Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Offerande

zelfstandig naamwoord

In het kort

Offerande betekent offer: een gave die aan God wordt aangeboden. In de Statenvertaling zijn het de offers van de tabernakel en de tempel, maar ook het ene offer van Christus en de dankbare toewijding van de gelovigen.

In hedendaags Nederlands: offer, offergave, gave aan God

Wat betekent offerande?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft een offerande als het geofferde: elke gave die men als zichtbaar teken van dankbaarheid, verering of onderwerping aan God opdraagt. Het WNT noemt het bijna hetzelfde als offer, maar in een hogere stijl. Het woord komt van het middeleeuws-Latijnse offerenda, de gift die bestemd is om aangeboden te worden. Volgens het WNT schreven velen, ook de Statenbijbel, offerhande, alsof het een samenstelling met hand was; dat noemt het WNT een vergissing tegen de afleiding. De tekst van de Statenvertaling op deze site spelt offerande. Het WNT geeft ook de spreekwoorden gehoorzaamheid is beter dan offerande en barmhartigheid is beter dan offerande, naar 1 Samuel 15:22 en Mattheüs 9:13.

Offerande in de Statenvertaling

139 keer, in 134 verzen en 25 bijbelboeken (offerande 106, offeranden 33).

Offerande en offeranden staan samen 139 keer in de Statenvertaling, in 134 verzen en 25 bijbelboeken. Het boek Leviticus opent ermee: 'Als een mens uit u den HEERE een offerande zal offeren' (Leviticus 1:2). Daarna volgen de soorten offers: brandoffer, spijsoffer, dankoffer, zondoffer en schuldoffer. Offerande is daarbij het algemene woord, de gave die iemand naar het altaar bracht.

Al in het Oude Testament leren de Psalmen en de profeten dat God niet om het dier zelf vraagt. David belijdt: 'De offeranden Gods zijn een gebroken geest' (Psalm 51:19). De Heere Jezus haalt Hosea aan tegen de Farizeeën: 'Ik wil barmhartigheid, en niet offerande' (Mattheüs 9:13). De kanttekening verklaart dat Hij meer welgevallen heeft aan de werken van barmhartigheid dan aan offerande.

In het Nieuwe Testament vallen alle offers samen in het offer van Christus. De brief aan de Hebreeën zegt dat God slachtoffer en offerande niet gewild heeft, maar de Zoon een lichaam heeft toebereid, en dat Hij 'met een offerande' voor altijd heeft volmaakt wie geheiligd worden. Paulus schrijft dat Christus Zich 'tot een offerande en een slachtoffer' voor ons heeft overgegeven (Efeziërs 5:2).

Daarna gebruikt het Nieuwe Testament het woord voor het leven van de gelovigen. Zij stellen hun lichamen tot een levende offerande (Romeinen 12:1) en brengen God een offerande des lofs, de vrucht der lippen (Hebreeën 13:15). Ook de gave van de Filippenzen aan Paulus noemt hij een offerande.

Verzen met offerande

  • Leviticus 1:2

    “Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Als een mens uit u den HEERE een offerande zal offeren, gij zult uw offeranden offeren van het vee, van runderen en van schapen.”

    Het begin van de offerwetten. De kanttekening zegt dat offeren hier het werk van het volk is: de Israëliet brengt zijn gave van runderen of schapen naar de HEERE.

  • Psalm 51:19

    “De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten.”

    Na zijn val weet David dat geen dier zijn schuld kan wegnemen. De offerande die God niet veracht, is een gebroken en verslagen hart, een oprecht berouw over de zonde.

  • Romeinen 12:1

    “Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.”

    Paulus roept de gelovigen op zichzelf aan God te wijden. Om de ontfermingen Gods geven zij niet een dood dier, maar hun eigen leven als levende offerande.

  • Hebreeën 10:14

    “Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”

    Het offer van Christus hoeft niet herhaald te worden. Met die ene offerande heeft Hij voor eeuwig volmaakt wie door Zijn Geest geheiligd worden.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Mattheüs 9:13

    niet offerande;. Dat is, Ik wil; dat is, Ik heb meer welgevallen aan de werken der barmhartigheid, waaronder ook de vlijt om iemand te bekeren voornamelijk begrepen wordt, dan aan offerande.

    De vertalers lezen het woordje niet hier als 'meer dan': God verwerpt de offers niet zonder meer, maar Hij heeft meer welgevallen aan barmhartigheid, en daarin ook aan de ijver om zondaren tot bekering te brengen, zoals Christus deed.

  • Bij Romeinen 12:1

    redelijke godsdienst. Dat is, een godsdienst, die niet bestaat in uiterlijk opofferen van onredelijke dieren, gelijk in het Oude Testament, maar in een geestelijk opofferen van redelijke mensen, dat is, van uzelven; Heb 13:15 ; 1Pe 2:5 .

    De kanttekening stelt de offerande van de gelovige tegenover die van het Oude Testament. Daar werden redeloze dieren geofferd, nu gaat het om een geestelijk offer: de mens wijdt zichzelf aan God.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • קׇרְבָּן qorban (Hebreeuws, H7133)

    Het Hebreeuwse qorban betekent volgens het Strong's-lexicon iets wat naar het altaar gebracht wordt, een offergave. Het staat aan het begin van Leviticus. In Markus 7:11 laat de Statenvertaling het woord staan als korban, dat is te zeggen: een gave.

    Onder meer in Leviticus 1:2 en Leviticus 1:3. Woordstudie bij H7133 (na inloggen).

  • θυσία thusia (Grieks, G2378)

    Het Griekse thusia betekent volgens het lexicon offer, zowel de handeling als het slachtoffer, letterlijk en figuurlijk. Het staat bij het woord van Hosea dat Christus aanhaalt en bij de levende offerande van Romeinen 12.

    Onder meer in Mattheüs 9:13, Romeinen 12:1 en Hebreeën 11:4. Woordstudie bij G2378 (na inloggen).

  • προσφορά prosphora (Grieks, G4376)

    Het Griekse prosphora betekent aanbieding, en concreet een offergave. De brief aan de Hebreeën gebruikt het voor de ene offerande van Christus, en Paulus in Efeziërs 5:2 voor Zijn overgave uit liefde.

    Onder meer in Hebreeën 10:14 en Efeziërs 5:2. Woordstudie bij G4376 (na inloggen).

Verwante woorden

  • brandoffer: Een offer dat geheel op het altaar verbrand werd; de eerste soort in Leviticus 1.
  • dankoffer: Een offer uit dankbaarheid, waarvan de offeraar zelf mee at.
  • zondoffer: Het offer voor de zonde, onder meer voor wie door afdwaling gezondigd had (Leviticus 4).
  • slachtoffer: In de Statenvertaling een geslacht offerdier; vaak in één adem met offerande genoemd.
  • drankoffer: Een plengoffer van wijn; Paulus vergelijkt zijn eigen leven ermee in Filippenzen 2:17.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M041533. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Leviticus 1:2, Psalm 51:19, Mattheüs 9:13 en Romeinen 12:1
  • Strong's-lexicon: H7133, G2378 en G4376
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.