Ga naar hoofdinhoud

Geloofsbelijdenis van Athanasius, vers 3-20: één God in drie Personen

In het kort

Vers 3 tot 20 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius belijden één God in drie Personen. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn onderscheiden, maar niet vermengd. Het ene Goddelijke wezen wordt niet gedeeld. Elke Persoon is eeuwig, almachtig, God en Heere, en toch is er maar één God.

De tekst van Athanasius, vers 3-20

3. Het algemeen geloof is dit: dat wij den enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren;

4. zonder de Personen te vermengen, of het wezen, de zelfstandigheid, te delen.

5. Want de Persoon des Vaders is een ander, die des Zoons is een ander, die des Heiligen Geestes is een ander;

6. maar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest hebben één Godheid, gelijke eer, en gelijke eeuwige heerlijkheid.

7. Hoedanig de Vader is, zodanig is ook de Zoon, zodanig is ook de Heilige Geest.

8. De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen;

9. onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest;

10. de Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig;

11. nochtans zijn het niet drie Eeuwigen, maar één Eeuwige;

12. gelijk ook niet drie Ongeschapenen, noch drie Onmetelijken, maar één Ongeschapene, en één Onmetelijke.

13. Desgelijks is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig;

14. en nochtans zijn het niet drie Almachtigen, maar één Almachtige.

15. Alzo is ook de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God;

16. en nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God;

17. alzo is de Vader Heere, de Zoon Heere, de Heilige Geest Heere;

18. en nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere;

19. want gelijk wij door de Christelijke waarheid genoodzaakt worden een iegelijk Persoon afzonderlijk God of Heere te noemen,

20. alzo is ons ook door het algemeen geloof verboden drie Goden of Heeren te belijden.

Tekst: traditionele Nederlandse kerkboektekst, naar de uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting. Publiek domein.

Hoe kan de kerk spreken van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en toch belijden dat er maar één God is? Op die vraag antwoordt dit deel van de Geloofsbelijdenis van Athanasius. Vers 3 tot 20 belijden één God in drie Personen. De belijdenis wil dat geheim niet verklaren of oplossen. Ze trekt grenzen, zodat de gemeente niet afwijkt van wat de Schrift over God zegt.

Eenheid en drieheid samen eren

Vers 3 noemt dit 'het algemeen geloof'. Algemeen betekent hier: wat de hele kerk van alle tijden belijdt. Dat geloof houdt in dat wij 'den enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren'. Drieheid is een oud woord voor de drie Personen samen. Eren is meer dan respect tonen: het is God aanbidden en dienen. Vers 4 wijst daarbij twee verkeerde wegen af. De ene is 'de Personen te vermengen'. De andere is het wezen te delen.

Wie de Personen vermengt, maakt van Vader, Zoon en Geest drie namen of gestalten van één en dezelfde Persoon. Zo leerde Sabellius in de derde eeuw. Wie het wezen deelt, houdt drie goden naast elkaar over. Het oude woord zelfstandigheid betekent hier hetzelfde als wezen: wat God in Zichzelf is. Dat ene wezen is niet in drie stukken verdeeld, alsof elke Persoon een derde deel van God zou zijn.

Drie Personen, één Godheid

Vers 5 zegt het met nadruk: 'de Persoon des Vaders is een ander', en zo ook de Zoon en de Heilige Geest. De Vader is niet de Zoon, en de Zoon is niet de Geest. Het zijn geen drie gedaanten van één Persoon die elkaar afwisselen. Bij de doop van Jezus in de Jordaan klinkt de stem van de Vader, terwijl de Geest op de Zoon neerdaalt.

Meteen volgt wat de drie Personen gemeen hebben: 'één Godheid, gelijke eer, en gelijke eeuwige heerlijkheid'. Geen van de drie staat hoger of lager. Vers 7 vat dat samen in oude zinsbouw: 'Hoedanig de Vader is, zodanig is ook de Zoon'. Hoedanig en zodanig betekenen: zoals en zo. Wat u van de Vader belijdt als God, belijdt u dus ook van de Zoon en de Geest.

Ongeschapen, onmetelijk en eeuwig

In vers 8 tot 10 noemt de belijdenis drie eigenschappen. Ongeschapen betekent dat geen van de drie Personen gemaakt is. Daarmee valt de gedachte weg dat de Zoon of de Geest een hoog schepsel zou zijn. Onmetelijk betekent dat God door geen ruimte omvat wordt. Salomo zei bij de inwijding van de tempel: "de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen". Eeuwig betekent zonder begin en zonder einde.

Dan volgt het woord nochtans, dat is: toch. Er zijn 'niet drie Eeuwigen, maar één Eeuwige'. Hier ligt de kern van dit deel. De belijdenis telt geen drie eeuwige wezens bij elkaar op. Er is één eeuwigheid en één onmetelijkheid, omdat er één Goddelijk wezen is. Elke Persoon is dat ene wezen geheel, en niet voor een deel. Zo blijft de eenheid bewaard, zonder dat de Personen verdwijnen.

Almachtig, God en Heere

Vers 13 tot 18 volgen hetzelfde patroon. Desgelijks, dat is evenzo, is elke Persoon almachtig. De Vader is God, de Zoon is God, de Heilige Geest is God. Toch zijn het 'niet drie Goden, maar het is één God'. Hetzelfde geldt voor de titel Heere. Thomas beleed tegenover de opgestane Christus: "Mijn Heere en mijn God".

Deze herhaling kan eentonig lijken, maar ze is bewust zo gekozen. Elke regel zet eerst de volle Godheid van iedere Persoon neer, en daarna de eenheid. Zo mag de gelovige de Zoon en de Geest aanbidden zoals de Vader, zonder een tweede of derde god te dienen. Israël hoorde al: "de HEERE, onze God, is een enig HEERE". De kerk laat die belijdenis niet los, maar leest haar in het licht van het Nieuwe Testament.

Wat de waarheid ons oplegt

Vers 19 en 20 geven de reden van al het voorgaande. De belijdenis spreekt van 'de Christelijke waarheid' en van 'het algemeen geloof'. Genoodzaakt betekent: verplicht, omdat de Schrift het zo zegt. Een iegelijk Persoon is ieder van de drie Personen. Die waarheid verplicht ons om elk van hen God en Heere te noemen. Hetzelfde geloof verbiedt 'drie Goden of Heeren te belijden'. De kerk houdt beide vast, ook waar het verstand dit niet kan doorgronden.

Dat is geen koude leer. De Heidelbergse Catechismus zegt in zondag 8 dat God Zich zo in Zijn Woord geopenbaard heeft. U kent God niet buiten die openbaring om. De doop gebeurt in de ene Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De apostolische zegen noemt de genade van Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Geest. Zo leeft de gemeente van de drie-enige God.

Bijbelse onderbouwing

  • Deuteronomium 6:4

    “Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!”

    Israël belijdt dat de HEERE een enig HEERE is, en die eenheid van God laat de belijdenis in vers 16 en 18 onverkort staan.

    Uitleg bij Deuteronomium 6

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    Jezus beveelt te dopen in de ene Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, Die zo zonder rangverschil naast elkaar staan.

  • 2 Korinthe 13:13

    “De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.”

    Paulus noemt de genade van Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Geest in één zegen, als drie Personen met gelijke eer.

  • Johannes 10:30

    “Ik en de Vader zijn een.”

    Jezus zegt dat Hij en de Vader een zijn, wat de belijdenis verwoordt als één Godheid met gelijke eer en heerlijkheid.

  • 1 Johannes 5:7

    “Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.”

    Johannes noemt de Vader, het Woord en de Heilige Geest als Drie Die in de hemel getuigen en Die toch Een zijn.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

Dit middendeel staat dicht bij de manier waarop Augustinus over de Drie-eenheid sprak. Het gebruikt de Latijnse woorden persona en substantia. De Nederlandse tekst geeft substantia weer met wezen en met het oude woord zelfstandigheid.

De belijdenis wijst twee dwalingen af die de kerk al lang kende. Het sabellianisme liet de Personen samenvallen tot één Persoon met drie namen. Het arianisme maakte de Zoon tot een schepsel, en later deden anderen hetzelfde met de Heilige Geest. Zo ontstond een rangorde van hoger en lager binnen de Godheid. Daarom wijst vers 4 beide dwalingen in één regel af. In vers 8 tot 18 eindigt daarna elke telling op één in plaats van drie.

Om over door te praten

  1. Waarom noemt de belijdenis zowel het vermengen van de Personen als het delen van het wezen een verkeerde weg?
  2. Wat bedoelt vers 11 met de woorden dat er niet drie Eeuwigen zijn, maar één Eeuwige?
  3. Wat betekenen de oude woorden hoedanig en zodanig in vers 7, en wat zegt dat vers over de Zoon en de Geest?
  4. Hoe kan het belijden van de drie-enige God uw gebed en uw dankbaarheid verdiepen?
  5. Waarom is het goed dat de kerk hier grenzen trekt, ook waar ons verstand het geheim niet doorgrondt?

Heidelbergse Catechismus

Verder lezen