Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Verbeiden

werkwoord

In het kort

Verbeiden betekent wachten op iemand of iets, met geduld en vaak met verlangen. In de Statenvertaling staat het woord maar acht keer, meestal voor het wachten op God: niet zelf ingrijpen, maar uitzien naar wat Hij doen zal.

In hedendaags Nederlands: wachten op, afwachten, geduldig uitzien naar, verwachten

Wat betekent verbeiden?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft verbeiden als wachten tot iemand of iets komt, en intussen nog niet zelf handelen: afwachten. Het is gevormd van het oude werkwoord beiden, dat ook wachten betekende, en was al in het Middelnederlands bekend. Volgens het WNT wordt het nu zelden gebruikt, en dan alleen in verheven taal. Uit de eerste betekenis is een tweede gegroeid: verlangend uitzien naar iets of iemand. Het WNT zegt erbij dat de twee niet altijd scherp te scheiden zijn, en dat merkt u ook in de Statenvertaling. Wie in de Psalmen de HEERE verbeidt, wacht niet onverschillig af, maar ziet met verlangen naar Hem uit. Het WNT haalt uit de Statenbijbel zelf Psalm 106:13 en Habakuk 2:3 aan.

Verbeiden in de Statenvertaling

8 keer, in 8 verzen en 6 bijbelboeken (verbeiden 1, verbeid 3, verbeidt 2, verbeidde 1, verbeidden 1).

Verbeiden staat 8 keer in de Statenvertaling, in acht verzen verdeeld over zes bijbelboeken: Genesis, Job, de Psalmen, Jesaja, Micha en Habakuk. Het Nieuwe Testament heeft het woord niet. U leest het in vijf vormen: verbeiden, verbeid, verbeidt, verbeidde en verbeidden. De eerste keer gaat het om gewoon wachten. Noach heeft de raaf en de duif uitgelaten, en 'hij verbeidde nog zeven andere dagen' (Genesis 8:10) voordat hij de duif opnieuw liet gaan. Ook Elihu gebruikt het zo, wanneer hij Job vraagt hem nog even aan te horen: 'Verbeid mij een weinig' (Job 36:2).

Meestal is God Zelf Degene op Wie gewacht wordt. 'Onze ziel verbeidt den HEERE' (Psalm 33:20), zingt de gemeente, en de reden staat er direct achter: Hij is onze Hulp en ons Schild. In Psalm 37:7 staat het woord naast zwijgen. Wie zich ergert aan de voorspoed van de goddelozen, krijgt de raad stil te worden en de HEERE te verbeiden. Jesaja zegt het van zichzelf in een donkere tijd, waarin God Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob: 'Daarom zal ik den Heere verbeiden' (Jesaja 8:17). In dezelfde zin volgt het gewone woord verwachten, met bijna dezelfde betekenis.

Habakuk krijgt een gezicht dat pas op een bestemde tijd vervuld zal worden. Daarom hoort hij: 'zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen' (Habakuk 2:3). Wachten is hier geen twijfel, want de komst staat vast. Het tegendeel leest u in Psalm 106:13. Israël vergat in de woestijn al snel de werken van God: 'zij verbeidden naar Zijn raad niet'. Niet kunnen wachten betekende daar: zelf vooruitlopen en morren.

Bij Micha staat het woord nog één keer, in een beeld. Het overblijfsel van Jakob is als dauw van de HEERE, als druppels op het kruid, 'dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt' (Micha 5:6). De dauw komt van God en hoeft op geen mens te wachten. Ook hier staan wachten en verbeiden naast elkaar als woorden met dezelfde inhoud.

Verzen met verbeiden

  • Psalm 33:20

    “Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.”

    De gemeente belijdt dat zij op de HEERE wacht. Dat wachten is geen leeg afwachten: het rust op Wie Hij is, haar Hulp en haar Schild, en het eindigt in blijdschap en vertrouwen op Zijn heilige Naam.

  • Psalm 37:7

    “Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.”

    Zwijgen en verbeiden horen hier bij elkaar. Wie ziet dat het de goddelozen goed gaat, moet zich niet opwinden, maar stil worden voor de HEERE en Hem de zaak laten. De kanttekening noemt het zwijgen: niet murmureren, maar het met geduld opnemen.

  • Jesaja 8:17

    “Daarom zal ik den Heere verbeiden, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal Hem verwachten.”

    De profeet blijft op de Heere wachten, ook nu God Zijn aangezicht voor het volk verbergt. Verbeiden en verwachten staan in één zin. De kanttekening legt het uit als vast op de Heere staan en zich op Zijn beloften verlaten.

  • Habakuk 2:3

    “Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.”

    God belooft dat het gezicht vervuld wordt, al lijkt het lang te duren. Verbeiden betekent hier: blijven uitzien, juist als de vervulling uitblijft. De kanttekening zegt bij gewisselijk dat er in het Hebreeuws staat: komende komen.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Psalm 106:13

    verbeidden zijn raad niet. Zij wilden naar de raad van God niet wachten met geduld; maar zij murmureerden tegen Hem; Exo 15:24 , en Exo 17:2 ; Psa 78:41 .

    De kanttekening verklaart verbeiden hier als met geduld wachten op de raad van God. Israël deed dat niet, maar morde tegen Hem, zoals bij het bittere water van Mara en bij het gebrek aan water in Rafidim.

  • Bij Psalm 37:7

    verbeid. Anders, draagt smart om zijnentwil.

    De vertalers geven een andere mogelijke weergave: draag smart om Zijnentwil. Het Hebreeuwse woord kan ook pijn lijden betekenen. Wie op God wacht terwijl het onrecht voortduurt, wacht niet zonder pijn.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • חָכָה chakah (Hebreeuws, H2442)

    Het Hebreeuwse chakah betekent volgens het Strong's-lexicon wachten, afwachten, en ook verlangend uitzien naar. In vier van de acht verzen met verbeiden staat dit woord, telkens met God of Zijn raad als Degene op Wie gewacht wordt.

    Onder meer in Jesaja 8:17, Psalm 33:20, Psalm 106:13 en Habakuk 2:3. Woordstudie bij H2442 (na inloggen).

  • חוּל chul (Hebreeuws, H2342)

    Een ander werkwoord, dat volgens het Strong's-lexicon eigenlijk draaien of kronkelen betekent, ook van pijn, en in bepaalde vormen gespannen of verlangend wachten. Dat verklaart de andere weergave in de kanttekening bij Psalm 37:7: smart dragen. Bij Noach staat hetzelfde woord.

    Onder meer in Genesis 8:10 en Psalm 37:7. Woordstudie bij H2342 (na inloggen).

Verwante woorden

  • verwachten: Het gewone woord dat in Jesaja 8:17 direct naast verbeiden staat, met bijna dezelfde betekenis.
  • vertoeven: Uitblijven of op zich laten wachten; in Habakuk 2:3 de reden waarom verbeiden nodig is.
  • lijdzaamheid: Geduldig volharden onder moeite: de houding van wie op God wacht zonder op te geven.
  • lankmoedig: Geduldig en traag tot toorn. Jakobus 5:7 gebruikt het woord voor de landman die op de regen wacht.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M074619. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M006389. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Psalm 37:7, Psalm 106:13, Jesaja 8:17 en Habakuk 2:3
  • Strong's-lexicon: H2442 en H2342
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.