Verouderd woord
Ontfermen
werkwoord
In het kort
Ontfermen betekent medelijden hebben met iemand in nood en hem daarom te hulp komen. Wie in de Statenvertaling roept 'ontferm U mijner', vraagt: heb medelijden met mij en help mij. Ontferming is dat bewogen medelijden zelf, bij God en bij mensen.
In hedendaags Nederlands: medelijden hebben, barmhartig zijn, te hulp komen, erbarmen
Wat betekent ontfermen?
Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal betekent ontfermen vanouds wat het nu nog betekent: medelijden met iemand hebben en hem daarom uit de ergste nood redden. Het gaat dus niet alleen om een gevoel, maar ook om de daad die eruit voortkomt. Het WNT noemt ontfermen de Nederlandse vorm tegenover erbarmen, dat uit het Duits is overgenomen. Vroeger kon het woord op veel manieren in een zin staan; het hedendaags Nederlands heeft er bijna alleen zich ontfermen over iemand van bewaard. De Statenvertaling kent ook de oude vormen met de tweede naamval: zich iemands ontfermen, ontferm U onzer. Afgeleid zijn ontferming, het medelijden zelf, en ontfermer, wie zich ontfermt.
Ontfermen in de Statenvertaling
80 keer, in 74 verzen en 23 bijbelboeken (ontfermen 28, ontferm 12, ontfermt 13, ontfermde 1, ontfermd 9, ontferming 9, ontfermingen 4, ontfermer 3, ontfermende 1).
De vormen van ontfermen staan 80 keer in de Statenvertaling, in 74 verzen verdeeld over 23 bijbelboeken. In het Oude Testament is het vooral God Die Zich ontfermt. Hij zegt tot Mozes: 'Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal' (Exodus 33:19), en Paulus haalt dat aan in Romeinen 9:15. De profeten beloven dat de HEERE Zich na het oordeel weer over Zijn volk zal ontfermen. Hosea moet zijn dochter Lo-Ruchama noemen, wat volgens de kanttekening niet ontfermde betekent; Petrus neemt dat woord over voor de gemeente, die eertijds niet ontfermd was, 'maar nu ontfermd zijt geworden' (1 Petrus 2:10).
In de evangeliën klinkt het woord als een noodkreet. Twee blinden bij Jericho, de Kananese vrouw, de tien melaatsen en de blinde Bartimeüs roepen ontferm U onzer of ontferm U mijner; de vader van de maanzieke jongen bidt: 'ontferm U over mijn zoon' (Mattheüs 17:15). Die oude vorm met de tweede naamval betekent: heb medelijden met ons, help ons. Ook de rijke man in de gelijkenis roept tot Abraham: 'ontferm u mijner'.
Ontferming is in het Nieuwe Testament wat Christus innerlijk beweegt. Hij ziet de scharen 'gelijk schapen, die geen herder hebben' en wordt met ontferming over hen bewogen (Mattheüs 9:36). Hetzelfde staat van de Samaritaan die de gewonde man ziet liggen, en van de vader die zijn verloren zoon van ver ziet aankomen. Paulus vermaant de gemeente 'door de ontfermingen Gods' om haar leven aan God te wijden (Romeinen 12:1).
Verzen met ontfermen
“Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.”
David vergelijkt Gods ontferming met die van een vader over zijn kinderen. Het is geen afstandelijk medelijden, maar de zorg van iemand die weet hoe zwak zijn kinderen zijn.
“En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!”
De blinde bij Jericho roept Jezus aan als de Zoon van David. Ontferm U mijner betekent: heb medelijden met mij. De Heere laat hem bij Zich brengen en geeft hem het gezicht terug.
“Maar een zeker Samaritaan, reizende, kwam omtrent hem, en hem ziende, werd hij met innerlijke ontferming bewogen.”
In de gelijkenis gaan een priester en een Leviet voorbij, maar de Samaritaan wordt met innerlijke ontferming bewogen. Zijn medelijden blijft niet bij een gevoel: hij verbindt de wonden en zorgt voor de man.
“Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.”
Paulus haalt Gods woord aan Mozes aan. Ontferming is een vrije gave: God ontfermt Zich over wie Hij wil, en niemand kan er aanspraak op maken.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Mattheüs 9:36
innerlijk met ontferming bewogen over hen,. Grieks, werd in zijne ingewanden beroerd.
De vertalers geven aan dat er in het Grieks letterlijk staat: Hij werd in Zijn ingewanden beroerd. Ontferming wordt dus gevoeld tot in het binnenste. Daarom staat er in de Statenvertaling innerlijk met ontferming bewogen.
Bij Romeinen 9:15
diens Ik Mij ontferm,. Dat is, wien Ik voorgenomen heb mij te ontfermen; of, wiens Ik heb begonnen mij te ontfermen. Alzo, dat door de verdubbeling dezer woorden de eerste oorsprong en de volharding daarin verstaan wordt. Is het dan ontferming, zo is het gene ongerechtigheid, want ontferming ziet op de ellende des mensen en is ene weldaad die onverdiend is en uit enkele goedwilligheid voorkomt, en van gene onrechtvaardigheid kan beschuldigd worden, zo hierdoor niemand wordt verongelijkt.
De kanttekening legt uit dat ontferming ziet op de ellende van de mens en een onverdiende weldaad is, die uit Gods goedwilligheid voortkomt. Daarom is God niet onrechtvaardig wanneer Hij Zich ontfermt: niemand wordt erdoor tekortgedaan.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
רָחַם racham (Hebreeuws, H7355)
Het Hebreeuwse racham betekent volgens het Strong's-lexicon liefhebben, medelijden hebben en tedere genegenheid tonen. Het wordt gebruikt voor God en voor mensen. In Psalm 103:13 staat het twee keer: bij de vader en bij de HEERE.
Onder meer in Psalm 103:13, Hosea 1:7 en Jesaja 54:8. Woordstudie bij H7355 (na inloggen).
σπλαγχνίζομαι splagchnizomai (Grieks, G4697)
Dit Griekse werkwoord is volgens het Strong's-lexicon afgeleid van splagchnon, het binnenste of de ingewanden. Het betekent medelijden voelen tot in het diepst van uzelf. De Statenvertaling geeft het weer met innerlijk met ontferming bewogen worden.
Onder meer in Mattheüs 9:36, Lukas 10:33 en Lukas 15:20. Woordstudie bij G4697 (na inloggen).
ἐλεέω eleeo (Grieks, G1653)
Het werkwoord eleeo komt van eleos, barmhartigheid. Het lexicon geeft medelijden tonen met woord of daad, en in het bijzonder door Gods genade. Het is het woord in de noodkreet ontferm U mijner en in Romeinen 9.
Onder meer in Lukas 18:38, Romeinen 9:15 en Mattheüs 15:22. Woordstudie bij G1653 (na inloggen).
Verwante woorden
- ontferming: Het zelfstandig naamwoord: het bewogen medelijden zelf, bij Christus, de Samaritaan en de vader van de verloren zoon.
- Ontfermer: Een naam voor God in Jesaja 49:10 en 54:10, en voor de Heere in Jakobus 5:11.
- barmhartigheid: Een woord met bijna dezelfde betekenis, dat er in Romeinen 9:15 naast staat.
- goedertierenheid: In Jesaja 54:8 ontfermt God Zich met eeuwige goedertierenheid.
- verschonen: Sparen of ontzien; in Jeremia 13:14 staat het naast Zich ontfermen.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M045567. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M045573. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Mattheüs 9:36, Romeinen 9:15, Romeinen 12:1 en Hosea 1:6
- Strong's-lexicon: H7355, G4697 en G1653
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.