Verouderd woord
Nooddruftig
bijvoeglijk naamwoord
In het kort
Nooddruftig betekent behoeftig: iemand die mist wat hij nodig heeft om te leven. In de Statenvertaling staat de nooddruftige vaak naast de ellendige en de arme, en is de nooddruft wat een mens dagelijks nodig heeft.
In hedendaags Nederlands: behoeftig, arm, in nood, hulpbehoevend
Wat betekent nooddruftig?
Nooddruftig is afgeleid van nooddruft. Volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal is dat een dringende behoefte aan iets, en ook datgene wat men nodig heeft om te leven, zoals voedsel en drinken. Het tweede deel van het woord betekende zelf al behoefte; in nooddruft staat de nood er nog eens voor. Wie nooddruftig is, heeft volgens het WNT behoefte aan iets, meestal aan levensonderhoud: hij is behoeftig. Het WNT haalt daarbij Deuteronomium 24:14 en Jesaja 41:17 uit de Statenbijbel aan. Het woord nooddruft zelf noemt het WNT in het dagelijks leven geheel verouderd. Nooddruftig klinkt nu plechtig, maar het gaat om iets heel concreets: geen brood, geen kleding, geen dak, en niemand die helpt.
Nooddruftig in de Statenvertaling
54 keer, in 53 verzen en 13 bijbelboeken (nooddruftig 4, nooddruftige 22, nooddruftigen 21, nooddruft 6, nooddruftigheden 1).
Het woord staat met zijn vormen 54 keer in de Statenvertaling, in 53 verzen verdeeld over 13 bijbelboeken. U leest 22 keer nooddruftige, 21 keer nooddruftigen, 4 keer nooddruftig, 6 keer het zelfstandig naamwoord nooddruft en 1 keer nooddruftigheden. Het meest staat het in de Psalmen. Daar is de nooddruftige iemand die geen helper heeft en daarom op God aangewezen is. David bidt: 'want ik ben ellendig en nooddruftig' (Psalm 86:1). Ellendig en nooddruftig is een vaste combinatie, die ook in Psalm 40, 70 en 109 terugkeert.
God neemt het op voor de nooddruftige. Hanna zingt van God: 'den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek' (1 Samuel 2:8), en Psalm 113:7 zegt bijna hetzelfde. In Psalm 72 is het zorgen voor de nooddruftige het kenmerk van de rechtvaardige koning: hij redt de nooddruftige 'die daar roept'. De wet verbiedt de arme en nooddruftige dagloner te verdrukken, en Spreuken zegt: 'die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem' (Spreuken 14:31).
De profeten noemen het verdrukken van de nooddruftige als een zware zonde. Amos verwijt Israël dat het de nooddruftige verkoopt 'om een paar schoenen' (Amos 2:6), en Ezechiël noemt het als de ongerechtigheid van Sodom dat zij de hand van de arme en nooddruftige niet sterkte, terwijl zij zelf overvloed had.
In het Nieuwe Testament staan alleen zelfstandige naamwoorden. Jakobus 2:16 is de enige plaats met het meervoud: 'de nooddruftigheden des lichaams'. Paulus werkte met zijn eigen handen 'tot mijn nooddruft' (Handelingen 20:34), en hij dankt de Filippenzen dat zij hem in Thessalonica hielpen. Hij eindigt met een belofte: 'Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft' (Filippenzen 4:19).
Verzen met nooddruftig
“Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.”
David brengt zijn armoede voor God als reden om verhoord te worden. Ellendig en nooddruftig zijn betekent hier: niets in handen hebben en geheel van de HEERE afhangen.
“Hij verheft den geringe uit het stof, en den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beerven; want de grondvesten des aardrijks zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.”
In de lofzang van Hanna keert God de verhoudingen om. De nooddruftige, die in het stof en de drek zit, krijgt een plaats bij de vorsten en een stoel van ere.
“Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israel, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen.”
De profeet klaagt het onrecht in Israël aan. Een nooddruftige wordt verkocht om een paar schoenen; de kanttekening denkt aan een arme die in het gericht niets te geven heeft en daarom veroordeeld wordt.
“Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.”
Paulus belooft de gemeente dat God hen niets tekort laat komen. Nooddruft is hier alles wat zij nodig hebben, en God vervult dat naar Zijn rijkdom, in Christus Jezus.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Filippenzen 4:19
al uw nooddruft,. Dat is, al wat gij van node en van doen hebt tot uwe onderhouding.
De kanttekening legt nooddruft uit als alles wat u nodig hebt om in leven te blijven. Het gaat om het dagelijkse onderhoud, niet om overvloed of weelde.
Bij Amos 2:6
rechtvaardige. Den vromen, onschuldigen, die een rechtvaardige zaak heeft, in het gericht verdrukken, en den arme, die niets heeft te geven, maar zelf behoeftig is, om een kleine gift der rijken, verdoemen en in de macht van zijn wederpartijder overleveren; zie Amo 8:6 .
De vertalers lezen het vers als een aanklacht tegen omkoopbare rechters. De nooddruftige wordt omschreven als de arme die zelf behoeftig is en niets te geven heeft, en daarom voor een kleine gift van de rijken wordt veroordeeld.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
אֶבְיוֹן ebyon (Hebreeuws, H34)
Het Hebreeuwse ebyon betekent volgens het Strong's-lexicon arm en behoeftig, iemand die gebrek lijdt en vaak verdrukt wordt, en die hulp en verlossing nodig heeft. Het is het woord in de vaste combinatie ellendig en nooddruftig.
Onder meer in Psalm 86:1, 1 Samuel 2:8, Amos 2:6 en Deuteronomium 24:14. Woordstudie bij H34 (na inloggen).
χρεία chreia (Grieks, G5532)
Het Griekse chreia betekent volgens het Strong's-lexicon behoefte, wat nodig is, ook gebrek. Op de plaatsen waar Paulus over zijn eigen nooddruft of die van de gemeente spreekt, staat dit woord.
Onder meer in Handelingen 20:34, Filippenzen 4:16 en Filippenzen 4:19. Woordstudie bij G5532 (na inloggen).
Verwante woorden
- nooddruft: Het zelfstandig naamwoord: wat een mens nodig heeft om te leven, of het gebrek daaraan.
- ellendig: Staat in de Psalmen vaak direct naast nooddruftig, zoals in Psalm 40:18 en Psalm 86:1.
- behoeftig: Het gewone woord waarmee de kanttekening bij Amos 2:6 de nooddruftige omschrijft.
- ontfermen: Spreuken 14:31 noemt het ontfermen over de nooddruftige een manier om God te eren.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M041322. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Amos 2:6 en Filippenzen 4:19
- Strong's-lexicon: H34 en G5532
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.