Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Nicea: om onze zaligheid mens geworden

In het kort

De Geloofsbelijdenis van Nicea belijdt in dit deel de menswording en het werk van Christus. Om onze zaligheid kwam Gods Zoon uit de hemel en werd mens. Hij werd gekruisigd, stond op naar de Schriften, voer op ten hemel en komt terug. Zijn Rijk zal geen einde hebben.

De tekst van Nicea, deel 3

Die om ons mensen en om onze zaligheid is nedergekomen uit den hemel, en vlees geworden is van den Heiligen Geest uit de maagd Maria, en een mens is geworden; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is; en ten derden dage opgestaan is naar de Schriften, en opgevaren is ten hemel; zit ter rechterhand des Vaders, en zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; Wiens Rijk geen einde zal hebben.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

In het vorige deel beleed de Geloofsbelijdenis van Nicea dat Jezus Christus waarachtig God is, van hetzelfde wezen met de Vader. Dit derde deel vertelt wat deze Zoon gedaan heeft. Het gaat over de menswording en het werk van Christus, van Zijn komst uit de hemel tot Zijn wederkomst. De lijn is dezelfde als in de Apostolische Geloofsbelijdenis. Maar Nicea zegt er meteen bij waarom het gebeurde: 'om ons mensen en om onze zaligheid'. Zaligheid is een oud woord voor redding en eeuwig behoud.

Om ons mensen en om onze zaligheid

Met deze woorden begint het deel, en ze kleuren alles wat volgt. Gods Zoon werd niet mens om Zichzelf, maar om ons. Paulus noemt het een getrouw woord dat "Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken". De engel zei tegen Jozef dat het kind Jezus moest heten, want "Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden".

Daarna staat er dat Hij 'is nedergekomen uit den hemel'. Nedergekomen betekent neergedaald. De Zoon bestond dus al vóór Zijn geboorte. Hij zei Zelf dat Hij uit de hemel was gekomen om de wil van Zijn Vader te doen. Hij kwam van boven, omdat wij onszelf niet konden redden.

Vlees geworden en mens geworden

De belijdenis zegt dat Hij 'vlees geworden is van den Heiligen Geest uit de maagd Maria'. Vlees betekent hier een echte menselijke natuur, met lichaam en ziel. Johannes schrijft: "En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond". Het Woord is de eeuwige Zoon, Die in het begin bij God was.

Er volgt nog: 'en een mens is geworden'. Dat lijkt een herhaling, maar het zegt iets belangrijks. Hij nam niet alleen een lichaam aan als een kleed. Hij werd ten volle mens, met een menselijke ziel en wil. Toch bleef Hij Die Hij was. Dezelfde Persoon Die God uit God is, werd waarachtig mens. Zo kon Hij als mens in de plaats van mensen staan. Zondag 14 van de Heidelbergse Catechismus laat zien welk nut dat ons geeft.

Gekruisigd, begraven en opgestaan

Over het lijden zegt Nicea kort dat Hij 'ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus'. Weer staan de woorden voor ons erbij. Het kruis was geen ongeluk en geen nederlaag. Christus droeg daar de vloek die op ons lag. De naam van Pilatus verankert het in de geschiedenis. Het gebeurde echt, in een bekende tijd, onder een bekende rechter.

Daarna volgt dat Hij 'ten derden dage opgestaan is naar de Schriften'. Ten derden dage betekent op de derde dag. Met de woorden naar de Schriften neemt de belijdenis de taal van Paulus over. Hij schreef "dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften", en ook "dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften". Kruis en opstanding waren in het Oude Testament al aangekondigd. Na Zijn opstanding wees de Heere Jezus de discipelen Zelf op wat er geschreven stond.

Opgevaren en gezeten aan Gods rechterhand

De belijdenis zegt verder dat Hij 'opgevaren is ten hemel'. Opgevaren is een oud woord voor opgestegen. Nu zit Hij 'ter rechterhand des Vaders', op de plaats van eer en macht. Zitten wijst op rust na een voltooid werk. Paulus troost de gemeente ermee: Christus is gestorven en opgewekt, "Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt". Wat de catechismus in zondag 18 en 19 uitwerkt, staat hier in één regel.

Wederkomst en een Rijk zonder einde

Dan kijkt de belijdenis vooruit. Christus 'zal wederkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden'. Bij de hemelvaart zeiden de engelen: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen". Eerst kwam Hij in nederigheid, straks komt Hij in heerlijkheid. Dezelfde Die Zich voor ons liet veroordelen, zal dan de Rechter zijn.

Voor wie Christus toebehoort, is Zijn komst geen dreiging. Wie zonder Hem leeft, hoort in dit zinsdeel een ernstige roepstem. Nu is nog de tijd om bij Hem de toevlucht te zoeken.

Het slot luidt: 'Wiens Rijk geen einde zal hebben'. Dat sluit aan bij de boodschap van de engel aan Maria: "Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn". Christus regeert nu als Koning, totdat al Zijn vijanden onder Zijn voeten liggen. Daarna houdt Zijn heerschappij niet op. Wie bij Hem hoort, leeft onder een Koning Wiens Rijk nooit voorbijgaat.

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 1:14

    “En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.”

    Het eeuwige Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, en dat belijdt Nicea met vlees geworden en mens geworden.

    Uitleg bij Johannes 1

  • 1 Timotheüs 1:15

    “Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.”

    Paulus noemt het een betrouwbaar woord dat Christus in de wereld kwam om zondaren zalig te maken, en dat is de kern van dit deel.

  • 1 Korinthe 15:3

    “Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;”

    Paulus schrijft dat Christus naar de Schriften stierf en op de derde dag opstond; die woorden zet de belijdenis bij de opstanding.

  • Handelingen 1:11

    “Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.”

    Bij de hemelvaart zeggen de engelen dat dezelfde Jezus zo zal terugkomen, en daarop rust het zinsdeel over Zijn wederkomst met heerlijkheid.

  • Lukas 1:33

    “En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.”

    De engel belooft Maria dat aan het Koninkrijk van haar Zoon geen einde komt, en die belofte klinkt door in het slot van dit deel.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De belijdenis die het concilie van Nicea in 325 vaststelde, was op dit punt korter. Daar stond dat de Zoon om ons en om onze zaligheid was nedergekomen en vlees en mens was geworden. Hij had geleden, was opgestaan en opgevaren, en zou komen om te oordelen. Op het concilie van Constantinopel in 381 kreeg de tekst de vorm die de kerk nu belijdt. Toen kwamen onder meer de Heilige Geest en de maagd Maria, Pontius Pilatus, de begrafenis en de woorden naar de Schriften erbij.

Ook het slot over het Rijk zonder einde is toen toegevoegd. Het wordt meestal in verband gebracht met Marcellus van Ancyra. Hij leerde dat het koningschap van de Zoon aan het einde zou ophouden, als de Zoon alles aan de Vader overgeeft. Met woorden die aansluiten bij de engel aan Maria wees de kerk die gedachte af.

Om over door te praten

  1. Waarom zegt dit deel van de belijdenis zo vaak dat Christus alles om ons en voor ons deed?
  2. Waarom noemt de belijdenis de naam van Pontius Pilatus, en wat zegt dat over het lijden van Christus?
  3. Waarom is het belangrijk dat Christus opstond naar de Schriften, en niet als een los wonder?
  4. Hoe kijkt u zelf uit naar de wederkomst van Christus als Rechter van levenden en doden?
  5. Wat betekent het voor uw leven nu dat het Rijk van Christus geen einde zal hebben?

Verder lezen