; dat komt uit de verbeelding, niet uit de Schrift.
Welke engel verscheen aan de herders?
Lukas noemt geen naam. Bij de herders spreekt hij van "een engel des Heeren" (Lukas 2:9) en daarna van "een menigte des hemelsen heirlegers" (Lukas 2:13). Gabriël wordt in Lukas 1 wel bij naam genoemd, bij Zacharias en bij Maria (Lukas 1:19, Lukas 1:26), maar in Lukas 2 niet. Wie bij de herders Gabriël invult, gaat verder dan de tekst.
Wat zeiden de engelen tegen de herders?
De engel zei: "Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids" (Lukas 2:10-11). Hij gaf als teken een Kind in doeken in een kribbe. Daarna prees een menigte engelen God: "Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen" (Lukas 2:14).
Wat betekent "Ere zij God in de hoogste hemelen"?
Het is de lofzang van de engelen bij de geboorte van Jezus (Lukas 2:14), in de kerk later naar het Latijn het Gloria genoemd. De engelen geven God de eer voor wat Hij doet, en verkondigen vrede op aarde. Die vrede is in de eerste plaats vrede met God, die Hij uit vrije genade geeft. De Statenvertaling leest "in de mensen een welbehagen"; andere handschriften spreken van vrede voor de mensen in wie God een welbehagen heeft. In beide gevallen gaat het om Gods genade.
Waarom kregen juist herders de boodschap?
De Bijbel geeft geen reden, maar het past bij Lukas. Maria zong: "nederigen heeft Hij verhoogd" (Lukas 1:52), en Lukas laat telkens zien dat het evangelie bij eenvoudige mensen aankomt. Ook het verband met David valt op: hij was een herder uit Bethlehem die van de schaapskooien werd gehaald om Israël te weiden (Psalm 78:70-71). Veel uitleggers zien het als passend dat herders als eersten hoorden dat de Zoon van David, de beloofde Herder, geboren was.
Waren de herders in december in het veld?
Dat weten wij niet, want de Bijbel noemt geen dag of maand. Dat de kudden in de nacht buiten waren (Lukas 2:8), wordt soms gebruikt als argument dat Jezus niet midden in de winter geboren is. Dat is mogelijk, maar niet te bewijzen. De datum van 25 december is pas in de vierde eeuw in de westerse kerk in gebruik gekomen. Het kerstfeest gedenkt de geboorte van Christus, niet een in de Bijbel vastgelegde datum.
Waren de herders van Bethlehem tempelherders?
Lukas zegt dat niet. Sommige latere uitleggers hebben gedacht dat de herders bij Bethlehem schapen hoedden voor de offers in de tempel, en hebben dat verbonden met de "Schaapstoren" uit Micha 4:8. Het is een latere gedachte zonder steun in de tekst. Lukas noemt hen alleen herders die in het veld de nachtwacht hielden over hun kudde (Lukas 2:8), en daar laten wij het bij.
Waren de herders en de wijzen tegelijk bij Jezus?
Waarschijnlijk niet. De herders kwamen in de nacht van de geboorte en vonden het Kind in de kribbe (Lukas 2:16). De wijzen staan alleen in Mattheüs 2 en vonden het Kind met Maria in een huis (Mattheüs 2:11). Herodes liet daarna de kinderen van twee jaar en jonger doden (Mattheüs 2:16), wat erop wijst dat de wijzen enige tijd later kwamen. In kerststallen staan beide groepen bij elkaar, maar de evangeliën vertellen twee verschillende momenten.
Wat deden de herders na hun bezoek aan Bethlehem?
Zij vertelden overal wat hun over het Kind gezegd was, en allen die het hoorden verwonderden zich (Lukas 2:17-18). Daarna keerden zij terug, "verheerlijkende en prijzende God over alles, wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was" (Lukas 2:20). Wat er later van hen werd, vertelt de Bijbel niet. Zij verdwijnen uit het verhaal, maar hun getuigenis blijft.
Wat kunnen wij leren van de herders in het veld?
De herders laten zien dat God Zijn blijde boodschap aan gewone mensen geeft, midden in hun werk. Zij namen het woord van de Heere serieus, gingen met haast op weg en vonden alles zoals het gezegd was (Lukas 2:15-16). Wat zij gezien hadden, vertelden zij verder. En zij keerden terug, waarschijnlijk naar hun dagelijks werk, terwijl zij God prezen. Zo leren wij geloven, getuigen en danken, ook in het gewone leven van elke dag.

Stel een vraag over de herders in het veld

Wilt u meer weten over de herders in het veld? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over de herders in het veld

Bijbelverhalen rond de herders in het veld

Verdiep u verder