Verouderd woord
Uitspansel
zelfstandig naamwoord
In het kort
Uitspansel betekent het hemelgewelf: de hemel die u boven de aarde ziet, met de zon, de maan en de sterren. In Genesis 1 maakt God het uitspansel op de tweede dag en noemt het hemel. Het woord is afgeleid van uitspannen.
In hedendaags Nederlands: hemelgewelf, firmament, hemel, luchtruim
Wat betekent uitspansel?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft het uitspansel als het zichtbare hemelgewelf, waaraan de hemellichamen zich vertonen. Het woord is gevormd van uitspannen met het achtervoegsel -sel en staat volgens het WNT niet in het Middelnederlandsch Woordenboek. Vroeger, zegt het WNT, zag men het als een vaste koepel. Het WNT haalt Genesis 1:6 en Psalm 19:2 aan voor het hemelgewelf als schepping van God. De kanttekening bij Genesis 1:6 geeft als andere vertaling uitbreidsel en zegt dat het Hebreeuwse woord komt van een werkwoord voor uitspannen of uittrekken. Zij verstaat er de hele ruimte onder tussen de onderste en de bovenste wateren. Hoe de oude Israëlieten het zich precies voorstelden, laat zich niet met zekerheid zeggen.
Uitspansel in de Statenvertaling
17 keer, in 15 verzen en 4 bijbelboeken (uitspansel 15, uitspansels 2).
Het uitspansel staat alleen in vier boeken: Genesis, de Psalmen, Ezechiël en Daniël. In het scheppingsverhaal zegt God: 'Daar zij een uitspansel in het midden der wateren' (Genesis 1:6). Het scheidt de wateren onder het uitspansel van die erboven, en God noemt het uitspansel hemel. Op de vierde dag plaatst Hij de zon, de maan en de sterren 'in het uitspansel des hemels', en op de vijfde dag vliegt het gevogelte daarin.
In de Psalmen is het uitspansel een getuige van Gods grootheid. 'De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk' (Psalm 19:2). De laatste psalm roept op Hem te loven 'in het uitspansel Zijner sterkte' (Psalm 150:1). Verwant is Jesaja 40:22, waar God de hemelen uitspant als een dunne doek.
Ezechiël ziet in zijn gezichten 'de gelijkenis eens uitspansels' boven de hoofden van de levende wezens, die hij later cherubs noemt, helder als kristal (Ezechiël 1:22). Daarboven is de gelijkenis van een troon als een saffiersteen, en op die troon de gelijkenis als de gedaante van een mens: de heerlijkheid des HEEREN. In Daniël 12:3 staat dezelfde vorm uitspansels: 'De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels'.
Verzen met uitspansel
“En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren!”
Op de tweede scheppingsdag maakt God scheiding tussen wateren en wateren. De kanttekening noemt het uitspansel hier ook uitbreidsel: de ruimte die God uitspande tussen de wateren beneden en de wateren boven.
“En God noemde het uitspansel hemel. En het was avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.”
God geeft het uitspansel een naam: hemel. Het is de hemel boven de aarde, waarin later de vogels vliegen en de lichten staan. Zo wordt het werk van de tweede dag afgesloten.
“En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!”
De lichten in het uitspansel scheiden dag en nacht en dienen tot tekenen, gezette tijden, dagen en jaren. Volgens de kanttekening gaat het om seizoenen, de lengte van de dagen en het tellen van weken en maanden.
“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.”
De hemel predikt zonder woorden. Volgens de kanttekening geven de hemelen ons stof om Gods almacht, wijsheid en goedheid te vertellen; het uitspansel wijst naar de Maker.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Genesis 1:6
uitspansel. Of uitbreidsel. Het woord, dat in den Hebreeuwsen tekst staat, komt van een woord, hetwelk betekent uitspannen, uittrekken enz., en hier wordt er door bedoeld de gehele ruimte tussen de onderste en bovenste wateren.
De vertalers geven als andere vertaling uitbreidsel en leggen uit dat het Hebreeuwse woord van uitspannen komt. Zij verstaan het uitspansel als de hele ruimte tussen de wateren beneden en de wateren boven, dus meer dan een dun gewelf.
Bij Genesis 1:7
wateren, die boven. Hebr. de wateren, die van boven, enz. Versta de wolken, die boven het onderste deel van dit uitspansel drijven, of enige andere wateren die na de scheiding hunne plaats boven mochten hebben genomen.
Wat zijn de wateren boven het uitspansel? De kanttekening denkt aan de wolken die boven het onderste deel van het uitspansel drijven, en laat ruimte voor andere wateren die na de scheiding boven kwamen. Zij legt zich niet vast op één uitleg.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
רָקִיעַ raqia (Hebreeuws, H7549)
Het Hebreeuwse raqia betekent volgens het Strong's-lexicon een uitgestrekt oppervlak, een uitspansel of firmament. Het komt van raqa, dat slaan, uitkloppen of uitspreiden betekent, zoals metaal tot een plaat wordt uitgeslagen. Het lexicon zegt dat de Hebreeën het zich als vast voorstelden; de kanttekeningen spreken liever van een ruimte.
Onder meer in Genesis 1:6, Genesis 1:8, Psalm 19:2 en Ezechiël 10:1. Woordstudie bij H7549 (na inloggen).
Verwante woorden
- firmament: Het geleerde woord voor hemelgewelf; de kanttekening bij Daniël 12:3 gebruikt het naast hemel.
- uitbreidsel: De andere vertaling die de kanttekening bij Genesis 1:6 geeft.
- uitspannen: Het werkwoord waarvan uitspansel komt; God spant de hemelen uit als een dunne doek (Jesaja 40:22).
- cherubim: In Ezechiël 1 en 10 is het uitspansel boven de hoofden van de cherubs uitgespreid.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M072295. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 1:6, Genesis 1:7, Genesis 1:14, Psalm 19:2, Ezechiël 1:22 en Daniël 12:3
- Strong's-lexicon: H7549 en H7554
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.