Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~970 v.Chr.

Hiram in de Bijbel

Chiram (חִירָם, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk: (mijn) broeder is verheven”

Wie was Hiram?

Hiram was koning van Tyrus in de tijd van David en Salomo. Hij stuurde cederhout en bouwlieden voor Davids huis en leverde het hout voor de tempel, waarna hij met Salomo een verbond sloot (1 Koningen 5:12). Een andere Hiram, een kopersmid uit Tyrus, maakte het koperwerk van de tempel.

Hiram komt voor in 2 Samuël 5, 1 Koningen 5, 9 en 10 en 1 Kronieken 14. In 2 Kronieken 2, 8 en 9 heet hij Huram. Hij was koning van Tyrus, een havenstad van de Feniciërs, die de Bijbel ook Sidoniërs noemt. Zijn land had wat Israël miste: de cederen van de Libanon en mensen die ermee konden werken. Salomo zei zelf dat "onder ons niemand is, die weet hout te houwen, gelijk de Sidoniers" (1 Koningen 5:6). Het verhaal begint bij David. Toen David koning was in Jeruzalem, stuurde Hiram hem boden, cederhout, timmerlieden en metselaars, en zij bouwden David een huis (2 Samuël 5:11). David zag daarin een teken dat de HEERE hem als koning bevestigd had (2 Samuël 5:12). Bij Salomo groeide de band uit tot een vaste samenwerking. Hiram stuurde gezanten "dewijl Hiram David altijd bemind had" (1 Koningen 5:1). Salomo vroeg om cederen voor het huis des HEEREN, Hiram stemde toe en prees de HEERE om Davids wijze zoon. Zij sloten een verbond (1 Koningen 5:12). Later kwam er een schaduw over de vriendschap. Salomo gaf Hiram twintig steden in Galilea, maar Hiram vond ze niet recht in zijn ogen en noemde ze het land Kabul (1 Koningen 9:13). Toch voeren hun schepen daarna samen naar Ofir en Tharsis (1 Koningen 9:26-28; 2 Kronieken 9:21). Hiram is niet te verwarren met de kopersmid Hiram uit Tyrus, de zoon van een weduwe uit de stam Nafthali, die het koperwerk van de tempel maakte (1 Koningen 7:13-14). In 2 Kronieken heet die vakman Huram Abi (2 Kronieken 2:13) en Huram Abiu (2 Kronieken 4:16). Beide komen hieronder aan de orde; de koning staat voorop.

Historische context

Tyrus lag aan de kust van wat nu Libanon is, aan de grens van het gebied van Aser (Jozua 19:29). De stad leefde van zeehandel en van het hout uit de bergen. Hiram regeerde in de tiende eeuw voor Christus, in de tijd van David en Salomo; een datering rond 970 voor Christus is gangbaar, maar de precieze jaren zijn onzeker. Dat Hiram al hout stuurde voor Davids paleis en nog leefde toen Salomo na twintig jaar bouwen zijn twee huizen voltooid had (1 Koningen 9:10), wijst op een lange regering. Sommige uitleggers denken daarom dat 2 Samuël 5 de hulp aan David niet in strikt chronologische volgorde vertelt. De tekst zelf laat dat open. De Joodse geschiedschrijver Josephus (Tegen Apion I,17-18) noemt Hiram en beroept zich op Fenicische kronieken over hem. Wat hij daaruit overneemt, staat buiten de Bijbel en is niet na te gaan. De afspraak met Salomo was zakelijk en precies. Hirams knechten brachten het hout van de Libanon naar zee en lieten het op vlotten naar de plaats varen die Salomo zou aanwijzen (1 Koningen 5:9); volgens 2 Kronieken 2:16 was dat Jafo. Salomo gaf daarvoor "twintig duizend kor tarwe, tot spijze van zijn huis, en twintig kor gestoten olie" (1 Koningen 5:11). Tyrus had weinig landbouwgrond en was voor voedsel afhankelijk van het achterland; eeuwen later lezen wij nog dat het land van de Tyriërs "gespijzigd werd van des konings land" (Handelingen 12:20). Bouwlieden van Salomo, van Hiram en uit Gebal werkten samen aan stenen en hout (1 Koningen 5:18). Na twintig jaar bouwen gaf Salomo Hiram twintig steden in Galilea, omdat Hiram hem cederen, dennen en goud geleverd had (1 Koningen 9:11). Hiram noemde ze het land Kabul. Wat dat woord precies betekent, is onzeker; vaak wordt aan iets als waardeloos gedacht, maar dat blijft een uitleg. Volgens 2 Kronieken 8:2 bouwde Salomo steden "welke Huram hem gegeven had". Uitleggers lezen dat soms zo dat Hiram de steden teruggaf; de tekst zegt dat niet met zoveel woorden. Hiram bezat de zeevaartkennis die Israël niet had. Vanuit Ezeon-Geber aan de Schelfzee voeren zijn scheepslieden met die van Salomo naar Ofir (1 Koningen 9:26-28). Waar Ofir lag, weet niemand zeker.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Trouw in vriendschap: hij had David altijd bemind (1 Koningen 5:1)
  • Gaf eer aan de HEERE om de wijsheid van Salomo (1 Koningen 5:7)
  • Hield zich aan zijn afspraken en leverde al wat Salomo wilde (1 Koningen 5:10)
  • Deelde zijn kennis van de zee met Israël (1 Koningen 9:27)
  • Hield zijn teleurstelling niet verborgen, maar bleef Salomo zijn broeder noemen (1 Koningen 9:13)

Theologische betekenis

De tempel van Salomo was het huis van de God van Israël, maar het hout kwam uit de Libanon en de vaklieden uit Tyrus. De Schrift vertelt dat zonder schaamte. David had veel voorbereid; Salomo bouwde; en een heidense koning droeg bij met wat zijn land voortbracht. Hiram zelf zei: "Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!" (1 Koningen 5:7). In Kronieken gaat hij verder en noemt de HEERE "de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft" (2 Kronieken 2:12). Of Hiram de HEERE ook als zijn eigen God diende, zegt de tekst niet. Zijn woorden kunnen beleefdheid zijn van een vorst die de God van zijn bondgenoot eert; ze kunnen ook meer zijn. Wat wel duidelijk is: een vreemdeling erkent dat de wijsheid van Salomo een gave van de HEERE is. Dat sluit aan bij wat even later van de koningin van Scheba verteld wordt (1 Koningen 10:9). De profeten zien in deze geschiedenis een voorbeeld van wat komen zal. Jesaja belooft Sion: "De heerlijkheid van Libanon zal tot u komen, de denneboom, de beukeboom en de busboom te gelijk, om te versieren de plaats Mijns heiligdoms" (Jesaja 60:13). In Psalm 45:13 zoekt "de dochter van Tyrus" met geschenken gunst. Veel uitleggers lezen daarin een vooruitwijzing naar de volken die tot de Messias komen. Tyrus zelf liep later anders af: de profeten kondigen het oordeel aan over zijn trots (Jesaja 23; Ezechiël 26 tot 28), en Amos noemt als een van de overtredingen van Tyrus: "niet gedacht aan het verbond der broederen" (Amos 1:9). Sommigen zien daarin een verwijzing naar het verbond van Hiram en Salomo; de tekst noemt geen namen. In het Nieuwe Testament gaat de Heere Jezus naar "de landpalen van Tyrus en Sidon" (Markus 7:24) en zegt Hij dat Tyrus en Sidon zich bekeerd zouden hebben als zij Zijn krachten hadden gezien (Mattheüs 11:21). De kopersmid Hiram doet denken aan Bezaleël, die God vervulde met wijsheid voor het werk aan de tabernakel (Exodus 31:3). Van Hiram zelf staat, naar de gangbare lezing van 1 Koningen 7:14, dat hij "vervuld was met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap".

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Chiram (חִירָם, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk: (mijn) broeder is verheven

Sleutelmomenten

1

Cederhout voor Davids huis

Hiram stuurt boden naar David, met cederhout, timmerlieden en metselaars. Zij bouwen David een huis in Jeruzalem, en David merkt dat de HEERE hem als koning bevestigd heeft.

2 Samuël 5:11

2

Gezanten bij Salomo

Als Salomo koning is geworden, stuurt Hiram zijn knechten, want hij had David altijd bemind. Salomo vertelt dat hij een huis voor de Naam des HEEREN wil bouwen en vraagt om cederen uit de Libanon.

1 Koningen 5:1-6

3

Een verbond over hout en tarwe

Hiram verblijdt zich, prijst de HEERE en belooft ceder- en dennenhout. Salomo geeft jaar op jaar tarwe en olie, en de twee koningen sluiten een verbond.

1 Koningen 5:7-12

4

Hiram de kopersmid

Salomo laat een vakman uit Tyrus halen, ook Hiram geheten. Hij giet twee koperen pilaren, noemt ze Jachin en Boaz en maakt het overige koperwerk voor het huis des HEEREN.

1 Koningen 7:13-22

5

Het land Kabul

Na twintig jaar bouwen geeft Salomo Hiram twintig steden in Galilea. Hiram gaat ze bezien, vindt ze niet recht in zijn ogen en noemt ze het land Kabul.

1 Koningen 9:10-14

6

Samen naar Ofir

Salomo bouwt schepen te Ezeon-Geber. Hiram stuurt scheepslieden, kenners van de zee, en zij halen goud uit Ofir.

1 Koningen 9:26-28

7

De schepen van Tharsis

De schepen van Salomo varen met die van Hiram en komen eens in de drie jaar terug met goud, zilver, elpenbeen, apen en pauwen.

1 Koningen 10:22

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Hiram beter te begrijpen.

2 Samuël 5:11

“En Hiram, de koning van Tyrus, zond boden tot David, en cederenhout, en timmerlieden, en metselaars; en zij bouwden David een huis.”

De eerste vermelding van Hiram. Het huis van David in Jeruzalem is voor een deel het werk van Tyrische vaklieden.

1 Koningen 5:1

“En Hiram, de koning van Tyrus, zond zijn knechten tot Salomo (want hij had gehoord, dat zij Salomo tot koning gezalfd hadden in zijns vaders plaats), dewijl Hiram David altijd bemind had.”

De band met David gaat over op zijn zoon. Het woord bemind duidt hier op trouw tussen bondgenoten.

1 Koningen 5:7

“En het geschiedde, als Hiram de woorden van Salomo gehoord had, dat hij zich zeer verblijdde, en zeide: Gezegend zij de HEERE heden, Die David een wijzen zoon gegeven heeft over dit grote volk!”

Een heidense koning prijst de HEERE om de wijsheid van Salomo, voordat de bouw begint.

1 Koningen 5:12

“De HEERE dan gaf Salomo wijsheid, gelijk als Hij tot hem gesproken had; en er was vrede tussen Hiram en tussen Salomo, en zij beiden maakten een verbond.”

De schrijver ziet het verbond met Hiram als vrucht van de wijsheid die God aan Salomo had beloofd.

1 Koningen 7:14

“Hij was de zoon ener weduwvrouw, uit den stam van Nafthali, en zijn vader was een man van Tyrus geweest, een koperwerker, die vervuld was met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, om alle werk in het koper te maken; deze kwam tot den koning Salomo, en maakte al zijn werk.”

Dit is de andere Hiram: de kopersmid, half Israëliet en half Tyriër, die het koperwerk van de tempel maakte.

1 Koningen 7:21

“Daarna richtte hij de pilaren op in het voorhuis des tempels; en den rechter pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Jachin, en den linker pilaar opgericht hebbende, zo noemde hij zijn naam Boaz.”

De twee koperen pilaren voor de tempel kregen elk een naam. Ze zijn het bekendste werk van de kopersmid.

1 Koningen 9:13

“Daarom zeide hij: Wat zijn dat voor steden, mijn broeder, die gij mij gegeven hebt? En hij noemde ze het land Kabul, tot op dezen dag.”

Hiram is teleurgesteld over de twintig steden in Galilea, maar spreekt Salomo nog steeds aan als broeder.

2 Kronieken 2:12

“Verder zeide Huram: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, dat Hij den koning David een wijzen zoon, kloek in voorzichtigheid en verstand, gegeven heeft, die een huis voor den HEERE, en een huis voor zijn koninkrijk bouwe!”

In Kronieken heet de koning Huram. Hij noemt de God van Israël de Schepper van hemel en aarde.

Tijdperiode

~970 v.Chr.

Hiram leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Hiram bracht wat zijn land voortbracht en wat zijn mensen konden. God nam dat in dienst voor de bouw van Zijn huis. Wij hoeven onze gewone gaven niet klein te achten: hout houwen, stenen behouwen, metselen en varen kregen een plaats bij de tempel. Ook nu mag vakmanschap dienstbaar zijn aan Gods werk en aan de naaste. Salomo schaamde zich niet om te erkennen dat anderen iets beter konden dan zijn eigen volk (1 Koningen 5:6). Die eerlijkheid past ook ons, in de gemeente en daarbuiten: wij hebben elkaar nodig, en niemand bezit alle gaven. Zijn vriendschap met David bleef niet bij één generatie. Hiram had David altijd bemind en zond daarom ook gezanten naar Salomo. Trouw die een generatie overleeft, is zeldzaam en waardevol, in families, in gemeenten en tussen mensen die samenwerken. De geschiedenis van Kabul is eerlijk en herkenbaar. Twee koningen met een verbond, en toch een teleurstelling over wat de een de ander gaf. De Bijbel poetst dat niet weg, en zegt ook niet wie hier tekortschoot. Wel laat de tekst zien dat een klacht uitgesproken kan worden zonder de band te breken: Hiram noemde Salomo nog steeds "mijn broeder" (1 Koningen 9:13). Een vreemdeling erkende bovendien dat de wijsheid van Salomo van de HEERE kwam. Wie van buiten naar Gods volk kijkt, ziet soms scherp wat God geeft. Dat mag ons dankbaar en bescheiden maken.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Hiram

Wie was Hiram in de Bijbel?
Hiram was koning van Tyrus in de tijd van David en Salomo. Hij stuurde David cederhout, timmerlieden en metselaars voor een huis in Jeruzalem (2 Samuël 5:11). Voor Salomo leverde hij het ceder- en dennenhout voor de tempel, in ruil voor tarwe en olie, en de twee koningen sloten een verbond (1 Koningen 5:12). Zijn scheepslieden voeren met die van Salomo naar Ofir. Een andere Hiram, een kopersmid uit Tyrus, maakte het koperwerk van de tempel.
Wat betekent de naam Hiram?
Hiram wordt meestal gezien als een korte vorm van Ahiram, wat waarschijnlijk betekent: (mijn) broeder is verheven. Die verklaring is niet zeker. In Kronieken staat de vorm Huram. De naam zegt verder weinig over de persoon; het verhaal van Hiram draait om zijn vriendschap met David en zijn rol bij de bouw van de tempel.
Waar staat Hiram in de Bijbel?
Koning Hiram staat in 2 Samuël 5:11, 1 Koningen 5, 1 Koningen 9:10-14 en 9:26-28, 1 Koningen 10:11 en 10:22, en 1 Kronieken 14:1. In 2 Kronieken 2, 8 en 9 heet hij Huram. De kopersmid Hiram staat in 1 Koningen 7:13-45 en, als Huram, in 2 Kronieken 2:13-14 en 2 Kronieken 4:11-16.
Is Hiram dezelfde als Huram?
Ja. Huram is een andere schrijfwijze van dezelfde naam. Koningen en 1 Kronieken 14:1 schrijven Hiram; 2 Kronieken schrijft Huram, zowel voor de koning van Tyrus als voor de kopersmid. De vakman heet daar ook Huram Abi (2 Kronieken 2:13) en Huram Abiu (2 Kronieken 4:16). Wat de toevoeging Abi precies betekent, is niet zeker.
Wie was Hiram de kopersmid?
De kopersmid Hiram was een andere persoon dan de koning. Hij was "de zoon ener weduwvrouw, uit den stam van Nafthali", en zijn vader was een man van Tyrus geweest (1 Koningen 7:14). Volgens 2 Kronieken 2:14 was zijn moeder uit de dochteren van Dan. Hoe dat samengaat met de stam Nafthali, legt de tekst niet uit; uitleggers denken aan afkomst uit de ene en woonplaats in de andere stam. Hij goot de pilaren Jachin en Boaz, de koperen zee en de stellingen (de verrijdbare onderstellen voor de wasvaten). In de vrijmetselarij bestaat een legende over Hiram als bouwmeester; die is buitenbijbels en heeft geen grond in de Schrift.
Wat leverde Hiram voor de tempel van Salomo?
Hiram leverde ceder- en dennenhout uit de Libanon. Zijn knechten brachten het naar zee en lieten het op vlotten naar Israël varen (1 Koningen 5:9). Zijn bouwlieden werkten met die van Salomo aan stenen en hout (1 Koningen 5:18). Volgens 1 Koningen 9:11 leverde hij ook goud, en in 1 Koningen 9:14 staat dat hij Salomo honderdtwintig talenten goud zond. Salomo betaalde met tarwe en olie.
Wat is het land Kabul?
Het land Kabul is de naam die Hiram gaf aan twintig steden in Galilea die Salomo hem schonk. Hiram ging ze bezien, "maar zij waren niet recht in zijn ogen" (1 Koningen 9:12). Hij vroeg: "Wat zijn dat voor steden, mijn broeder, die gij mij gegeven hebt?" (1 Koningen 9:13). De betekenis van Kabul is onzeker; vaak wordt gedacht aan iets als waardeloos. Volgens 2 Kronieken 8:2 bouwde Salomo later steden die Huram hem gegeven had.
Geloofde Hiram in de God van Israël?
Dat weten wij niet. Hiram prees de HEERE om de wijze zoon die David gekregen had (1 Koningen 5:7) en noemde Hem in 2 Kronieken 2:12 de God Israëls, "Die den hemel en de aarde gemaakt heeft". Dat kunnen woorden van diplomatieke beleefdheid zijn, maar ook van werkelijke erkenning. De Bijbel zegt niet dat hij zijn eigen goden verliet. Wel laat de tekst zien dat een vreemdeling de wijsheid van Salomo als gave van God zag.
Leefde Hiram in de tijd van David en van Salomo?
Volgens de Bijbel wel. Salomo zegt het zelf tegen Huram: "Gelijk als gij met mijn vader David gedaan hebt" (2 Kronieken 2:3). Hiram stuurde bouwlieden naar David (2 Samuël 5:11) en sloot na Davids dood een verbond met Salomo (1 Koningen 5:1-12). Twintig jaar na het begin van de bouw ontving hij nog de steden in Galilea (1 Koningen 9:10-11). Dat wijst op een lange regering. Hoe lang hij precies regeerde, zegt de Bijbel niet; sommige uitleggers denken dat 2 Samuël 5 niet strikt chronologisch vertelt.
Wat zijn de pilaren Jachin en Boaz?
Jachin en Boaz waren twee koperen pilaren die de kopersmid Hiram voor de tempel van Salomo goot. Hij richtte ze op in het voorhuis van de tempel: de rechter noemde hij Jachin, de linker Boaz (1 Koningen 7:21). Ze waren achttien el hoog en droegen kapitelen met leliewerk en granaatappelen (1 Koningen 7:15-20). De Bijbel legt de namen niet uit en legt geen verband met Boaz, de man van Ruth.
Wat kunnen wij leren van Hiram?
Wij leren van Hiram dat God gewone gaven gebruikt voor Zijn werk: hout, vakmanschap en zeevaart kregen een plaats bij de bouw van de tempel. Zijn trouw aan David en daarna aan Salomo laat zien hoe waardevol vriendschap over generaties heen is. En zijn klacht over Kabul laat zien dat een teleurstelling uitgesproken kan worden zonder de band te verbreken; wij mogen daaruit leren hoe waardevol heldere afspraken zijn.

Stel een vraag over Hiram

Wilt u meer weten over Hiram? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Hiram

Bijbelverhalen rond Hiram

Verdiep u verder