De Bevrijding van de Wet (Romeinen 7:1-6)
Romein 7 begint met een krachtig beeld uit het huwelijk. Paulus gebruikt deze analogie om uit te leggen hoe gelovigen bevrijd zijn van de wet door Christus. Net zoals een vrouw vrij is om opnieuw te trouwen wanneer haar man sterft, zo zijn wij door onze dood met Christus bevrijd van de bindende kracht van de wet.
Deze bevrijding betekent niet dat de wet slecht is, maar dat onze relatie ermee fundamenteel is veranderd. We dienen God nu 'in de nieuwheid des Geestes' en niet meer 'in de ouderdom der letter' (vers 6). Dit is een revolutionaire gedachte voor Joodse lezers die gewend waren aan een leven onder de wet.
De Wet Openbaart Zonde (Romeinen 7:7-13)
In dit gedeelte beantwoordt Paulus een cruciale vraag: is de wet dan zonde? Zijn antwoord is duidelijk: 'Dat zij verre!' De wet zelf is heilig, rechtvaardig en goed (vers 12). Het probleem ligt niet in de wet, maar in onze zondige natuur.
Paulus gebruikt het gebod 'Gij zult niet begeren' als voorbeeld. Dit gebod maakte hem bewust van zijn zondige begeerten. De wet functioneert dus als een spiegel die ons onze zondige staat toont. Zonder de wet zouden we ons zondig karakter niet ten volle beseffen.
De zonde gebruikt de wet als een 'aanleiding' (vers 8) om nog meer zonde voort te brengen. Dit paradoxale effect toont aan hoe diep de zonde in de menselijke natuur geworteld is.