Psalm 101 in het kort: Psalm 101 is de belofte van een koning over zijn eigen bestuur. David begint met zingen van goedertierenheid en recht, en werkt daarna uit wat dat concreet betekent: niets verderfelijks voor ogen, geen achterklap aan het hof, wel de getrouwen in het land aan tafel. De psalm telt acht verzen en wordt in de uitleggeschiedenis wel een spiegel voor bestuurders genoemd.
De tekst van Psalm 101 in de Statenvertaling
Vers 1 Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!
Vers 2 Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.
Vers 6 Mijn ogen zullen zijn op de getrouwen in het land, dat zij bij mij zitten; die in den oprechten weg wandelt, die zal mij dienen.
In de Nederlandse telling hoort het opschrift "Een psalm van David" bij vers 1, zodat de psalm acht verzen heeft. Alle acht leest u in de Statenvertaling op Psalm 101; over de Herziene Statenvertaling leest u meer op de pagina over de HSV. De psalm wordt ook aangehaald als Ps. 101 of Psalmen 101.
Inleiding tot Psalmen 101
Psalmen 101 is een bijzondere psalm waarin koning David zijn persoonlijke geloften uitspreekt over hoe hij wil leven en regeren. Deze psalm wordt ook wel de 'lofbelofte van de koning' genoemd omdat David hier zijn toewijding aan rechtschapenheid en integriteit belooft. De psalm begint met lof aan God en gaat over in concrete beloften over het wegdoen van het kwaad en het omarmen van wat goed is.