Ga naar hoofdinhoud
Schepping en wetenschap

Waren Adam en Eva echte mensen?

Kort antwoord

Ja, volgens de Bijbel waren Adam en Eva echte mensen: de eerste man en vrouw, door God geschapen. Het geslachtsregister van de Heere Jezus loopt terug tot Adam (Lukas 3:38), en Paulus zet Adam en Christus naast elkaar. Daarom belijdt de kerk dat zonde en dood door de val van Adam in de wereld kwamen.

Wie Genesis opslaat, leest in de eerste hoofdstukken over Adam en Eva, de hof in Eden, de slang en de val. Tegenwoordig lezen veel mensen die hoofdstukken als een zinnebeeldig verhaal met een les, zonder echte personen erachter. Ook in kerken leeft de vraag of Adam en Eva echt bestaan hebben. Hieronder leest u hoe de Bijbel, de Heere Jezus en de apostel Paulus over hen spreken, waarom het voor het evangelie uitmaakt en wat er te zeggen is over het bezwaar uit de genetica.

Waren Adam en Eva echte mensen volgens de Bijbel?

De Bijbel beschrijft Adam en Eva als de eerste man en de eerste vrouw, door God Zelf gemaakt. 'En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze' (Genesis 1:27). Genesis 2 vertelt het nader: 'En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens' (Genesis 2:7). Daarna bouwde God uit de rib van Adam een vrouw (Genesis 2:22). Adam noemde haar Heva (zo schrijft de Statenvertaling haar naam in Genesis), omdat zij de moeder van alle levenden zou worden (Genesis 3:20).

Genesis vertelt over Adam en Eva zoals het over latere mensen vertelt. Zij krijgen kinderen met een naam: Kaïn, Abel en Seth (Genesis 4:1-2, 4:25). Er staat zelfs hoe oud Adam werd: negenhonderddertig jaar (Genesis 5:3-5). Voor Adam staat hetzelfde soort geslachtsregister als voor Noach en Terah (Genesis 5:1, 6:9, 11:27), en 1 Kronieken begint de geslachtslijst van Israël bij Adam (1 Kronieken 1:1). Nergens stapt de tekst over van zinnebeeld naar geschiedenis. Meer over hun leven leest u bij Adam, de eerste mens en Eva, de moeder van alle levenden.

Hebben Adam en Eva bestaan volgens de Heere Jezus?

De Heere Jezus spreekt over het begin van de mensheid als over een gebeurtenis. Toen de Farizeeën Hem vroegen naar echtscheiding, antwoordde Hij: 'Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne den mens gemaakt heeft, dat Hij ze gemaakt heeft man en vrouw?' (Mattheüs 19:4). Hij bouwt het huwelijk van iedere man en vrouw op wat God in het begin met het eerste paar deed (Mattheüs 19:5-6). Zou dat begin nooit gebeurd zijn, dan had dat argument geen grond.

Ook noemt de Heere Jezus Abel, de zoon van Adam en Eva, in één adem met Zacharia, een latere profeet van Israël: het bloed van de rechtvaardigen van Abel af tot Zacharia toe (Mattheüs 23:35). Abel is voor Hem net zo echt als Zacharia. Het geslachtsregister in Lukas loopt van de Heere Jezus terug tot het begin: 'den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God' (Lukas 3:38). Adam wordt daar zoon van God genoemd omdat hij geen vader had; God schiep hem. En Judas telt Enoch als de zevende vanaf Adam (Judas 1:14).

Waarom zet Paulus Adam en Christus naast elkaar?

In Romeinen 5 zet Paulus twee hoofden naast elkaar: Adam en Christus. 'Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben' (Romeinen 5:12). Een paar verzen verder: 'Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden' (Romeinen 5:19). In de uitleg van Romeinen 5 leest u deze verzen in hun verband.

Paulus noemt Adam een voorbeeld van Hem Die komen zou (Romeinen 5:14). Hetzelfde doet hij in 1 Korinthe 15: 'De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest' (1 Korinthe 15:45). In Athene zegt hij dat God het hele geslacht van de mensen uit één bloed gemaakt heeft (Handelingen 17:26), en in 1 Timotheüs 2:13 wijst hij erop dat Adam eerst gemaakt is en daarna Eva. Telkens rekent Paulus met één eerste mens die werkelijk geleefd heeft.

Waarom doet het ertoe of Adam en Eva echt waren?

Aan de geschiedenis van Adam en Eva hangen drie dingen waar het evangelie op rust:

  • De oorsprong van het kwaad. God schiep de mens goed (Genesis 1:31). Het kwaad komt uit de ongehoorzaamheid van de mens in de geschiedenis, zoals de geschiedenis van de zondeval vertelt, en niet uit de schepping zelf.
  • De erfzonde. Alle mensen stammen van Adam af (Handelingen 17:26), en hij handelde als hoofd van het menselijk geslacht. Daarom delen allen in zijn val (Romeinen 5:12) en wordt ieder mens in zonde ontvangen en geboren (Psalm 51:7).
  • Christus als de laatste Adam. Zoals de zonde door één mens in de wereld kwam, komt de genade door één Mens, Jezus Christus (Romeinen 5:15). Het werk van Christus is geschiedenis: Hij werd echt mens, stierf echt en stond echt op.

Paulus houdt die lijn tot in de opstanding vast (1 Korinthe 15:21-22). Wie in Adam alleen een zinnebeeld van ieder mens ziet, kan moeilijk zeggen waar de zonde vandaan komt en waarom alle mensen erin delen. Pelagius leerde in de vijfde eeuw dat zonde vooral navolging van een slecht voorbeeld is, en de kerk heeft die leer afgewezen. Tegelijk verbindt het geslacht van Adam alle mensen: er is geen volk dat meer of minder mens is, want allen zijn gemaakt naar de gelijkenis van dezelfde Schepper (Genesis 9:6; Jakobus 3:9).

Bestonden Adam en Eva, ook volgens de genetica?

Het zwaarste bezwaar van deze tijd komt uit de genetica. Biologen berekenen uit het DNA van mensen wereldwijd hoe groot de vroegste groep voorouders geweest moet zijn. Francis Collins, die het Humane Genoomproject leidde, schreef in The Language of God (2006) dat die berekeningen uitkomen op een groep van ongeveer tienduizend mensen, en dus niet op één paar. Dat bezwaar verdient een eerlijk antwoord.

Zulke schattingen rusten op aannames: over de snelheid van mutaties, over de populatiegrootte door de tijd heen, en vooral over de vraag of de eerste mensen zonder erfelijke verscheidenheid begonnen. Als God Adam en Eva als volwassen mensen schiep, kan Hij hun ook een rijk erfelijk materiaal hebben meegegeven. Een berekening die alle verscheidenheid aan latere mutaties toeschrijft, houdt daar geen rekening mee. Dit is geen bewijs dat de genetica ongelijk heeft, en de vragen zijn hiermee niet allemaal beantwoord. Het laat wel zien dat de uitkomst afhangt van uitgangspunten die zelf geen waarneming van het verleden zijn.

De grond voor dit geloof ligt uiteindelijk in het getuigenis van de Schrift, van Christus en Zijn apostelen. 'Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid' (Hebreeën 11:3). Wie door deze vragen in verwarring raakt, hoeft dat niet weg te stoppen; een gesprek met de predikant of ouderling kan helpen. Over de evolutietheorie als geheel leest u bij de vraag of een christen in evolutie kan geloven.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenisgeschriften volgen de Schrift en noemen Adam en Eva bij naam. In Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de kerk eerst dat God de mens goed en naar Zijn evenbeeld schiep (vraag 6). Vraag 7 zegt waar de verdorven aard van de mens vandaan komt: 'Van den val en de ongehoorzaamheid onzer eerste voorouders Adam en Eva in het paradijs, waar onze natuur alzo is verdorven geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en geboren worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 3, vraag 7).

Artikel 14 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat God de mens uit het stof der aarde maakte, goed, rechtvaardig en heilig, en dat de mens zich uit eigen wil aan de zonde onderwierp toen hij naar de duivel luisterde. Artikel 15 belijdt dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde over het hele menselijke geslacht is gekomen, en verwerpt uitdrukkelijk de dwaling van de pelagianen. Zo verbindt de belijdenis de eerste mensen met de troost van de laatste Adam, Jezus Christus.

'Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden' (1 Korinthe 15:22)

Bijbelverwijzingen

waren adam en eva echte mensenbestonden adam en evahebben adam en eva bestaanwaren adam en eva echteerste mensenerfzondehc zondag 3ngb art. 14

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Schepping en wetenschap

Kan een christen in evolutie geloven?

Bij evolutie en geloof telt één onderscheid: variatie binnen de aard van planten en dieren kan een christen aanvaarden, de afstamming van alle leven, ook de mens, uit één eencellige voorouder niet. God formeerde de mens uit het stof (Genesis 2:7), en de dood kwam door de zonde. Daarom wijzen reformatorische kerken ook de middenweg van theïstische evolutie af.

Schepping en wetenschap

Waar lag de hof van Eden?

De hof van Eden lag volgens Genesis 2 in het oosten, bij een rivier die zich in vier stromen splitste, waaronder de Eufraat en de Tigris (Genesis 2:10-14). Dat wijst naar Mesopotamië. Waar de hof precies lag, weet niemand: de mens werd eruit verdreven, en na de zondvloed kreeg de aarde volgens veel uitleggers een ander aanzien.

Schepping en wetenschap

Hoe oud is de aarde volgens de Bijbel?

Hoe oud de aarde volgens de Bijbel is, valt te berekenen uit de geslachtsregisters in Genesis: die komen op ongeveer zesduizend jaar. Een jaartal noemt de Schrift zelf niet, en christenen verschillen over die rekensom en over de lengte van de scheppingsdagen. Vast staat dat God alles uit niets schiep (Hebreeën 11:3).

Schepping en wetenschap

Waarom werden mensen in de Bijbel zo oud?

De reden waarom mensen in de Bijbel zo oud werden, is dat God de eerste geslachten een lang leven gaf; Genesis noemt geen natuurlijke oorzaak. Methusalach werd 969 jaar (Genesis 5:27). Na de zondvloed dalen de leeftijden, tot Psalm 90 zeventig of tachtig jaar noemt. Zo toont de Schrift hoe de dood, gevolg van de zonde, het leven verkort.

Schepping en wetenschap

Is de ark van Noach gevonden?

Nee, de ark van Noach is niet gevonden: geen enkele claim is bewezen. De Bijbel zegt alleen dat de ark rustte op de bergen van Ararat (Genesis 8:4), een bergland en geen bepaalde top. Bekende claims, zoals de Durupinar-formatie, hielden bij onderzoek geen stand. Het geloof rust op Gods Woord en hangt niet af van een vondst.

Verdiep u verder