Geloofsbelijdenis van Athanasius, vers 21-28: Vader, Zoon en Geest
In het kort
Vers 21 tot 28 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius belijden het onderscheid tussen Vader, Zoon en Geest. De Vader is van niemand, de Zoon is uit de Vader gegenereerd en de Geest gaat uit van de Vader en de Zoon. Toch is geen van Hen eerder, later, groter of kleiner.
De tekst van Athanasius, vers 21-28
21. De Vader is van niemand gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd;
22. de Zoon is van den Vader alleen, niet gemaakt, noch geschapen, maar gegenereerd;
23. de Heilige Geest is van den Vader en den Zoon, niet gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd, maar uitgaande.
24. Zo is er dan één Vader, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.
25. En in deze Drieheid is niet eerst, of laatst; niet meest, of minst;
26. maar de ganse drie Personen hebben gelijke eeuwigheid, en zijn elkander alleszins gelijk;
27. zodat in alle opzichten, gelijk nu gezegd is, de Eenheid in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid te eren zij.
28. Daarom, zo iemand wil zalig worden, die moet aldus van de Drievuldigheid gevoelen.
Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.
De verzen 21 tot 28 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius vormen het tweede stuk over de Drie-eenheid. Eerder belijdt de tekst dat Vader, Zoon en Geest samen één God zijn en geen drie goden. Nu volgt de vraag waarin Vader, Zoon en Geest Zich dan van elkaar onderscheiden. Het antwoord is niet: in macht, ouderdom of heerlijkheid. Het onderscheid ligt in de verhouding van de Personen tot elkaar. Vers 28 sluit daarna de hele leer van de Drie-eenheid af.
De Vader is van niemand
Vers 21 begint bij de Vader. Hij is 'van niemand gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd'. Gemaakt en geschapen gaan over dingen die eerst niet bestonden en daarna een begin kregen. Gegenereerd is een oud leenwoord uit het Latijn en betekent: voortgebracht, geboren. De Vader heeft geen oorsprong buiten Zichzelf. Niemand ging aan Hem vooraf. Hij is van eeuwigheid de Vader van de Zoon.
De Zoon is gegenereerd, niet geschapen
Vers 22 zegt dat de Zoon 'van den Vader alleen' is, 'niet gemaakt, noch geschapen, maar gegenereerd'. Dat is een groot verschil. Wat gemaakt is, hoort bij de schepping. Wat gegenereerd is, heeft hetzelfde wezen als Hij uit Wie het voortkomt. Johannes noemt Christus daarom "de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is". Arius leerde dat de Zoon een schepsel was, hoe verheven ook. De woorden 'niet gemaakt, noch geschapen' in vers 22 sluiten dat uit.
Die geboorte uit de Vader is eeuwig. Ze is iets anders dan de geboorte in Bethlehem. Toch wijst juist Micha bij Bethlehem al naar die eeuwige oorsprong. Hij profeteert van de Heerser uit die kleine stad dat Zijn uitgangen zijn "van ouds, van de dagen der eeuwigheid". Het Kind in de kribbe bestond dus al voordat Hij mens werd.
De Geest gaat uit
Vers 23 belijdt dat de Heilige Geest 'van den Vader en den Zoon' is, 'niet gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd, maar uitgaande'. Die drievoudige ontkenning zegt twee dingen. De Geest is geen schepsel, maar Hij is ook geen tweede Zoon. Uitgaan is een woord dat de Heere Jezus Zelf voor de Geest gebruikt. Hoe de kerk tot de woorden 'en den Zoon' kwam, staat bij het deel over de Heilige Geest in de Geloofsbelijdenis van Nicea.
De belijdenis legt niet uit hoe de geboorte van de Zoon en het uitgaan van de Geest precies van elkaar verschillen. Dat kan ook niet. Hier komt de mens bij de verborgen diepten van Gods wezen. De tekst gebruikt twee verschillende woorden, omdat de Schrift dat ook doet, en zegt verder niets. Die voorzichtigheid is een les voor ieder die over de Drie-eenheid nadenkt.
Geen eerder of later
Vers 24 trekt een conclusie: er is 'één Vader, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen'. Elke Persoon heeft Zijn eigen plaats, en die plaats wisselt niet. Vers 25 voegt toe dat er in deze Drieheid 'niet eerst, of laatst; niet meest, of minst' is. De Vader is niet ouder dan de Zoon, en de Geest is niet minder dan de Vader.
Vers 26 zegt het ook positief: de drie Personen 'hebben gelijke eeuwigheid, en zijn elkander alleszins gelijk'. Alleszins betekent: in alle opzichten. Een vader onder de mensen is er eerder dan zijn zoon. Bij God is dat niet zo. De Vader was nooit zonder de Zoon. Daarom bidt Christus om de heerlijkheid die Hij bij de Vader had "eer de wereld was".
De Drie-eenheid eren
Vers 27 vat alles samen: 'de Eenheid in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid' moet geëerd worden. Het gaat dus niet alleen om juist denken, maar om aanbidding. De Heere Jezus wil dat allen "den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren". Wie de ene God aanbidt, eert de Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen.
Vers 28 sluit dit deel af: 'zo iemand wil zalig worden, die moet aldus van de Drievuldigheid gevoelen'. Gevoelen betekent hier niet een gevoel hebben, maar menen of geloven. Dat klinkt streng. Toch gaat het om meer dan een juiste formule. Zo grijpt vers 28 terug op vers 1 en 2: het gaat om het geloof waardoor een mens zalig wordt. Wie de Zoon en de Geest kent, kent de God Die zondaren zalig maakt.
Bijbelse onderbouwing
“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.”
Christus heet de eniggeboren Zoon in de schoot van de Vader, en dat sluit aan bij vers 22: niet gemaakt, maar gegenereerd.
“En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.”
De Heerser die uit Bethlehem komt, heeft uitgangen van de dagen der eeuwigheid, en dat wijst op de eeuwige oorsprong van de Zoon.
“Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.”
Christus gebruikt Zelf het woord uitgaan voor de Geest, en vers 23 neemt dat woord over.
“En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.”
De Zoon had heerlijkheid bij de Vader voordat de wereld was, en dat onderstreept de gelijke eeuwigheid uit vers 26.
“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.”
Allen moeten de Zoon eren zoals zij de Vader eren, en dat is de eer waar vers 27 om vraagt.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Vers 25 en 26 wijzen elke rangorde binnen de Godheid af. Daarin klinkt de strijd van de vierde eeuw door. De arianen plaatsten de Zoon onder de Vader, en anderen maakten de Geest tot een schepsel. Augustinus legde in zijn boeken over de Drie-eenheid grote nadruk op de volkomen gelijkheid van de drie Personen. Deze verzen volgen die westerse lijn.
In het Oosten kreeg deze belijdenis nooit hetzelfde gezag als in het Westen. Een belangrijke reden is vers 23, dat de Geest ook van de Zoon laat uitgaan. Over dat punt verschillen Oost en West ook bij de belijdenis van Nicea van mening.
Om over door te praten
- Waarom maakt het zoveel verschil of de Zoon gegenereerd is of geschapen?
- Hoe kunnen Vader, Zoon en Geest onderscheiden zijn terwijl geen van Hen eerder, later, groter of kleiner is?
- Wat leert u van de terughoudendheid waarmee de belijdenis over het uitgaan van de Geest spreekt?
- Wat betekent het voor uw kerkgang en gebed dat de Eenheid in de Drieheid geëerd moet worden?
- Hoe raakt het uw eigen geloof dat vers 28 de kennis van de drieënige God verbindt met zalig worden?