Ga naar hoofdinhoud

Psalm 19

Samenvatting

Psalm 19 is een psalm van David over twee manieren waarop God Zich laat kennen: in de schepping en in Zijn wet. Na het opschrift opent de Statenvertaling met 'De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk' (vers 2), en halverwege slaat de psalm om: 'De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel' (vers 8). De psalm telt vijftien verzen en eindigt met het gebed dat de woorden van de mond en de overdenking van het hart God behagen.

Lees de volledige uitleg →
SV
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
2De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.
3De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap.
4Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord.
5Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft in dezelve een tent gesteld voor de zon.
6En die is als een bruidegom, uitgaande uit zijn slaapkamer; zij is vrolijk als een held, om het pad te lopen.
7Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.
8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
9De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.
10De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig.
11Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.
12Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.
13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.
14Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding.
15Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser!