Psalm 129
1 Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;
2 Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.
3 Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.
4 De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
5 Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.
6 Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;
7 Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;
8 En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.
Verdiep u in Psalm 129
Uitleg bij Psalm 129
Lees de betekenis, context en toepassing van dit hoofdstuk.
Kruisverwijzingen Psalm 129
Ontdek parallelle teksten en verbanden met andere bijbelgedeelten.
Woordstudie
Bestudeer Hebreeuwse en Griekse grondwoorden uit dit hoofdstuk.
Over bijbelvertalingen
Ontdek de verschillen tussen de Nederlandse bijbelvertalingen.
Stel vragen over dit hoofdstuk
Gebruik de AI-assistent voor uitleg bij Psalm 129.
Verzen memoriseren
Leer bijbelverzen uit Psalm 129 uit het hoofd.
Studiegids Psalm
Werk in 8 sessies door het hele boek, met vragen en gebeden.
Over vertalingen: welke tekst leest u hier?
U leest Psalm 129 in de Statenvertaling; daarnaast is op deze site de Petrus Canisiusvertaling beschikbaar. De Herziene Statenvertaling (HSV) is vanwege licenties niet als volledige tekst op deze site te lezen. Op onze HSV-pagina leest u wat de HSV is, waar u de HSV wél online kunt lezen en hoe deze zich verhoudt tot de Statenvertaling.