Waar lag Endor, en wie was de vrouw van Endor?
Endor was een plaats in de vlakte van Jizreël, ten noorden van de berg Gilboa waar Sauls leger zich had gelegerd (vers 4). De naam komt in de Bijbel maar drie keer voor. Jozua 17:11 rekent 'de inwoners te En-Dor' tot het gebied dat Manasse binnen Issaschar en Aser toeviel. Psalm 83:11 herinnert aan de vijanden 'die verdelgd zijn te Endor'. En hier, in 1 Samuel 28, wordt Endor de plaats waar Sauls koningschap zijn dieptepunt bereikt. Sunem, waar de Filistijnen lagen (vers 4), lag tussen Gilboa en Endor in: Saul moest er 's nachts en vermomd omheen (vers 8).
De vrouw die er woonde heet in de Statenvertaling nergens heks. Vers 7 noemt haar 'een vrouw, die een waarzeggenden geest heeft', en met precies die omschrijving vraagt Saul erom: 'Zoekt mij een vrouw, die een waarzeggenden geest heeft, dat ik tot haar ga, en door haar onderzoeke.' De aanduiding heks van Endor is van later datum. Wat zij deed was in Israël verboden: Leviticus 19:31 en Deuteronomium 18:10 tot 12 verbieden het raadplegen van waarzeggers en van de doden. Saul wist dat, want hij had die mensen zelf uit het land weggedaan (vers 3). Dat maakt zijn gang naar Endor niet alleen wanhopig maar ook tegenstrijdig.
Inleiding tot 1 Samuel 28
1 Samuel hoofdstuk 28 bevat een van de meest dramatische verhalen uit het Oude Testament. We zien koning Saul in zijn diepste wanhoop, wanneer hij zijn toevlucht zoekt tot verboden praktijken. Dit hoofdstuk toont de tragische gevolgen van ongehoorzaamheid aan God en de gevaren van het zoeken naar antwoorden buiten God om.