Daniël 7 telt achtentwintig verzen en is het hoofdstuk waarmee de tweede helft van het boek begint; het boek Daniël telt in totaal twaalf hoofdstukken. Daniël, die tot hier vooral over anderen vertelde, ziet nu zelf een droom: vier grote dieren komen op uit de zee (vers 3), er wordt gericht gehouden door de Oude van dagen (vers 9 en 10), en dan 'ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon' (vers 13), Die heerschappij ontvangt die niet vergaan zal.
Daniël 7 vers 7: het vierde dier met de tien hoornen
'Daarna zag ik in de nachtgezichten, en ziet, het vierde dier was schrikkelijk en gruwelijk, en zeer sterk; en het had grote ijzeren tanden, het at, en verbrijzelde, en vertrad het overige met zijn voeten; en het was verscheiden van al de dieren, die voor hetzelve geweest waren; en het had tien hoornen' (vers 7).
De eerste drie dieren worden nog met een bekend dier vergeleken: een leeuw, een beer, een luipaard. Het vierde niet. Daniël vindt er geen naam voor en beschrijft alleen wat het doet: eten, verbrijzelen, vertreden. De uitleg volgt in vers 23 en 24: het vierde dier is een vierde rijk, de tien hoornen zijn tien koningen, en daartussen komt een kleine hoorn op die drie koningen vernedert en 'woorden spreken tegen den Allerhoogste' zal (vers 25). Over de vraag welk rijk bedoeld is, wordt binnen de kerken verschillend gedacht: velen lezen hier het Romeinse rijk, anderen het Griekse rijk met Antiochus IV, en weer anderen zien in de kleine hoorn een figuur uit de eindtijd. Het hoofdstuk zelf noemt geen namen en geen jaartallen; waar het naartoe werkt staat in vers 27, waar het koninkrijk wordt gegeven aan 'den volke der heiligen der hoge plaatsen'.