Wie een vader, moeder, kind of partner verloor, kan intens verlangen om nog één keer iets van hem of haar te horen. Televisieprogramma's met mediums, boeken over tekens van overledenen en spirituele beurzen spelen op dat verlangen in. Ook christenen vragen zich af of zulk contact kan, en of het mag. Hieronder leest u wat de Bijbel zegt over het raadplegen van de doden, wat er gebeurde toen koning Saul in Endor naar Samuël vroeg, en waar u in uw verdriet wel troost kunt vinden.
Wat zegt de Bijbel over contact met overledenen?
Israël woonde tussen volken waar dodenbezwering gewoon was. Daarom somt God in Deuteronomium 18 op wat onder Zijn volk niet gevonden mag worden: waarzeggerij, toverij, bezwering, het raadplegen van een waarzeggende geest en ook iemand 'die de doden vraagt' (Deuteronomium 18:11). Het oordeel daarover is scherp: 'Want al wie zulks doet, is den HEERE een gruwel' (Deuteronomium 18:12). Leviticus 19:31 en 20:6 zeggen hetzelfde: wie zich tot waarzeggers en duivelskunstenaars keert, verontreinigt zich en keert zich van God af.
Het verbod staat niet los. Direct daarna belooft God een Profeet als Mozes, naar Wie het volk moet horen (Deuteronomium 18:15). Het gaat dus om de vraag waar een mens zijn licht zoekt. Jesaja zegt het met een tegenvraag: 'Zal niet een volk zijn God vragen? zal men voor de levenden de doden vragen' (Jesaja 8:19). Wie de doden raadpleegt, gaat voorbij aan de levende God, Die wel spreekt. Daarom wijst Jesaja direct daarna naar de wet en de getuigenis, naar wat God Zelf gezegd heeft (Jesaja 8:20).
Meer teksten over dit thema vindt u bij wat de Bijbel over geesten en de geestenwereld zegt.
Mag een christen naar een medium?
Een medium, een helderziende, een seance of een ouijabord: de namen zijn modern, de zaak is dezelfde als in Deuteronomium 18. Het gaat steeds om het zoeken van kennis of contact buiten God om. De Bijbel geeft daar meer dan één reden tegen.
- God verbiedt het. Het verbod geldt niet alleen voor Israël van toen; het eerste gebod geldt ook nu, en wie God liefheeft, zoekt Hem en geen andere bron.
- De doden keren niet terug. Toen zijn kind gestorven was, zei David dat hij wel tot het kind zou gaan, maar dat het niet meer tot hem zou terugkeren (2 Samuël 12:23). Job zegt het van iedere gestorvene: hij keert niet meer terug tot zijn huis (Job 7:10).
- Gods Woord is genoeg. In de gelijkenis van de rijke man en Lazarus vraagt de rijke man of iemand uit de doden zijn broers mag waarschuwen. Abraham antwoordt: 'Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen' (Lukas 16:31). Zelfs een boodschap uit het dodenrijk zou geen geloof geven dat het Woord niet geeft.
- Het is niet veilig. Wat zich aandient als de stem van een geliefde, hoeft niet te zijn wat het lijkt. Paulus waarschuwt dat de satan zich voordoet als een engel des lichts (2 Korinthe 11:14).
Dat laatste is geen bangmakerij. Het laat zien dat God met Zijn verbod de rouwende beschermt, en hem niets afneemt.
Verscheen Samuël echt in Endor?
Het bekendste verhaal over contact met een gestorvene staat in 1 Samuël 28. De profeet Samuël was gestorven en Saul had de waarzeggers zelf het land uit gezet (1 Samuël 28:3). Toen de Filistijnen kwamen, werd Saul bang en zocht hij raad bij de HEERE, maar kreeg geen antwoord, niet door dromen, niet door de urim en niet door de profeten (1 Samuël 28:6). Daarop liet hij zijn knechten een vrouw zoeken die een waarzeggende geest had, en die vonden zij in Endor (1 Samuël 28:7). Vermomd ging hij naar haar toe en vroeg de vrouw om Samuël te laten opkomen. Wat volgde, was de aankondiging van zijn nederlaag en zijn dood (1 Samuël 28:19). De uitleg van 1 Samuël 28 loopt het hoofdstuk vers voor vers door.
Over de vraag wie er verscheen, verschillen bijbelgetrouwe uitleggers al eeuwen.
- Het was Samuël zelf, door Gods ingrijpen. De tekst noemt hem gewoon Samuël. De vrouw schrikt en schreeuwt het uit, alsof er iets gebeurt wat zij niet verwachtte (1 Samuël 28:12). En de boodschap is een echte profetie die de volgende dag uitkomt. Deze lezing komt al in de vroege kerk voor; Origenes verdedigde haar in zijn homilie over de waarzegster van Endor.
- Het was een verschijning van de boze in de gedaante van Samuël. God had Saul juist geen antwoord willen geven (1 Samuël 28:6), en een profeet van God laat zich niet oproepen door een praktijk die God een gruwel noemt. Saul ziet zelf niets en hoort de beschrijving van de vrouw (1 Samuël 28:13-14). Ook deze lezing is oud; Tertullianus verdedigde haar al (De anima 57).
Hoe men het ook leest, over drie dingen is er geen twijfel. Als Samuël verscheen, was dat Gods daad en niet haar kunst; haar schrik (1 Samuël 28:12) wijst daar ook op. Het bezoek bracht Saul alleen een oordeel. En de Bijbel noemt dit bezoek uitdrukkelijk als een van de redenen van zijn dood: Saul stierf 'ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende' (1 Kronieken 10:13). Endor is een waarschuwing, geen voorbeeld.
Geven overledenen ons tekens?
Veel rouwenden kennen het: een droom over de gestorvene, een vogel of vlinder op een bijzonder moment, het gevoel dat iemand er even is. Zulke ervaringen zijn geen zonde. Ze horen vaak bij rouw, omdat de liefde blijft als de ander er niet meer is. Maar de Bijbel leert nergens dat overledenen ons tekens sturen of over ons waken. Daarom is het wijs om er niets op te bouwen en ze niet op te zoeken.
Wie in Christus sterft, is niet ergens tussen hemel en aarde, maar bij Hem. De Heidelbergse Catechismus belijdt in Zondag 22 (vraag 57) dat de ziel van de gelovige na dit leven terstond tot Christus wordt opgenomen. Wat de Bijbel verder over de tijd na het sterven leert, leest u bij wat er volgens de Bijbel na de dood gebeurt.
Soms wordt Hebreeën 12:1 aangehaald, waar sprake is van een wolk der getuigen rondom ons. Het verband laat zien dat het gaat om de gelovigen uit Hebreeën 11, die door het geloof getuigenis hebben gehad (Hebreeën 11:39) en zo voor ons getuigen van het geloof zijn. De tekst zegt niet dat zij ons zien. En wie wijst op Mozes en Elia, die met de Heere Jezus spraken op de berg (Lukas 9:30-31): dat was Gods eigen werk, rond Christus en Zijn lijden. Niemand had hen opgeroepen.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De kerk van de Reformatie vatte het verbod samen bij het eerste gebod. In Zondag 34 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 94) belijdt de gelovige dat hij 'alle afgoderij, toverij, waarzeggerij, superstitie of bijgeloof, aanroeping der heiligen of andere schepselen, mijd en vlied' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 34, vraag 94). Het raadplegen van de doden valt daar dubbel onder: het is waarzeggerij, en het is een schepsel aanroepen in plaats van God. Het antwoord gaat positief verder: God alleen vertrouwen en van Hem alleen alle goeds verwachten.
Artikel 26 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat Christus onze enige Voorspraak bij de Vader is (1 Johannes 2:1). Daarom wees de Reformatie ook het aanroepen van gestorven heiligen af, zoals de Rooms-Katholieke Kerk dat kent. Dat is iets anders dan spiritisme, maar ook daar wordt een gestorvene aangesproken, en de belijdenis zegt dat wij niemand anders nodig hebben dan Christus.
Als u iemand verloren hebt
Het verlangen om een geliefde nog eens te spreken, is geen ongeloof. Het is liefde die geen kant meer op kan. U hoeft dat verlangen niet weg te stoppen. Herinneringen ophalen, foto's bekijken, het graf bezoeken: het hoort bij rouw. Het verschil met wat de Bijbel verbiedt, is dat u daarbij geen antwoord van de doden zoekt. Uw gemis mag u bij God brengen, Die wel antwoordt.
Voor wie in Christus ontslapen is, geeft de Bijbel een hoop die verder gaat dan een boodschap. Paulus schrijft: 'alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, weder brengen met Hem' (1 Thessalonicenzen 4:14). Wat die hoop inhoudt voor het weerzien, leest u bij herkennen we elkaar in de hemel. Weet u niet hoe uw geliefde gestorven is, dan mag u dat laten bij God, Die rechtvaardig en barmhartig is en kent wat wij niet zien.
Bent u in uw verdriet al eens naar een medium of helderziende gegaan, dan hoeft u daar niet alleen mee te blijven zitten. Belijd het voor God; Hij is getrouw en rechtvaardig om te vergeven (1 Johannes 1:9). Een gesprek met uw predikant of ouderling kan helpen om het af te sluiten.
Rouw kan lang duren en onverwacht terugkomen. U vindt teksten voor deze tijd bij wat de Bijbel over rouw zegt. Praat erover met uw predikant, ouderling of een vertrouwd gemeentelid, en bespreek het met uw huisarts als het verdriet u blijft overvallen of uw slaap wegneemt. Wilt u liever eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u dag en nacht De Luisterlijn bellen via 088 0767 000 of chatten via deluisterlijn.nl. 'De HEERE is nabij de gebrokenen van harte' (Psalm 34:19).
'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven' (Johannes 11:25)