Wie voor het eerst een Bijbel openslaat, ziet een dik boek dat zelf weer uit 66 boeken bestaat, geschreven door veel verschillende mensen in ongeveer vijftienhonderd jaar. Er staan geschiedenissen in, wetten, liederen, spreuken, profetieën en brieven. Dat kan onoverzichtelijk lijken. Toch heeft de Bijbel één grote lijn en één middelpunt. Op deze pagina vindt u eerst die lijn in zeven stappen, daarna de indeling van de boeken, en ten slotte wat de kerk over de inhoud van de Schrift belijdt.
Waar gaat de Bijbel over?
De Bijbel vertelt de geschiedenis van God en de mensen, van het begin tot het einde van deze wereld. Het eerste vers zet de toon: 'In den beginne schiep God den hemel en de aarde' (Genesis 1:1). Alles wat volgt, gaat over deze God: wie Hij is, wat Hij doet en hoe Hij Zijn schepping niet loslaat.
In zeven stappen ziet de grote lijn er zo uit:
- Schepping: God maakt hemel en aarde, en de mens naar Zijn beeld; alles is zeer goed (Genesis 1:31).
- Zondeval: de eerste mensen luisteren naar de slang en keren zich van God af; zo komen zonde en dood in de wereld (Genesis 3).
- Verbond: direct na de val belooft God dat het zaad van de vrouw de slang zal verslaan, 'datzelve zal u de kop vermorzelen' (Genesis 3:15). Later roept Hij Abraham en belooft dat in hem alle geslachten van de aarde gezegend zullen worden (Genesis 12:3); met hem en zijn zaad richt Hij Zijn verbond op (Genesis 17:7).
- Israël: God bevrijdt Zijn volk uit Egypte, geeft het bij de Sinaï Zijn wet, brengt het in Kanaän en zendt het koningen en profeten (Exodus 20:2).
- Christus: in de volheid van de tijd zendt God Zijn Zoon; Hij sterft aan het kruis voor de zonden en staat op uit de dood (Galaten 4:4).
- Kerk: de Heilige Geest wordt uitgestort en het evangelie gaat van Jeruzalem uit naar alle volken (Handelingen 1:8).
- Voleinding: Christus komt terug, de doden staan op en God maakt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openbaring 21:1).
Aan het eind van de Bijbel klinkt de stem van Hem Die op de troon zit: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw' (Openbaring 21:5). De Bijbel begint met een goede schepping en eindigt met een vernieuwde schepping. Daartussen staat het werk van God om verloren mensen te redden.
Wat staat er in de Bijbel over Christus?
Op de dag van Zijn opstanding liep de Heere Jezus met twee discipelen naar Emmaüs. Zij waren verslagen, omdat zij niet begrepen waarom de Messias moest sterven. Toen opende Hij voor hen de Schrift: 'En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was' (Lukas 24:27). In de uitleg van Lukas 24 leest u die geschiedenis in haar verband.
Dit vers is een sleutel voor het lezen van de hele Bijbel. Het Oude Testament is geen losse voorgeschiedenis. In de belofte aan Eva, de offers in de tabernakel, het koningschap van David en de woorden van de profeten wijst het vooruit naar de Verlosser. Elders zegt de Heere Jezus over de Schriften: 'en die zijn het, die van Mij getuigen' (Johannes 5:39).
De hoofdpersoon van de Bijbel is God Zelf, Die Zich ten volle bekendmaakt in Zijn Zoon (Hebreeën 1:1-2). Abraham, Mozes, David en Petrus komen uitvoerig voor. De Bijbel verzwijgt hun zonden niet; zij zijn getuigen van Gods trouw en hadden zelf genade nodig.
Wat is de inhoud van de Bijbel per boek?
De Bijbel bestaat uit twee delen. Het Oude Testament telt 39 boeken en is grotendeels in het Hebreeuws geschreven; het Nieuwe Testament telt 27 boeken, geschreven in het Grieks. Hoe die telling tot stand komt, leest u bij het aantal boeken van de Bijbel. Om de weg te vinden, worden de boeken vaak in zeven groepen ingedeeld:
- Wet (5 boeken): Genesis tot en met Deuteronomium, de boeken van Mozes, over de schepping, de aartsvaders, de uittocht en de wet.
- Geschiedenis (12): Jozua tot en met Esther, over Israël in het beloofde land, de koningen, de ballingschap en de terugkeer.
- Poëzie en wijsheid (5): Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied.
- Profeten (17): Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël en Daniël, en de twaalf kleine profeten van Hosea tot en met Maleachi.
- Evangeliën en Handelingen (5): Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes over het leven, sterven en opstaan van Christus, en Handelingen over de eerste gemeente.
- Brieven (21): van Romeinen tot en met Judas, gericht aan gemeenten en aan personen.
- Openbaring (1): het profetische slotboek over de strijd van de gemeente en de komst van Christus.
Deze indeling is een hulpmiddel. De Heere Jezus Zelf sprak over wat er van Hem geschreven was 'in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen' (Lukas 24:44). Welke indeling u ook gebruikt, het blijft één Boek met één boodschap.
Waarom is dit alles opgeschreven?
De Bijbel zegt zelf waarom hij geschreven is. Aan het slot van zijn evangelie schrijft Johannes: 'Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam' (Johannes 20:31). Paulus schrijft dat ook wat vroeger geschreven is, voor ons onderwijs bedoeld is, zodat wij er troost en hoop uit putten (Romeinen 15:4).
De Bijbel is dus geen naslagwerk over alles wat er te weten valt. Hij vertelt wat een mens nodig heeft om God te kennen en zalig te worden. Wie de Bijbel wil leren kennen, kan goed beginnen met een evangelie, bijvoorbeeld Markus of Lukas, en daarna Genesis lezen. Praktische tips staan in bijbellezen voor beginners. Wie de hele Bijbel wil doorlezen, kan het rooster om de Bijbel in een jaar te lezen volgen. De belangrijkste begrippen staan kort uitgelegd bij de Bijbel uitgelegd voor beginners.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk belijdt eerst wat de Schrift over zichzelf zegt: 'Al de Schrift is van God ingegeven' (2 Timotheüs 3:16). In artikel 4 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis worden alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament bij name genoemd. De belijdenis zegt dat de Heilige Schrift uit deze twee delen bestaat en dat tegen deze canonieke boeken niets in te brengen is. Artikel 6 onderscheidt ze van de apocriefe boeken, die men mag lezen, maar waarop geen geloofsartikel gebouwd kan worden. Artikel 7 belijdt dat de Schrift de wil van God volkomen bevat en dat alles wat tot zaligheid nodig is, daarin genoeg geleerd wordt.
De Heidelbergse Catechismus vat de grote lijn van de Bijbel in één antwoord samen. Op de vraag waaruit wij de Verlosser kennen, antwoordt Zondag 6: 'Uit het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 6, vraag 19). Het antwoord eindigt ermee dat God dit evangelie ten slotte door Zijn eniggeboren Zoon vervuld heeft. Van het paradijs tot Christus: dat is in één zin wat er in de Bijbel staat.
'Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad' (Psalm 119:105)