Zegen op de Gerizim, vloek op de Ebal
Mozes gebiedt dat Israël, als het in het land gekomen is, de zegen uitspreekt op de Gerizim en de vloek op de Ebal.
Gerizim (Hebreeuws הַר גְּרִזִּים, de berg Gerizim) komt in vier verzen van het Oude Testament voor. De betekenis van de naam is onzeker.
De berg Gerizim ligt bij Sichem, tegenover de berg Ebal. Daar moest Israël na de intocht in Kanaän de zegen uitspreken, en op de Ebal de vloek (Deuteronomium 11:29). Later stond er de tempel van de Samaritanen; over deze berg sprak de Samaritaanse vrouw met Jezus (Johannes 4:20).
Ook bekend als: Gerizim
De Gerizim rijst op aan de zuidkant van het smalle dal bij Sichem, in het bergland van Efraïm; aan de noordkant staat de Ebal. Door dat dal liep de oude weg van Jeruzalem naar het noorden. Deuteronomium 11:30 plaatst beide bergen aan de westkant van de Jordaan, bij de eikenbossen van More. De Gerizim is ongeveer 880 meter hoog, de Ebal iets hoger.
De berg heet in het Arabisch Djebel et-Toer en ligt aan de zuidkant van Nablus, op de Westelijke Jordaanoever; de identificatie is zeker. Op de top zijn resten opgegraven van een Samaritaans heiligdom en van een Byzantijnse kerk. Een kleine Samaritaanse gemeenschap woont op de berg en viert er nog jaarlijks het pascha.
Mozes gebiedt dat Israël, als het in het land gekomen is, de zegen uitspreekt op de Gerizim en de vloek op de Ebal.
Mozes wijst de stammen aan: zes staan op de Gerizim om het volk te zegenen, zes op de Ebal over de vloek.
Israël staat rond de ark tussen de twee bergen, en Jozua leest al de woorden van de wet voor, de zegen en de vloek, voor de hele gemeente.
Jotham roept vanaf de top van de Gerizim de burgers van Sichem toe met de fabel van de bomen die een koning zochten, als waarschuwing tegen Abimelech.
De Samaritaanse vrouw noemt de berg waarop haar vaders aanbaden. Jezus antwoordt dat de ware aanbidders de Vader aanbidden in geest en waarheid.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van de berg Gerizim in de Schrift beter te begrijpen.
De berg Gerizim ligt in het midden van het land, aan de zuidkant van het dal bij het oude Sichem, tegenover de berg Ebal aan de noordkant. Vandaag ligt hij aan de zuidrand van de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever; de identificatie is zeker. De bergen liggen zo dicht bij elkaar dat het volk tussen beide kon staan terwijl de wet werd voorgelezen (Jozua 8:33).
Mozes gebood dat Israël na de intocht in Kanaän de zegen zou uitspreken op de Gerizim en de vloek op de Ebal (Deuteronomium 11:29). Zes stammen stonden op de Gerizim en zes op de Ebal (Deuteronomium 27:12-13). Jozua voerde dat uit: hij bouwde een altaar op de Ebal, schreef de wet op stenen en las de zegen en de vloek voor heel Israël voor (Jozua 8:30-35).
De vrouw zegt bij de put: "Onze vaders hebben op deze berg aangebeden" (Johannes 4:20). Ze noemt de naam niet, maar de berg wordt algemeen gelijkgesteld met de Gerizim, die boven de fontein Jakobs uitrijst (zoals de Statenvertaling de put noemt, Johannes 4:6) en de heilige berg van de Samaritanen was. Jezus antwoordt dat men de Vader zal aanbidden noch op deze berg, noch te Jeruzalem, maar in geest en waarheid (Johannes 4:21-24).
Jotham, de jongste zoon van Gideon, ontkwam toen Abimelech zijn broers doodde. Daarna ging hij op de top van de Gerizim staan en vertelde de burgers van Sichem een fabel: de bomen zochten een koning, maar de olijfboom, de vijgeboom en de wijnstok weigerden; alleen de doornenbos wilde. Zo waarschuwde hij Sichem voor Abimelech als koning (Richteren 9:7-15). Toen vluchtte hij naar Beer (Richteren 9:21).
Ja, een heiligdom van de Samaritanen, niet van Israël; de Bijbel zelf noemt het niet. Na de ballingschap bouwden de Samaritanen er een heiligdom; Josephus noemt het een tempel, en opgravingen op de top hebben er resten van blootgelegd. Johannes Hyrkanus, een Joodse vorst, verwoestte die tempel volgens de gangbare datering aan het eind van de tweede eeuw voor Christus. De Samaritanen bleven op de berg aanbidden (Johannes 4:20).
De naam Gerizim staat in vier verzen: Deuteronomium 11:29 en 27:12 (het gebod van zegen en vloek), Jozua 8:33 (de voorlezing van de wet) en Richteren 9:7 (de fabel van Jotham). De Statenvertaling spelt de naam overal als Gerizim; de berg Ebal staat er steeds tegenover. Het Nieuwe Testament noemt de naam niet, maar Johannes 4:20-21 spreekt over deze berg.
Ja. Een kleine Samaritaanse gemeenschap leeft nog, deels op de berg Gerizim en deels in Israël. Zij beschouwen de Gerizim als de plaats die God verkoren heeft en vieren er elk jaar het pascha met het slachten van lammeren. In hun eigen tekst van de vijf boeken van Mozes staat in Deuteronomium 27:4 Gerizim waar de Statenvertaling, met de masoretische Hebreeuwse tekst, de Ebal noemt.
Sichem
Bijbels Sichem wordt algemeen gelijkgesteld met Tell Balata, aan de oostrand van de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever
Samaria
De resten van de stad Samaria liggen bij het dorp Sebastiya op de Westelijke Jordaanoever, ten noordwesten van Nablus; de identificatie is zeker
Ai
Ai wordt meestal gezocht op et-Tell, een grote ruïneheuvel een paar kilometer ten oosten van het dorp Beitin op de Westelijke Jordaanoever, maar die identificatie is omstreden
Jeruzalem
Jeruzalem bestaat nog en is een van de oudste voortdurend bewoonde steden ter wereld
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van de berg Gerizim? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden op de berg Gerizim.
Plaats de berg Gerizim in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over de berg Gerizim.
Uitleg bij bijbelgedeelten over de berg Gerizim.
Verken thema's die verbonden zijn met de berg Gerizim.